Een sociaal taboe op goede informatie

Waarom komt aids juist in bepaalde landen zo vaak voor? Een kwestie van slechte voorlichting en het ontbreken van een medische infrastructuur.

OP 1 DECEMBER 1998 maakte de Zuid-Afrikaanse Gugu Dlamini op radio en tv bekend dat ze besmet was met het aidsvirus. Op 17 december stierf de 36-jarige uit het KwaMushu township in KwaZulu Natal aan hoofdverwondingen. Een dag eerder was ze door een groep mannen aangevallen. Dlamini werd gestenigd, geschopt en met knuppels geslagen. De mannen beschuldigden de vrouw ervan dat ze de buurt in diskrediet had gebracht.

,,In sommige delen van de wereld heerst nog steeds een sociaal taboe op het bekendmaken van de ziekte'', zegt aidsonderzoeker drs. Geert Haverkamp, werkzaam bij het NATEC, het Nationaal Aids Therapie Evaluatie Centrum dat gehuisvest is in het AMC in Amsterdam. ,,Het bestaan van aids is niet overal geaccepteerd. En dat is de eerste vereiste wil de ziekte succesvol worden bestreden.''

In Zuid-Afrika worden iedere dag 1.700 mensen besmet met HIV. ,,Het ontbreekt aan goede voorlichting en aan een medische infrastructuur'', aldus Haverkamp. En dat zijn de twee pijlers waarop een succesvolle bestrijding van de ziekte rust, aldus de Amsterdammer. Hij reisde de afgelopen drie jaar regelmatig naar Afrika voor zijn onderzoek onder 2.000 zwangere, HIV-besmette vrouwen.

Waartoe goede voorlichting kan leiden, laten de cijfers van Thailand zien. In 1988 werden in dat land de eerste gevallen van aids gerapporteerd. In 1990 begon de overheid een voorlichtingscampagne. In kranten, op de radio en op tv verschenen berichten waarin werd gewaarschuwd voor de gevaren van besmetting met HIV. Scholen begonnen speciale educatieprogramma's om de leerlingen te wijzen op de risico's van onveilig vrijen. Klinieken gingen het condoomgebruik promoten. Elk jaar vergoedde de regering de verstrekking van 60 miljoen condooms.

De aanpak had effect, zoals blijkt uit een onderzoek onder 60.000 militairen. Het percentage HIV-geïnfecteerden nam in eerste instantie nog toe, van 0,5 in 1989 tot 3,7 in 1993. Maar daarna nam het geleidelijk af en in 1997 lag het op 1,9. Of dat percentage verder zal dalen, is de vraag. Er zijn altijd mannen die zonder condoom vrijen met prostituees, dan wel met hun eigen vrouw. Van de prostituees en drugsspuiters in Thailand is een kwart tot eenderde besmet met HIV.

Onder zwangere vrouwen deed zich ook een positieve trend voor. Het percentage met HIV geïnfecteerden lag in 1995 op 2,4 en in 1997 op 1,7. Eenzelfde beeld komt naar voren uit een enquête onder diezelfde 60.000 militairen. Het percentage dat buitenechtelijke seks bedreef nam af, van 22 in 1990 tot 10 in 1997. In 1991 zei 51,7 procent van de mannen dat ze seks hadden met `commerciële sekswerkers'. In 1995 was dat percentage gedaald tot 23,8.

Maar Thailand lijkt een uitzondering. In weinig ontwikkelingslanden lopen zulke gedegen voorlichtingsprogramma's. In India voerde de National Aids Control Organization vooral campagne via posters en via de media. Met gering succes. Het aantal HIV-besmette patiënten in hoge-risicogroepen (prostituees en drugsspuiters) nam sterk toe, van 3 per 1.000 in 1987 tot 59 per 1.000 in 1997.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vroeg vorig jaar om uitgebreidere campagnes die informatie verstrekken over de verspreiding, het verloop en de financiële implicaties van de ziekte.

Maar ook al wordt die kennis verspreid, betekent dat niet automatisch dat hoerenlopers en drugsspuiters hun gedrag veranderen. In een land als Zuid-Afrika zijn mannen zeer promiscue. Ze weigeren condooms te gebruiken en besmetten vervolgens hun eigen echtgenotes. De mannen willen niet geloven dat het aidsvirus via seks wordt verspreidt.

