Stelsel sociale zekerheid inzet van conflict

Sociale partners en kabinet liggen met elkaar overhoop over de herziening van de sociale zekerheid. Waarover zijn ze het oneens?

Minister De Vries (PvdA) en staatssecretaris Hoogervorst (VVD) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen de bezem door de sociale zekerheid halen. Het bestaande stelsel, waarin werkgevers en werknemers fungeren als opdrachtgever van de uitvoeringinstanties en als bestuur van de arbeidsbureaus, heeft geleid tot hoge aantallen werklozen en arbeidsongeschikten die, eenmaal in een uitkeringssituatie beland, nauwelijks uitzicht hebben op werk.

Aanvankelijk was marktwerking het toverwoord in alle herzieningsplannen voor de sociale zekerheid. Door uitkeringsinstanties te privatiseren en de bemiddeling van uitkeringsgerechtigden naar een baan over te laten aan de markt, moest het sociale-zekerheidsstelsel goedkoper en doelmatiger worden.

De vorige minister van Sociale Zaken, PvdA'er Melkert, legde twee jaar geleden de grondslag voor de privatisering van de sociale zekerheid. Zijn opvolger en partijgenoot De Vries, oud-voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, kwam in maart van dit jaar met zijn plan voor een gedeeltelijke privatisering. Daarin werd het innen van premies en de betaling van uitkeringen aan de markt overgelaten, terwijl de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering in overheidshanden bleef.

Maar niemand was tevreden over dat model, Tweede Kamer noch sociale partners. Een `hybride' stelsel waarin geen duidelijke scheiding is tussen publiek en privaat zou alleen maar leiden tot het heen en weer slingeren van uitkeringsgerechtigden tussen verschillende instanties, die verantwoordelijkheden naar elkaar afschuiven, zo luidde de kritiek.

De Sociaal-Economische Raad ontwikkelde daarop een eigen model, waarin de uitvoering van de regelingen voor werkloosheid (WW) en arbeidsongeschiktheid (WAO) volledig in private handen kwam, inclusief de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering (zoals WAO-keuringen). Om verstrengeling van zakelijke belangen en een onafhankelijke beoordeling van het recht op een uitkering te voorkomen, stelden de sociale partners voor deze zogenoemde claimbeoordeling onder te brengen in een afgeschermd onderdeel van de private uitkeringsinstanties, dat onder publiek toezicht zou komen te staan.

Minister De Vries voelt er echter niets voor dat pakweg Achmea of ABN Amro straks WAO-keuringen zouden gaan doen. In zijn jongste plan, feitelijk een antwoord op de kritiek op zijn eerste plan, gooit hij het roer daarom volledig om en haalt hij de héle sociale zekerheid naar het publieke domein. De uitvoering van WW en WAO komt volledig in handen van het rijk. De bestaande uitvoerders gaan grotendeels op in het nieuw op te richten Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV), een nieuwe rijksdienst waar geen sociale partners meer aan te pas komen.

Voorts krijgt elke gemeente een Centrum voor Werk en Inkomen, `het ene loket' voor het aanvragen van een WW- of bijstandsuitkering en voor hulp bij het zoeken naar werk. Het Landelijk Instituut Werk en Inkomen (LIWI) gaat deze CWI's aansturen. Het krijgt een door de minister benoemd bestuur. De sociale partners krijgen samen met gemeenten een plek in de raad van advies van het LIWI.

De Tweede Kamer is nu tevreden, maar de sociale partners zijn woedend. Voorzitter De Waal van de vakcentrale FNV vindt zo'n `nietszeggend adviesraadje' veel te mager. Hij wil dat de sociale partners rechtstreeks invloed krijgen op zowel de Centra voor Werk en Inkomen als op de uitvoering van WW en WAO. Werkgevers en werknemers houden vast aan hun eigen model. Minister de Vries doet het SER-model echter af als ,,een gepasseerd station''.

De sociale partners dreigen nu op te stappen uit de besturen die nu nog de dienst uitmaken in de sociale zekerheid, zoals het LISV (Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, de opdrachtgever van de uitkeringsinstanties en beheerder van de sociale fondsen) en het CBA (Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening, de koepel van de arbeidsbureaus), twee organen die in het nieuwe kabinetsplan afgeschaft worden. Bovendien schorten werkgevers en werknemers het periodieke overleg met het kabinet op. Daarmee verdwijnen voorlopig twee belangrijke peilers van het poldermodel, dat stoelt op eendrachtige samenwerking tussen sociale partners en overheid in tripartite besturen en overlegorganen.

Als oud-SERvoorzitter verwacht De Vries waarschijnlijk dat de sociale partners wel zullen bijdraaien. Het poldermodel heeft wel vaker `deukjes' opgelopen. Politiek hoeft hij zich geen zorgen te maken, de paarse coalitie steunt immers zijn voorstel. Maar de sociale partners dwingen met hun offensief wel het kabinet te tonen wat het poldermodel de politiek waard is.

    • Jochen van Barschot