Gevechten in Nepal met maoïsten

Bij gevechten tussen de politie en maoïstische opstandelingen in Nepal zijn de afgelopen twee dagen zeker 15 rebellen gedood. De gevechten vonden plaats in bergdistricten in het westen en midden van Nepal, op zo'n 300 kilometer afstand van de hoofdstad Kathmandu.

De politie is in West-Nepal op zoek naar Thule Rai, een hoge politiefunctionaris die drie maanden geleden werd ontvoerd door de maoïstische rebellen.

De maoïsten, aangevoerd door het Verenigd Volksfront, voeren sinds februari 1996 een `volksoorlog' om het democratische bewind in het land omver te werpen en een maoïstische éénpartijstaat te vestigen. Inmiddels heersen ze in grote delen van het westen en het midden van Nepal, waar regelmatig politiebureaus, legereenheden, overheidsgebouwen en feodale landeigenaren worden aangevallen. In de regio's waar de maoïsten de baas zijn, met name in de districten Rukum en Rolpa, houden zij hun eigen rechtszittingen, leggen wegen aan en verdelen zij goederen, buitgemaakt bij overvallen op landheren, onder de bevolking. Ook hebben de maoïsten eigen scholen opgezet waar kinderen les krijgen in de leer van Marx, Lenin, Mao en Stalin.

Bij de strijd in Nepal zijn volgens officiële cijfers al 1.200 doden gevallen. Buitenlandse mensenrechtenactivisten in Nepal schatten het aantal doden op ruim 3.000. Volgens Amnesty International maken beide partijen zich schuldig aan ernstige schendingen van de mensenrechten.

Koning Birendra werd in 1990 na een opstand gedwongen afstand te doen van zijn absolute macht.