Publieke tranen

Huilen was iets voor kleine kinderen en vrouwen in de privé-sfeer. Een van de feministische kritiekpunten op de traditionele opvoeding luidde dat het jongetjes niet was toegestaan te huilen. Deze neiging moest zo vroeg mogelijk de kop in worden gedrukt, opdat zij echte mannen zouden worden. Echte mannen, dat weet iedereen, tonen hun verdriet niet. Vrouwen en per implicatie meisjes bezitten een veel grotere vrijheid tot expressie van hun emoties. In de moderne wenken voor de opvoeding van kinderen tot `complete mensen' kom je dan ook nog steeds waarschuwingen tegen om huilende jongetjes in hun waarde te laten en dit gedrag niet als kinderachtig en al helemaal niet als meisjesachtig te betitelen. Net als de keukenkastjes-soppende man vormt de huilende man binnen het vulgair-feminisme een mythisch ideaalbeeld. De man moet vochtiger, daar komt het eigenlijk op neer.

In de dagelijkse praktijk van het opvoeden houdt het respect voor tranen geen stand. Niet voor die van jongens, maar ook niet voor die van meisjes. Mijn Pavlov-reactie op mijn eigen huilende kinderen (ongeacht de sekse) was en is bijna altijd: `Hou daar onmiddellijk mee op!' Dat komt doordat de meeste kindertranen niet uit verdriet voortvloeien, maar uit pijn, frustratie en vooral woede. Voor een geschaafde knie of een tand door de lip heb je als ouder een bepaalde standaard in je hoofd voor het onvermijdelijke gehuil. Na het troosten, het schoonmaken van de wond, het plakken van pleisters met vrolijke opdruk, het kusjes geven, moet het maar weer eens over zijn. Het overgrote deel van de huilpartijen is een rechtstreeks gevolg van woede omdat het kind ergens in wordt gedwarsboomd. Ze wil bijvoorbeeld naar de tv kijken, maar ze moet in bad. Hij zoekt zijn vulpen, maar kan hem niet vinden in de rotzooi op z'n kamer. Hij probeert een lego-contraptie in elkaar te zetten, maar krijgt het niet voor elkaar. Ze hebben ruzie, ze zijn moe en het loopt op schreeuwen en huilen uit. Honderden van dit soort onbedaarlijke huilbuien heb ik meegemaakt met altijd weer hetzelfde patroon: er zal toch eerst moeten worden gestopt met huilen, voordat er een soort oplossing voor het probleem kan komen. Huilen is het etaleren van machteloosheid en wie zich daaraan overgeeft, maakt het voor zichzelf alleen nog maar erger. In de ontwikkeling van afhankelijkheid naar zelfstandigheid past het daarom een rem op het huilen te zetten, zowel voor jongens als voor meisjes.

Ook de tranen van volwassenen worden in de eerste plaats met verdriet geassocieerd, terwijl gemoedsgesteldheden als woede, frustratie, algehele weltschmerz en sentimentaliteit hier onontwarbaar mee zijn verbonden. Maar de kern blijft altijd machteloosheid, het onvermogen om de omgeving naar je hand te zetten. Mensen huilen om zichzelf, ze huilen over hun eigen lijden. Vandaar ook de traditionele connectie tussen tranen en kinderen/vrouwen. Geen emotionele expressie maar eenvoudige machteloosheid. Het merkwaardige is nu dat de publieke tranen van Karin Adelmund door velen welwillend werden gadegeslagen, omdat schijnbaar de mens achter de politica tevoorschijn kwam. Kinderen huilen omdat hun knutselwerkjes mislukken, Adelmund huilt omdat haar zwarte-scholenbeleid minder enthousiasme ontmoet dan zij vindt dat het verdient. Kinderen huilen tenminste nog om hun eigen falen, Adelmund huilt naar eigen zeggen om percepties (niemand ziet hoeveel die allochtone kinderen bereikt hebben in vergelijking met hun ouders), wat natuurlijk een bespottelijke reden is voor tranen, maar hij klinkt ontegenzeggelijk nobeler dan machteloosheid of frustratie.

Erger dan de rechter die moest huilen onder het vonnissen van een seksuele delinquent, waarbij hij aan zijn eigen kinderen dacht, was de NOS die dit incident nieuwswaardig genoeg vond om er het Journaal mee te openen. Onthulling: emotionele uitglijer toont menselijkheid van rechter aan. Nou, daar kijken we van op. Jammer genoeg zegt publieke huilbereidheid niets over de kwaliteit van iemands gevoelsleven, alleen iets over zijn onmacht.

    • Beatrijs Ritsema