Verwarden in de stad

Zelden ondervond Ireen van Ditshuyzen zoveel weerstand als bij het maken van Verwarring in de Stad, een prachtige documentaire over vier zelfstandig wonende psychiatrische patiënten in Amsterdam. Het kostte twee van haar redacteuren drie maanden telefoneren om hulpverleners te vinden die bereid waren mee te werken. ,,Het kon niet, het mocht niet, het zou de therapeutische relatie schaden.'' Uiteindelijk kreeg ze de meeste medewerking van advocaten, politie en huisartsen.

Psychiatrische patiënten zijn het best af als ze in staat worden gesteld als ieder ander in de stad te wonen, zo is al jaren de heersende opvatting in de psychiatrie. Dus verblijven duizenden patiënten in projecten voor `beschermd wonen' tussen niet-patiënten in steden.

Vooral in Amsterdam. Daar kampt 37 procent van de bevolking met psychische problemen, tegen 25 procent landelijk. Vorig jaar kregen 35.000 van de 720.000 Amsterdammers therapie en werden 4.000 Amsterdammers opgenomen in een psychiatrische kliniek, becijferde zorgregio Centrum/Oud-West/Noord. Zo'n vijfhonderd ex-patiënten wonen in sociale pensions, honderdvijftig zwerven rond op straat.

Hoe brengen de vier patiënten in de film het ervan af? Eric, spinnenfreak, weigert zijn medicijnen in te nemen en wordt steeds boosaardiger (,,Ik word gewoon door deze maatschappij afgekankerd''). Paul, een boom van een man, heeft last van ,,suïcidale gedachten'', maar kan diep genieten van een haring met uitjes. Regelmatig gaat hij met zijn stemmen naar zee om te schreeuwen tegen de doden.

Alle vier krijgen ze in de film te maken met de politie. Paul belandt weer eens met zijn suïcidale gedachten op het dak van een flat. Mik stopt haar kleren in bad, tegelijk met zichzelf om er `lentefris' weer uit te komen en gaat slechts gehuld in een cape naar de dokter. Eric stookt een vuurtje op het gras voor zijn huis en Eduard probeert met geweld zijn zaakjes op orde te krijgen. Eigenlijk vragen ze zo om hulp omdat ze het in hun eentje even niet meer redden. Eric: ,,Hij was heel aardig hoor, die agent. Alleen, ze zeggen dat ik geen boef ben. Dus willen ze me niet hebben. Want het liefst zit ik in kamertjes, opgesloten.''

De film bevestigt wat ook al bleek uit onderzoek: de organisatie van de psychiatrische hulp laat veel te wensen over. Jaren geleden filmde Van Ditshuyzen in psychiatrische klinieken als Bloemendaal in Den Haag en de Amsterdamse Valeriuskliniek. Toen maakte de psychiatrie een veel betere indruk op haar. ,,Er was lef. Je kreeg het idee dat het wel goed zou komen. Bij wat ik nu zie, denk ik: o mijn hemel, alles wat ze niet aankunnen sturen ze weg.'' Ze proeft een sfeer van algehele futloosheid. ,,Je ziet het al als je de gebouwen binnenkomt. De dode sanseveria's vliegen je om de oren.''

Volgens Van Ditshuyzen zou er iedere dag een hulpverlener bij zelfstandig wonende psychiatrische patiënten langs moeten gaan om te controleren of ze hun medicijnen innemen. Dan zou ook tijdig kunnen worden opgemerkt als het weer misloopt. Nu is het vaak te laat, zodat de politie moet ingrijpen.

,,De meeste patiënten willen echt heel graag zelfstandig wonen'', zegt Van Ditshuyzen. ,,Maar ze zeggen ook: mag het af en toe beschut. Daar moeten dan wel kamertjes voor zijn. En dan geen politiecellen – dat is niet menswaardig.''

Verwarring in de Stad, Ned.1, 22.31-23.36u.

    • Joke Mat