Brieven

Brieven

Het contrast kan bijna niet groter. Terwijl Menno Lievers betoogt dat de samenleving geen behoefte meer heeft aan geesteswetenschappers (12/12), stelde de Royal Bank of Canada in juli in een rapport dat het bedrijfsleven dringend verlegen zit om werknemers die hun talen spreken, complexe situaties kunnen duiden en zich in verschillende culturen kunnen bewegen. Wie heeft er gelijk? De Canadese bank heeft een achtkoppig team twaalf maanden lang empirisch onderzoek laten doen naar het soort werknemers dat bedrijven in 2020 denken nodig te hebben. Lievers’ beeld van de moderne manager op hardloopschoenen lijkt daarentegen vooral stereotiep. Een tweede verschil is dat het Canadese rapport over het belang van ‘vaardigheden’ spreekt: analyseren, argumenteren, jezelf in anderen verplaatsen. Als Lievers over Bildung naar negentiende-eeuws model spreekt, heeft hij het over iets anders. Ten onrechte denkt hij dat actievoerende geesteswetenschappers naar zulke ouderwetse Bildung terugverlangen. Zelfs wie het woord ‘Bildung’ op een spandoek verft, heeft waarschijnlijk meer affiniteit met skills dan met Wilhelm von Humboldt. Tot slot valt op hoe gesloten Lievers’ toekomstbeeld is. „We gaan een toekomst tegemoet zonder geesteswetenschappen aan de universiteit.” Dit soort voorspellingen klinkt al sinds de opmars van de natuurwetenschappen in de negentiende eeuw. Maar nog steeds melden studenten zich massaal voor studies als geschiedenis aan. Lievers heeft op één punt gelijk: het is goed als geesteswetenschappers zich bezinnen op hun toekomst, binnen én buiten de universiteit. Maar denken in dichtgetimmerde scenario’s, dat staat haaks op wat geesteswetenschappers hun studenten proberen bij te brengen.


hoogleraar geschiedenis van de geesteswetenschappen, Universiteit Leiden
    • Herman Paul