`Bandieten blijven bandieten, ook als ze regeren'

In Liberia zijn de gangsters aan de macht die het land aan de rand van de afgrond brachten. Hebben ze zich bekeerd of tot eerbiedwaardige burgers getransformeerd? ,,Bandieten zijn in hun hart nog steeds bandieten.''

President Charles Taylor slaat zijn armen over de schouders van de schooljongens en aait ze over hun bol. De kinderen klappen, de camera's klikken. Gejuich in het stadion van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De internationale dag van het kind wordt gevierd. ,,Ik ben dol op kinderen'', roept de in witte kledij gestoken president. Zijn glimlach gaat verloren achter zijn donkere zonnebril.

Het schrikbeeld van gruweldaden door en tégen kinderen in Afrika was de opstand van de toenmalige rebellenleider Taylor in Liberia tussen 1989 en 1996. High gevoerd door hun commandanten met marihuana, drank en bubble (amfetamines) reten ze lichamen van hun slachtoffers open en rukten er de harten uit, staken ogen uit en sneden oren en penissen af. Conform de rituelen van het oude dorpsleven `verborgen' ze zich bij het uitvoeren van hun daden achter maskers, door het dragen van pruiken en vrouwenkleren. En dit alles aangemoedigd door, en in naam van hun grote leider Charles Taylor, die volgens gedeserteerde medewerkers zelf ook wel eens het hart van een tegenstander opat.

Eens een gangster, altijd een gangster? Kan een boef zich hervormen tot een geciviliseerde president? Die vraag houdt iedere Liberiaan bezig twee jaar na Taylors verkiezing tot president. Driekwart van de kiezers bracht zijn stem uit op de rebellenleider. ,,Hij is een misdadiger en stortte ons in deze oorlog. Maar hij is de enige die ons uit de chaos kan halen, oordeelden de kiezers'', verklaart een prominente academicus in Monrovia de grote zege van de man die iedere Liberiaan was gaan vrezen.

Taylor was de meest ambitieuze en hardnekkige van alle krijgsheren, zonder wiens medewerking vrede onmogelijk was geworden. Zijn Nationale Patriottische Partij (NPP) monopoliseert nu alle staatsmacht en de rivaliserende krijgsheren van weleer houden zich gedeisd, meestal in het buitenland. De grootschalige gevechten en plunderingen zijn gestopt en daar prijzen de Liberianen Taylor voor.

Oude gewoontes van de rebellen vallen echter moeilijk af te leren. Prince Quayee, onderminister van Veiligheidszaken, ontbrandde onlangs in woede over een vonnis van een kantonrechter. Hij begaf zich naar diens kantoor, ranselde de oude man af en roosterde zijn testikels door er een kaars onder te houden.

In een ander incident stopten leden van Taylors gewapende escorte een automobilist die niet onmiddellijk opzij ging voor het konvooi van de president en schoten hem dood. Bij een gelijksoortig voorval doodden ze niet de chauffeur maar sneden zijn oren af. Waarnemers die verbeteringen in het gedrag van de autoriteiten zien, wijzen erop dat de daders sinds enkele weken worden opgepakt. Pessimisten daarentegen geloven dat de rechtspraak zo door en door corrupt is dat veroordelingen zullen uitblijven.

Enkele onafhankelijke radiostations zenden in de hoofdstad kritische programma's uit waarin luisteraars per telefoon hun onvrede spuien. ,,Iedere dag luister ik met veel plezier naar die uitzendingen'', zegt Taylor, ,,om te horen wat er onder het volk leeft. Er bestaat in Liberia vrijheid van meningsuiting.'' Presentatoren vertellen hoe veiligheidsagenten hen intimideren wanneer er te kritische woorden vallen. Alleen Taylors eigen radiostation Kiss mag op de korte golf uitzenden en is over het hele land te beluisteren. De andere stations zitten alleen op FM en reiken niet verder dan Monrovia.

De begroting van de Liberiaanse regering vóór het uitbreken van de oorlog in 1989 was 600 miljoen dollar. Het budget van Taylors kabinet is een schamele 60 miljoen dollar. De schuldenlast bedraagt 2,6 miljard dollar, een erfenis van vorige regeringen maar als voorwendsel gebruikt door buitenlandse donoren om geen geld te verschaffen aan Taylors regime. ,,De internationale gemeenschap heeft sancties tegen ons afgekondigd. We krijgen geen cent'', zegt de kwade president. De donoren verspreidden sinds vorig jaar ongeveer 200 miljoen dollar onder niet-gouvernementele hulporganisaties. Het budget van Artsen zonder Grenzen in Liberia is tweemaal zo groot als dat van het ministerie van Gezondheid.

