Waar rook is, is vuur

Ruim 350 miljard sigaretten, een derde van de jaarlijkse mondiale export, komt officieel nooit ergens aan. ,,De smokkel van sigaretten is een serieus probleem'', zo staat het enigszins eufemistisch in een recent rapport van de Wereldbank. ,,Er zijn steeds duidelijker aanwijzingen dat de tabaksindustrie zelf soms direct, soms indirect betrokken is bij de smokkel'', zegt een tabaksexpert die meewerkte aan het rapport.

Flash, de tabakspeurhond van de Rotterdamse douane, heeft het in zijn eerste jaar goed gedaan. Zijn bijdrage aan het opsporen van de smokkel van tabaksproducten is volgens een woordvoerster van de douane ,,erg positief''. De speelse springer-spaniel krijgt er weldra vierpotige collega's bij. Voor de douaniers die op de Maasvlakte schepen en containers controleren is Flash een droomcollega: ,,Onlangs rook hij zelfs sigaretten in een container vol kaneel! Als beloning mag hij dan met een slof sigaretten spelen.''

De douane investeerde ook in een containerscan, die met röntgenstralen per uur vijf containers kan doorlichten. Het apparaat is sinds maart dit jaar operationeel, kostte dertig miljoen gulden en bleek een rendabele investering. ,,Je kunt stellen dat we gedurende de eerste zes maanden van dit jaar al bijna dertig miljoen gulden aan accijnzen hebben terugverdiend'', zegt de douane-woordvoerster. Begin september had de douane al beslag gelegd op 182 miljoen illegaal ingevoerde sigaretten, waarvan bijna honderd miljoen op de Maasvlakte. In heel 1997 ging het om 19 miljoen sigaretten, vorig jaar steeg dat naar 70 miljoen en dit jaar verwacht de douane ruim boven de 200 miljoen uit te komen.

De douane-woordvoerster benadrukt dat de scan en Flash pas hun nut bewijzen als men vooraf weet welke container een zeker `frauderisico' vormt. Volgend jaar passeren via de Rotterdamse haven naar verwachting zes miljoen containers. De douane wil en kan `slechts' 2,5 tot 5 procent van die goederenstroom controleren. Voor het uitkiezen van de `juiste' containers is een goede risico-analyse cruciaal. Sinds januari bestaat hiervoor het Centraal Punt Accijnzen, waar douane en FIOD samenwerken. Dit CPA specialiseert zich met name in tabaksfraude en vermoedt dat men is gestoten op het topje van een ijsberg. De grootste Europese doorvoerhaven voor tabak is concurrent Antwerpen, maar niettemin is ook het Rotterdamse havengebied een belangrijke overslagplaats voor de mondiale handel in sigaretten. Tegelijkertijd is Nederland met 110 miljard sigaretten na de Verenigde Staten de grootste exporteur.

Tabaksfraude wordt volgens de douane steeds belangrijker: ,,Zowel bij de belastingsdienst in Nederland als in andere Europese landen groeit het bewustzijn dat de smokkel van tabak steeds grotere vormen aanneemt.'' De reden spreekt voor zich: overheden halen hoge inkomsten uit de sigarettenverkoop. Een Europese richtlijn bepaalt dat minimaal 57 procent van de verkoopprijs van een pakje sigaretten uit accijns moet bestaan. Een pakje van twintig stuks kost nu 6,70 gulden. een prijs die bestaat uit een gulden BTW, 3,82 gulden accijns en 1,88 gulden voor producent en handel. Trudy Prins, directeur van de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro): ,,Nederland inde vorig jaar wel 3,5 miljard aan accijnzen op tabaksproducten. Maar bij elke illegale invoer van een container sigaretten loopt de Nederlandse schatkist – of vaker die van een ander land – inkomsten mis.''

Een gesmokkelde container sigaretten (maximaal tien miljoen stuks) is al gauw twee miljoen gulden aan ontdoken belastingen waard. Gesteld dat elk pakje sigaretten voor vier gulden op de zwarte markt wordt verkocht, dan loopt de nettowinst voor één container op tot een miljoen gulden.

De Europese Confederatie van sigarettenhandelaren (CEDT) schat dat `zwarte' sigaretten in Europa een marktaandeel van zo'n tien procent hebben, hetgeen neerkomt op 60 miljard sigaretten. In zuidelijke landen met een meer levendige straatcultuur is de verkoop ervan makkelijker, maar ook in noordelijke lidstaten van de Europese Unie vindt die rookwaar zijn weg naar de koper. Dat geldt zeker voor Groot-Brittannië, waar door hoge accijnzen een pakje shag ruim twintig gulden kost. De afgelopen jaren bewogen Britse tabaksproducenten hemel en aarde om de accijnzen te verlagen. De Britse overheid weigerde en kondigde onlangs antismokkelmaatregelen aan en trok daarvoor ruim honderd miljoen gulden uit. Dat lijkt veel, maar de smokkel van zowel shag als sigaretten naar Groot-Brittannië loopt de laatste jaren de spuigaten uit. De Britse schatkist liep vorig jaar alleen al 1,7 miljard pond aan accijnzen mis. Dit jaar wordt dat 2 miljard pond.

