Het nieuws van 25 november 1999

HET AIDSVIRUS

Aids (acquired immune deficiency syndrome) wordt veroorzaakt door een virus, het kleinst bekende organisme, dat niet meer is dan een pakketje genetisch materiaal. Het HIV (human immunodeficiency virus) is een zogeheten retrovirus. Zulke virussen hebben hun genetisch materiaal gevat in een enkelvoudige streng RNA (ribonucleïnezuur). Als HIV een menselijke cel besmet, wordt dit enkelstrengs-RNA omgezet in een dubbelstrengs-DNA (deoxyribonucleïnezuur). Dit wordt vervolgens ingebracht in het DNA van de menselijke cel, waarna de cel duizenden nieuwe virussen gaat produceren.

Binding Als HIV in de bloedbaan is gekomen, bindt het zich aan een bepaalde soort T-lymphocyten (witte bloedlichaampjes): de CD4-lymfocyten. Witte bloedlichaampjes maken deel uit van het afweersysteem, en als deze besmet raken ontstaat een defect in dit systeem. De manteleiwitten van het virus binden zich aan receptoren van de cel.

Binnenkomst Als het virus is binnengedrongen in de cel wordt het virale RNA door het enzym DNA-polymerase omgezet in een DNA-streng. Het enzym reverse transcriptase maakt daarna de tweede DNA-streng, zodat een zogeheten dubbele helix ontstaat: twee in elkaargedraaide DNA-strengen. Het RNA wordt vervolgens afgebroken door RNAse-H.

DNA-integratie Het enzym integrase `knipt' daarna het menselijk DNA in de celkern open. Het virale DNA wordt dan geïntegreerd in het menselijk DNA.

Replicatie De besmette cel maakt nu zogeheten boodschapper-RNA's (mRNA, kopieën van het eigen erfelijk materiaal) en ook viraal RNA aan. De mRNA's verlaten vervolgens de celkern. De cel maakt op basis van de mRNA-codes eiwitten aan, waaronder virale eiwitten. De menselijke cel is een `fabriekje' dat nieuwe virussen maakt.

Samenvoeging De virale eiwitten en het virale RNA worden samengevoegd en maken zich aan de rand van de celwand klaar de cel te verlaten.

Nieuw virus De celwand barst open en een nieuw virusdeeltje verlaat de cel. Het virus kan nu nog geen andere cellen besmetten; eerst moeten de virale eiwitten gestructureerd worden door het enzym protease. Pas daarna is het virus `volwassen'.

ONDERZOEKEN

Behandelende artsen onderstrepen zonder uitzondering dat meer onderzoek naar kinderen met aids nodig is. Nederland loopt internationaal gezien voorop, onder meer bij het onderzoek naar farmacokinetiek, de studie naar de opname van medicatie in het bloed. Tot nog toe is weinig bekend over de dosering van medicijnen voor kinderen; duidelijk is echter wél dat de opname in het bloed wezenlijk anders verloopt dan bij volwassenen en dat onjuiste dosering kan leiden tot resistentie voor het toegediende geneesmiddel. Financiering van onderzoek naar kinderen met aids komt echter moeizaam tot stand. Het ministerie van VWS stelt minder geld beschikbaar dan voorheen en het geld dat er is, gaat vooral naar onderzoek naar volwassen aidspatiënten, klagen de kinderartsen. Annemarie van Rossum, die vanaf 1997 landelijk onderzoek op onder meer farmacokinetisch gebied verricht, vat het dilemma als volgt samen: ,,Instanties als het Aidsfonds beschouwen mijn onderzoek als een medicijnstudie, die betaald zou moeten worden door de farmaceutische industrie. Maar voor de farmaceuten is de doelgroep te klein en de dosering te laag om mijn onderzoek economisch interessant te maken.'' Onderzoek naar de behandeling van aidskinderen in Afrika is economisch helemaal onrealiseerbaar. Een mogelijke uitweg uit de financiële impasse zou een ambassadeur van buitenaf kunnen bieden, denkt kinderarts Ronald de Groot. Een persoon van nationaal aanzien uit het bedrijfsleven of de politiek zou de vier betrokken partijen op één lijn moeten brengen; wie weet wat er mogelijk is op onderzoeksgebied naar aidskinderen als de nationale en internationale overheden, de wetenschap en de farmaceutische industrie de handen ineenslaan.