De donorlanden vertrouwen Taylor niet. Hij wil daar verandering in aanbrengen. Taylor gaf de rebellen in Sierra Leone omvangrijke militaire steun. Tot hij, onder Amerikaanse en Britse druk, eerder dit jaar hielp bij het sluiten van een vredesakkoord in het buurland. Hij werd hiervoor deze maand beloond met het zenden van een donormissie naar Monrovia waaraan onder meer de Wereldbank, het Internationale Monetaire Fonds en Nederland deelnamen. Eén van de zorgen over Taylors regime is dat het zaken doet met internationale oplichters. ,,Ze bedoelen het goed'', zegt een lid van de donordelegatie na gesprekken met Liberiaanse ministers. ,,Er is sprake van een meer doorzichtig financieel beleid dan vroeger. Als ze tóch contracten afsluiten met buitenlandse oplichters, dan doen ze dat omdat er geen bonafide investeerders komen.''

Amos Sawyer, een prominent intellectueel en politicus, zegt schamper over de leden van de donormissie: ,,Ze hebben met de verkeerde mensen gesproken. Die ministers controleren de economie niet.'' De regering fungeert als rookgordijn voor degenen die werkelijk de dienst uitmaken. Er bestaat een schimmig netwerk van Taylors medewerkers achter de schermen die profiteren van de rijke bodemschatten van Liberia. ,,Zíj zijn de werkelijke machthebbers van dit land'', zegt een mensenrechtenactivist, ,,zij bleven tijdens de oorlog Taylor trouw en werden ook toen rijk door de verkoop van rubber, hout, goud en diamanten.''

Taylor sloot afgelopen jaar een aantal overeenkomsten met dubieuze zakenlui uit de Verenigde Staten, de Oekraïne en Zuid-Afrika. ,,De meeste buitenlandse investeerders hier zijn oplichters'', zegt een goed ingelichte waarnemer. ,,Zodra ze hebben geïnvesteerd en hun materiaal ingevoerd, worden velen van hen opgelicht door Taylors handlangers en het land uitgewezen. Hun geconfisqueerde materiaal verdwijnt naar de boerderij van de president. Liberia is één groot circus van oplichters geworden.''

Enkele omstreden investeerders zijn het Zuid-Afrikaanse bedrijf Greater Diamond dat nauwe financiële connecties heeft met Amerikaanse christelijke evangelisten. Het Oekraïense Exotic Woods deed grote investeringen maar werd vervolgens uitgewezen. Het Amerikaanse Freedom Gold van de rechtse Amerikaanse televisie-evangelist Pat Robertson kreeg een goudconcessie in een gebied van 900 vierkante kilometer.

De inkomsten van al deze contracten vallen nergens in de boeken terug te vinden en vloeien niet naar de staatskas. Mede daarom is het regeringsbudget slechts 60 miljoen dollar. De laatste grote investeerder is het Maleisische bedrijf Oriental Timber Corporation dat een concessie kreeg om een groot maagdelijk regenwoud te kappen. De Liberiaanse Libanees Mohamed Kahfel kreeg van Taylor het monopolie alle invoer van olie te verzorgen en moest als tegenprestatie 140 terreinwagens leveren aan medewerkers van Taylor.

,,De bandieten zijn in hun hart nog steeds bandieten. Het enige wat we kunnen doen, is druk blijven uitoefenen om ze hun gedrag te laten verbeteren'', zegt James Nyepan Verdier van de mensenrechtenorganisatie Justice and Peace. Na het anarchistische geweld van Taylors strijders tijdens de oorlog voorziet hij nu ,,een geraffineerdere terreur van zijn veiligheidsdiensten''. Eén van de meest gevreesde veiligheidsdiensten wordt geleid door Charles Taylor jr. ,,Ik zie een regime van steeds meer onderdrukking ontstaan want Taylor wil bovenal aan de macht blijven''.

,,Een nieuwe kans voor Liberia ging verloren. Taylor is alleen geïnteresseerd in macht en zelfverrijking'', verzucht Ellen Johnson Sirleaf, de voornaamste oppositieleider die het grootste deel van haar tijd in Ivoorkust woont. ,,De bandieten hebben gewonnen. De president bezit Liberia'', concludeert een andere opposant, ,,Taylor valt niet meer te hervormen.''

    • Koert Lindijer