Sociale partners trekken samen op tegen kabinet

Sociale partners hebben het kabinet de wacht aangezegd. De coalitie houdt vooralsnog vast aan de eigen plannen voor de sociale zekerheid.

Het verzet kwam onverwachts en het verzet kwam te vroeg. Het kabinet is overvallen door de coalitie van werkgevers en werknemers tegen de herziening van de sociale zekerheid. En het kabinet is in de wielen gereden, omdat de voorstellen al op straat lagen voordat het interne beraad was afgerond.

In kabinetskring was er niet op gerekend dat de werkgevers zich samen met de werknemers tegen de voorstellen zouden keren. Er wordt hardop gesproken van `een gelegenheidsverbond' van sociale partners. De voorstellen bevatten met het vergroten van de marktwerking immers aantrekkelijke kanten voor de werkgevers. Voor werkgevers tellen op dit moment echter goede verhoudingen met de vakbeweging even zwaarder: er moet nog zoveel worden geregeld met de ,,vaste vijand'' en gesprekspartner-van-alledag. Rust op het arbeidsfront geldt in deze periode van CAO-onderhandelingen voor werkgevers als een zware prioriteit.

Hoe groot is de ruimte die het kabinet nog heeft om zijn plannen te wijzigen? Vooralsnog is die heel beperkt. Binnen de coalitie wordt gezegd dat de zaak politiek is ,,afgekaart'', ofwel dat er geen ruimte is voor een ander plan. De voorstellen zijn immers een zeer afgewogen compromis tussen de opvattingen van VVD (meer marktwerking) en PvdA (sterke overheidsbemoeienis), waarin ook coalitiepartner D66 zich uitstekend kan vinden.

De herziening van de sociale zekerheid wordt binnen de paarse coalitie ook gezien als een krachtproef. Het sentiment dat sociale partners op dit terrein minder bevoegdheden dienen te krijgen, is bij alle drie de partijen gelijkelijk aanwezig. Want had de parlementaire enquêtecommissie Buurmeijer begin jaren negentig niet geleerd dat de intensieve betrokkenheid van sociale parners bij bijvoorbeeld de WAO leidde tot een onbeheersbare groei van het aantal uitkeringen?

De speelruimte om de voorstellen te wijzigen wordt nog verder beperkt door de figuur van Klaas de Vries, de minister van Sociale Zaken. Hij maakt zich niet alleen sterk voor dit voorstel, maar hij heeft op dit terrein ook nog een bijzondere geschiedenis die hem parten speelt. De Vries zag als minister een eerder voorstel binnen de coalitie sneuvelen, omdat het als ,,hybride'' en ,,onuitvoerbaar'' werd gezien. En dezelfde De Vries steunde voor de vorming van Paars II als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad een eigen plan van sociale partners dat voorzag in een verregaande privatisering van de uitvoering. Het is moeilijk denkbaar dat De Vries voor de derde keer een bocht zal nemen.

Het huidige voorstel is ook met zware politieke regie binnen de coalitie tot stand gekomen.

De afgelopen weken werd tot drie maal toe in het torentje van premier Kok overleg gevoerd om tot overeenstemming te komen. Het was als zaak-vangewicht duidelijk een `bazenkwestie'. Wim Kok bemoeide zich er intensief mee en de fractieleiders van de coalitiepartners zaten er bovenop. Het afsluiten van een deal was zo dringend noodzakelijk dat de fractiespecialiste van de PvdA, Saskia Noorman-Den Uyl, er een buitenlandse reis voor moest afzeggen.

Het interne beraad nam ook zoveel tijd in dat minister De Vries een toezegging aan de CDA-fractie om de grootste oppositiepartij informeel op de hoogte te stellen van de voorstellen, niet doorging.

Bij de CDA-fractie hoorden ze nooit meer van de voorstellen totdat de vakbeweging er vorige week lucht van kreeg en met de werkgevers de alarmklok liet luiden.

,,Het poldermodel wordt opgeblazen'', zo klonk het onheilspellend. Binnen het kabinet vormde deze ontwikkeling aanleiding om de marsroute aan te passen. Het kabinet zag er vanaf om al een standpunt in te nemen, maar liet de voorstellen vooralsnog voor rekening van de bewindslieden van Sociale Zaken. Gehoopt werd dat de plannen op die manier door de sociale partners niet direct als een voldongen feit zouden worden gezien.

De manoeuvreerruimte voor het kabinet wordt verder nog beperkt, omdat juist de PvdA, die geldt als de natuurlijke partner van de vakbeweging, zeer tevreden is met de voorstellen van De Vries en zijn staatssecretaris Hoogervorst. De oproep van PvdA-fractieleider Melkert aan de vakbeweging om overleg te blijven voeren over de plannen, die `belangrijke elementen' bevatten, moet dan ook tegen deze achtergrond worden gezien.

De PvdA heeft al gekozen (voor de voorstellen), en wil de vakbeweging graag overtuigen van de juistheid van die keuze.

Vooralsnog rekenen de sociaaldemocraten erop dat de redelijkheid bij de vakbeweging terugkeert. En hopen ze er stiekem bij dat het gelegenheidsverbond van werknemers en werkgevers tussentijds uit elkaar valt. Van dreigementen zijn ze voorlopig niet onder de indruk: voor acties en demonstraties is de kwestie voor de achterban van de vakbeweging veel te abstract en te bestuurlijk. Het Haagse Malieveld blijft voorlopig nog wel even leeg, zo wordt aan het Binnenhof verwacht. Dreigen met bijvoorbeeld hoge looneisen zou de vakbeweging ook niet verder helpen, want dan zou snel een breuk met de werkgevers ontstaan.

De coalitie zal hardnekkig proberen weer met de sociale partners in gesprek te komen. Via de beste tradities van de overlegeconomie: overleggen, en nog eens overleggen. Minister de Vries verkeert in een uiterst lastige positie, maar hij weet zich tegelijkertijd in goed gezelschap. Oorlog voeren met de vakbeweging kunnen PvdA'ers uitstekend. Wim Kok had begin jaren negentig zijn clash over de WAO, Joop den Uyl tien jaar eerder zijn confrontatie over de Ziektewet.

Maar de geschiedenis leert ook dat met geestverwanten de strijd hoog kan oplopen, maar dat het `poldermodel' uiteindelijk toch bindt.