Aids is een ver-van-mijn-bedshow. Dat blijkt onder andere uit een onderzoek onder studenten van de Universiteit van Benin. De ondervraagde studenten wisten veel af van HIV, van de besmetting en de verspreiding. Toch waren de studenten seksueel zeer actief, hadden verscheidene partners (vooral de studenten boven de 30 jaar) en zagen vaak af van condoomgebruik. De studenten kenden het risico van onveilig vrijen, maar dachten dat het hun niet aanging. ,,Je moet mensen direct confronteren met de risico's en de mogelijke gevolgen'', aldus Haverkamp.

In Brazilië begint die confrontatie al op jonge leeftijd. EducAids, een organisatie die voorlichting op scholen verzorgt, liet in juni weten dat ze kinderen al vanaf hun vierde jaar seksvoorlichting wil geven.

Of dat effect heeft is de vraag, maar confrontatie in groepsverband, zoals in een schoolklas, lijkt succesvoller dan de individuele benadering van posters en tv-berichten. Dat blijkt uit een studie onder 424 Mexicaans-Amerikaanse en Afrikaans-Amerikaanse vrouwen. De vrouwen zaten in groepjes bij elkaar en kregen voorlichting over seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia, gonorroe en aids. De informatie was afgestemd op hun culturele achtergrond. Zo kregen de Mexicaans-Amerikaanse vrouwen vooral te horen wat de gevolgen voor de familie waren als een familielid besmet raakte. De familie, en de bescherming daarvan, staat namelijk in hoog aanzien. Bij de Afrikaans-Amerikaanse vrouwen richtte de voorlichting zich vooral op de onreinheid van onbeschermde seks, omdat reinheid en ziektepreventie erg belangrijk worden geacht. Het is bijvoorbeeld onrein om gebruiksvoorwerpen, zoals bestek, met elkaar te delen.

Na die groepssessies gedroegen de vrouwen zich seksueel veiliger dan de vrouwen die niet aan zo'n sessie hadden meegedaan. Uit die `groepssessiegroep' hadden minder vrouwen seks met verscheidene partners, minder vrouwen hadden seks met een hoog risico (vijf keer of vaker onbeschermde geslachtsgemeenschap) en minder vrouwen hadden seks met hun besmette, onbehandelde partner.

De vrouwen herkenden elkaars problemen, ze voelden zich verbonden met elkaar. Dat hielp hen om zich te verzetten tegen hun eigen, vaak onderdrukte, situatie. ,,Maar zover is het in Afrika nog lang niet'', zegt Haverkamp. ,,Groepssessies met vrouwen? De voorlichting is hier jarenlang flut geweest, dus laat staan dat er landelijk groepssessies komen.'' De campagnes in Zuid-Afrika hebben zich lang beperkt tot posters en wat vage berichten op tv en radio. ,,De opzet was erg kinderachtig. Ze riepen bijvoorbeeld op om maar één partner te hebben. Wie trekt zich van zo'n bericht iets aan?''

De situatie is het afgelopen jaar iets verbeterd. ,,De berichten zijn nu realistischer en concreter. Er wordt openlijk over condoomgebruik gesproken.'' Affiches wijzen op de risico's van onveilig vrijen. Een tv-station zendt ieder kwartier een bericht van de overheid uit waarin wordt gewezen op de gevaren van HIV en aids.

Intussen blijft het aantal HIV-geïnfecteerden dramatisch toenemen. ,,Het is een opsomming'', zucht Haverkamp. ,,Promiscuïteit, onveilig vrijen, gebrekkige voorlichting, te weinig centra om mensen te screenen, te dure medicijnen, politiek.''

Zo zei de Zuid-Afrikaanse president Mbeki een paar weken geleden dat hij tegen de verstrekking van het aidsremmende middel AZT is. Volgens Mbeki zou dat een gevaar voor de gezondheid opleveren. ,,Maar het is een onmisbaar middel om de HIV-overdracht van moeder op foetus tegen te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk. Soms lijkt het wel of ze aan die epidemie niks wíllen doen.''

    • Marcel aan de Brugh