Luk Joossens, tabakexpert en consultant voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldbank, vermoedt hier een ,,geregisseerde campagne''. Volgens Joossens probeert de tabaksindustrie door het `faciliteren' van de smokkel de Britse overheid onder druk te zetten om de hoge accijnzen te verlagen naar het niveau van de rest van de Europese Unie. Het Wereldbank-rapport Curbing the Epidemic, governments and the economics of tobacco control stelt dat ,,smokkel op grote schaal overheden stimuleert om de belastingen laag te houden''. Het is volgens Joossens een taktiek die werkt: ,,In Canada werd in 1994 de prijs van sigaretten fors verlaagd, na een flinke stijging sinds het begin van de jaren negentig. Wat bleek? De Canadese tabaksindustrie had als reactie op de hoge prijzen massaal belastingvrije sigaretten geëxporteerd naar de Verenigde Staten, waar die zogenaamd bedoeld waren voor verdere export naar Rusland en Litouwen. Miljarden sigaretten werden illegaal Canada binnengesmokkeld. Het Canadese filiaal van Reynolds Tobacco heeft tijdens een proces toegegeven dat het betrokken was bij het opzetten van deze smokkellijn. Dat was de eerste keer en er werden eind vorig jaar veroordelingen uitgesproken. Reynolds betaalde ook een boete van 15 miljoen dollar wegens het ontduiken van accijnzen.''

Joossens wijst erop dat Britse tabaksproducenten als Rothmans, Gallaher, Royal Tobacco en BAT de laatste jaren gigantische hoeveelheden sigaretten naar het belastingparadijs Andorra exporteerden: ,,De export naar Andorra steeg van 13 miljoen pakjes in 1993 tot 1.520 miljoen pakjes in 1997. Zelfs de verkoop aan toeristen in aanmerking genomen, zijn dat hoeveelheden die de 60.000 inwoners van Andorra niet opgerookt krijgen.'' Volgens Joossens werden deze sigaretten vanuit Andorra via de buurlanden en België weer teruggesmokkeld naar Groot-Brittannië. Tegenwoordig zijn de routes verschoven naar landen als Cyprus en de Verenigde Arabische Emiraten. Joossens: ,,Hoe ingewikkelder de handelsroute, hoe moeilijker het voor opsporingsdiensten wordt.''

Het grote verschil in accijnzen lijkt een belangrijke oorzaak van smokkel te zijn. Dat is ook een van de belangrijkste argumenten van de grote producenten Philip Morris (o.a. Marlboro), Reynolds (o.a.Camel) en British American Tobacco (BAT, o.a. Lucky Strike). Maar Luk Joossens denkt dat accijnsverschillen niet de belangrijkste rol spelen: ,,Het is niet zo dat in de duurste landen de meeste smokkel voorkomt. In Europa behoren Spanje en Italië tot de goedkopere landen, maar zijn de percentages illegale sigaretten bijzonder hoog. In Scandinavische landen is het omgekeerd. In Oost-Europese landen is de prijs nog veel lager en toch zie je daar een enorm smokkelprobleem. Veel belangrijker voor de smokkel is de graad van corruptie binnen een land. Je ziet dat in landen als Georgië, Oekraïne en Rusland, waar de staat bijna niets meer controleert, veel smokkel is. In corrupte landen wordt alles gesmokkeld, dus ook sigaretten. De tweede factor die een grote rol speelt, is het distributiesysteem. Als je straatverkoop en markten niet controleert, heb je meer kans op zwarte handel in sigaretten.''

De smokkel van tabak binnen de Europese Unie kreeg vanaf januari 1993 een impuls door het wegvallen van de controles aan de Europese binnengrenzen en eerder nog door het opengaan van het IJzeren Gordijn. In heel Europa krijgen overheden en opsporingsinstanties hoe langer hoe meer in de gaten dat deze contrabande voor de georganiseerde misdaad een belangrijke bedrijfstak is geworden. Weinig risico, grote winsten. Trudy Prins van Stivoro: ,,Er hangt veel criminaliteit omheen.'' De tabaksfraude is momenteel de grootste fiscale schadepost voor de gehele Europese Unie. Bij de helft van de onderzoeken van de antifraudedienst (Olaf) van de Europese Commissie gaat het om illegale rookwaar. Prins: ,,Het is een internationaal goed georganiseerde bezigheid, waarbij de organisatie zich uitstrekt over soms wel tien landen.''

