André Hazes blijkt onnodig zenuwachtig

Met de vertoning van de film André Hazes, Zij gelooft in mij van John Appel en de belofte van staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) van 3,5 miljoen extra voor de Nederlandse film is gisteren in het Amsterdamse theater Tuschinski het twaalfde IDFA (International Documentary Filmfestival Amsterdam) officieel geopend.

Van der Ploeg geeft de financiële injectie voor de Nederlandse film grotendeels aan het Nederlands Fonds voor de Film, de voornaamste subsidie-instantie voor de Nederlandse film. De rest gaat naar het Filmmuseum, de animatiefilm en het Maurits Binger Instituut.

Ook betoonde de staatssecretaris zich er een voorstander van dat het IDFA, inmiddels uitgegroeid tot 's werelds grootste festival voor documentaire films, zich ontwikkelt tot een het hele jaar functionerend `instituut voor documentaire'. IDFA-directeur Ally Derks maakte in haar openingstoespraak van deze plannen gewag: IDFA wil, naast het festival, een het gehele jaar functionerend centrum voor informatie en vertoning van documentaires worden.

Tijdens de officiële toespraken gloeide in de ereloge van Tuschinski voortdurend het puntje van de sigaret van André Hazes, wiens leven en werk onderwerp waren van de openingsfilm. De volkszanger, wiens nervositeit voor optredens befaamd is en die zich zwaar zenuwachtig had gemaakt over deze film omdat daarin nogal diep in zijn gevoelsleven wordt doorgedrongen, had als enige in de zaal het recht om te roken.

De zenuwen bleken niet gerechtvaardigd. Geen openingsfilm uit de geschiedenis van het IDFA is ooit met zoveel voorpubliciteit en hype omgeven, maar zelden werd na afloop een film zo toegejuicht. André Hazes besloot, zichtbaar vrolijk over de loop der gebeurtenissen, de avond met een kort optreden.

André Hazes, Zij gelooft in mij, waarvan de voorstellingen op het IDFA inmiddels zijn uitverkocht, wordt begin volgend jaar in vijftien kopieën in de bioscoop uitgebracht – een zeldzame gebeurtenis bij documentaires.

De eerste prijs in de Scenarioworkshop op het IDFA, waarin jonge filmmakers hun ideeën voor films uitwerken en voorleggen aan een jury, ging dit jaar naar De mentale kwestie van Lies Niezen. Op het IDFA, dat tot en met donderdag 2 december loopt in theater City en het Filmmuseum in Amsterdam, zijn honderden documentaires te zien, waarvan een aantal deelneemt aan de competitie voor de Joris Ivens Award (voor de beste film) en de Zilveren Wolf (beste tv-documentaire). Alle vertoonde films kunnen door het publiek worden gewaardeerd voor de Publieksprijs.

    • Raymond van den Boogaard