Nieuwe koers voor Festival Oude Muziek

Het Utrechtse Festival Oude Muziek wil in de toekomst een breder publiek bereiken door meer te doen aan 19de eeuwse muziek. Daartoe zal vanaf 2001 een `Orkest van de 19de eeuw' worden ingeschakeld, samengesteld uit concervatoriumleerlingen. Wellicht zullen Jos van Immerseel en zijn orkest Anima Eterna volgend jaar al muziek van Tsjaikovski uitvoeren. Naast muziek uit de 19de eeuw blijft ook werk uit de middeleeuwen, renaissance en barok op het programma staan. Het vernieuwde artistiek beleid wordt verder gekenmerkt door een minder strenge hantering van het begrip `authentiek', dat sinds de oprichting van het festival in 1981 aan de uitvoeringen ten grondslag lag. De uitvoeringspraktijk zal voortaan `historisch verantwoord' zijn, `waarbij musicologische kennis geen einddoel, maar wel vertrekpunt is.' Een `hedendaagse esthetiek' moet een ander publiek dan alleen gespecialiseerde liefhebbers gaan aantrekken. Het vertrek van programmeur Jan Nuchelmans, die deze zomer het festival na achttien jaar wegens meningsverschillen verliet, zal worden opgevangen door het inschakelen van externe deskundigen. Voor volgend jaar, wanneer de 250ste sterfdag van J.S. Bach wordt herdacht, zijn dat Jos van Veldhoven van de Nederlandse Bachvereniging, en de Amerikaanse luitist Joel Cohen. Directeur Casper Vogel ziet voor zichzelf een rol als `algemeen coördinator'. Het festival vraagt staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) voor de komende jaren om een subsidieverhoging van 278.000 gulden per jaar voor muziektheaterproducties, die samen met andere festivals zullen worden opgezet.

Jammer voor Nederland

Enige jaren geleden beklaagde een tolk die regelmatig optrad bij de behandeling van asielaanvragen door alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) zich erover dat menig ambtenaar zich zand in de ogen liet strooien. ,,Minderjarig, wat heet. Alleenstaand? Ja, ze komen hier alleen naar toe maar heus niet alleen omdat ze in hun eigen land kans op vervolging lopen.'' De tolk weigerde destijds pertinent met naam en toenaam met haar ervaringen naar buiten te komen. ,,Daar zitten de ambtenaren van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) niet op te wachten.'' Volgens Elsevier weten ama's de weg naar Nederland goed te vinden: ,,Vrijwilligers staan klaar om ze Nederlands te leren, er is zelfs een aparte stichting voor in het leven geroepen die zorgt voor speciale opvang en huisvesting.'' Terwijl het aantal `gewone' asielzoekers daalt, komen de ama's met zeshonderd per maand binnen (niet zelden via mensensmokkelaars) en wordt zelden iemand teruggestuurd terwijl ,,al jaren bekend is dat de speciale ama-regeling misbruik in de hand werkt van asielzoekers die sjoemelen met hun leeftijd (...). Acht op de tien doen ten onrechte een beroep op de aparte status van ama'', aldus Elsevier. Jammer voor het Nederlandse beleid maar dat zal, om de werkelijk nooddruftigen een veilig heenkomen te bieden, drastisch moeten worden bijgesteld. Jammer ook dat dat weer de nodige tijd zal kosten: ,,Zo worden de problemen alleen maar groter en kunnen de mensensmokkelaars blijven profiteren'', schrijft Elsevier.

RAGU DI LEPRE

Pappardelle con ragù di lepre is een Toscaans pastagerecht van duimbrede linten eierpasta, geserveerd met een ragù van hazenvlees waarvoor de taaiere stukken van het haas worden gebruikt. Het is een robuuste vleessaus die draagkrachtige pasta behoeft. Maak een flinke hoeveelheid ragù, serveer een gedeelte direct met pappardelle en vries de rest in om een andere keer lasagne mee te maken; het recept daarvoor volgt binnenkort. Bereiding: Week het eekhoorntjesbrood een uurtje in 1 dl water. Snijd uien, bleekselderij, peen en pancetta in kleine stukjes. Verhit op halfhoog vuur 35 gram van de boter en de olie in een stoofpan en braad hierin de hazenbouten rondom aan tot ze een kleurtje krijgen. Neem het vlees uit de pan en fruit in het achtergebleven vet uien, peen, bleekselderij, pancetta, salie en laurier gedurende 10 minuten op iets lager vuur. Fruit de kippenlevers de laatste 2 minuten mee. Doe de hazenbouten (plus het uitgelopen sap) terug in de pan, voeg de wijn toe en laat deze volledig inkoken. Voeg dan 4 1/2 dl bouillon, eekhoorntjesbrood en het weekwater toe en stoof alles in gesloten pan op laag vuur ruim 3 uur tot het vlees makkelijk van het bot loslaat; voeg zonodig nog iets bouillon toe. Neem het vlees van de botjes, snijd het met de draad mee in reepjes en vervolgens in korte stukjes; doe het terug in de pan. Proef of de ragù voldoende gezouten is en maal er peper bij. Verwarm in een hapjespan voor 4 personen ruim 3 keukensoeplepels ragù, de resterende boter en eventueel een scheutje room. (De kleine hoeveelheid stoofvocht die het hazenvlees begeleidt wordt niet gebonden, anders wordt het gerecht te zwaar.) Schep er van het vuur af 375-400 gram bijtgaar gekookte pappardelle door. Verdeel alles over voorverwarmde borden en strooi er geraspte parmigiano over.