Volgens Prins valt het nu juridisch nog moeilijk te bewijzen, maar heeft het er alle schijn van dat tabaksproducenten de smokkel gebruiken als marketingstrategie om nieuwe markten te veroveren. ,,Bij Olaf is men hier van overtuigd.'' Het Wereldbank-rapport Curbing the Epidemic noemt de tabaksindustrie niet direct verantwoordelijk, maar toont volgens Prabhat Jha, projectleider bij de bank, wel aan dat ,,de tabaksindustrie de smokkel stimuleert''.

Bovendien profiteert de industrie rechtstreeks van smokkelpraktijken, stelt het rapport: `De beschikbaarheid van (goedkope – hvs) gesmokkelde sigaretten op een markt die tot dusver gesloten was voor bepaalde (trendy, Westerse – hvs) merken, zal helpen om de vraag naar die merken te verhogen en zo hun marktaandeel te verhogen'.

Tabaksproducenten richten zich steeds minder op Westerse markten en steeds meer op die in ontwikkelingslanden. De Wereldbank schat dat het leeuwendeel van de 80.000 tot 100.000 jonge mensen die dagelijks voor het eerst een sigaret roken, in een derdewereldland woont. China is een voorbeeld van zo'n interessante, maar gesloten markt. Weliswaar is China zelf de grootste producent ter wereld, maar een land waar op zijn minst dertig procent van de 1,5 miljard inwoners rookt en waar 61 procent niet gelooft dat tabak schadelijk is, dat is een belangrijke markt. Prins: ,,Uit interne documenten van Westerse producenten blijkt dat zij zich realiseren dat ze erg hun best moeten doen om een deel van de Chinese markt te veroveren. Voor reclame gelden in China allerlei restricties.'' Luk Joossens vult aan: ,,In China werd een verantwoordelijk personeelslid van BAT veroordeeld, omdat die betrokken was bij het exporteren van sigaretten van Hongkong naar Taiwan. De bootjes maakten echter rechtsomkeert naar Hongkong.''

Luk Joossens: ,,Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de industrie zelf soms direct, soms indirect betrokken is bij smokkel.'' Een berucht voorbeeld hiervan is het verhaal rond het schip de Sea Princess. In oktober 1997 werd voor de Spaanse kust de lading van dat schip, ruim 120 miljoen Winston sigaretten (R.J.Reynolds - hvs), in beslag genomen. De Winstons waren bestemd voor de zwarte markt. Rechercheurs die de zaak onderzochten, ontdekten dat de organisator van dit transport de Zwitser Michael Hänggl was. Hij is een van de grotere tabakshandelaren van Europa en al ruim tien jaar vaste klant van Reynolds. Ondanks het bekend worden van deze zaak en het feit dat Hänggl vorig jaar in The New York Times toegaf dat hij soms verkoopt aan handelaren die betrokken zijn bij smokkel, besloot R.J.Reynolds hem als klant te handhaven.

Joossens kent meer voorbeelden. ,,In Colombia, waar gesmokkelde rookwaar zeventig procent van de markt uitmaakt, begint binnenkort een proces tegen leidinggevenden van Philip Morris en BAT. Men verkocht daar sigaretten aan handelaren in taxvrije zones in Aruba en Panama. Die rookwaar kwam dan illegaal weer terug naar Colombia. Colombiaanse drugkartels kopen die taxfreesigaretten met narcodollars en gebruiken deze operaties om geld wit te wassen. De openbare aanklager in Colombia beschuldigt de grote producenten nu van betrokkenheid bij deze smokkel- en witwaspraktijken.''

Het is naar de mening van Joossens juridisch heel moeilijk te bewijzen dat de top van de tabaksindustrie zelf direct contacten onderhoudt met smokkelaars. ,,Wél blijkt uit documenten dat tabaksbedrijven voor hun marketing van een nieuwe sigaret uitgaan van de legale of illegale markt. Tot op een tiende van een procent nauwkeurig vermelden ze welk gedeelte van de markt in een land legaal is en welk deel illegaal.'' Een onderzoekscommissie van het Europese Parlement over transitfraude kon in 1996 echter geen enkel bewijs leveren van directe betrokkenheid van bedrijven. De commissie concludeerde wel dat het moeilijk te geloven valt dat de producenten zich altijd onbewust zijn van de illegale bestemming van hun producten. De Stichting Samenwerkende Sigarettenindustrie wil geen enkel commentaar leveren en verwijst naar de afzonderlijke producenten. Het klassieke argument van de tabaksproducenten is dat zij hun waar verkopen aan traders of handelshuizen, en dat vanaf dan hun verantwoordelijkheid ophoudt.

    • Hans van Scharen