EU-defensie is vooralsnog papieren tijger

Sinds de oorlog in Kosovo is de discussie binnen de Europese Unie over een eigen defensiemacht in een stroomversnelling geraakt. Complicaties doemen echter op. Nederland kijkt dan ook met scepsis toe.

De Europese Unie snelt met grote stappen af op een eigen militaire organisatie. In de praktijk zal die echter voorlopig als slechts een papieren tijger in een Brussels kantoorgebouw huizen. Javier Solana, het kersverse hoofd van de EU-diplomatie, vindt daarom dat de EU geloofwaardigheid verliest als de EU-lidstaten geen geld uittrekken voor een militair apparaat dat daadwerkelijk kan optreden bij crisissituaties.

Nederland kijkt bij deze ontwikkeling met scepsis toe. Minister Frank de Grave (Defensie) heeft gezegd dat ,,we nog lichtjaren'' zijn verwijderd van een grootschalige Europese militaire operatie buiten het kader van de NAVO. Premier Kok heeft aangekondigd dat Nederland niet meer geld voor defensie zal uittrekken.

De Nederlandse houding zal volgens Brusselse diplomaten niet verhinderen dat de Europese regeringsleiders volgende maand tijdens de top in Helsinki ingrijpende besluiten over het EU-veiligheidsbeleid zullen nemen. Zelfs in de ogen van Deense diplomaten, die als het om buitenlands- en veiligheidsbeleid gaat gewend zijn aan de rol van het buitenbeentje in de EU, verkeert Nederland met zijn sceptische houding in een geïsoleerde positie.

De regeringsleiders willen in de Finse hoofdstad beslissen over een interim-comité voor politieke en veiligheidszaken en een interim-militair comité, die beiden in maart volgend jaar aan de slag moeten gaan. Over de taken en bevoegdheden van deze comité's is nog geen overeenstemming. Nederland wil hun positie in het Verdrag van de EU vastleggen. Maar de meeste EU-lidstaten voelen daar niet voor. Ze denken dat een Europese militaire capaciteit voor het uitvoeren van vredesoperaties ook tot stand kan komen zonder moeizame onderhandelingen over verdragsteksten. De verhouding van de EU-defensie tot de NAVO, die Nederland ook in het EU-verdrag wil vastleggen, wordt waarschijnlijk een zaak die Solana van de regeringsleiders mag regelen.

Diplomaten in Brussel veronderstellen dat de druk om besluiten over defensie te nemen zal verminderen als de herinnering vervaagt hoe Europa bij het optreden in Kosovo geheel afhankelijk was van de Verenigde Staten en er bovendien geld op tafel moet komen. Gisteren in Luxemburg hebben de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van de West-Europese Unie (WEU) de resultaten gekregen van een onderzoek naar wat de Europese defensie allemaal tekort komt voor het uitvoeren van vredesoperaties.

De Europese defensie is volgens de regels van de Koude Oorlog nog voornamelijk gericht op het verdedigen van het eigen grondgebied en heeft geen apparaat om snel bij een crisis in te grijpen. De bestaande militaire samenwerking van Europese landen naast de NAVO zoals het Eurocorps (Frankrijk, Duitsland, Spanje, België en Luxemburg) of het Duits-Nederlandse legerkorps, is ongeschikt voor de taken van een snelle interventiemacht.

Het probleem in Europa is dat veel landen verschillend defensiemateriaal van nog altijd bij voorkeur nationale industrieën willen kopen. De herstructurering van de defensieindustrie, zoals die zich in de Verenigde Staten na de Koude Oorlog heeft voltrokken, is in Europa nog altijd beperkt. Onlangs nog besloot Frankrijk af te haken bij een project voor gepantserde transportvoertuigen, zogenaamde `slagveld-taxi's'. Groot-Brittannië maakt nu samen met Duitsland een voertuig en Frankrijk maakt een eigen taxi. Dat drijft de kosten van voertuigen op.

Solana, die behalve hoofd van de EU-diplomatie sinds gisteren ook secretaris-generaal van de WEU is, meent daarom dat een aantal EU-lidstaten geld kan vrijmaken voor de nieuwe Europese defensie door efficiënter materieel te kopen. Maar andere landen zullen niet kunnen ontkomen aan verhoging van hun defensiebegrotingen als zij willen dat de EU ooit in staat zal zijn om met militaire middelen vredesoperaties uit te voeren zonder geheel (via de NAVO) afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten. Ook na herhaald aandringen weigert Solana te zeggen welke landen dat zijn.

De Europese regeringsleiders zullen van Solana in Helsinki naast het regelen van de betrekkingen tussen een EU-defensie en de NAVO (waarvan hij ex-secretaris-generaal is), waarschijnlijk ook vragen om te organiseren dat een deel van de WEU naar de EU overgaat. Ook dat heeft nogal wat haken en ogen. NAVO-landen als Turkije en Noorwegen zijn geen lid van de EU, maar wel geassocieerd lid van de WEU. Van hen zal worden gevraagd te aanvaarden dat de garantie van wederzijdse bijstand in het WEU-verdrag een dode letter wordt. Aan de andere kant wordt door niet de gehele WEU in de EU te laten opgaan, de bezwaren weggenomen die de neutrale EU-lidstaten Ierland, Oostenrijk, Zweden en Finland hebben tegen de verplichting van WEU-leden elkaar militair bij te staan.

Over de praktische uitvoering van de Europese defensie-aspiraties bestaat nog veel onduidelijkheid. Dat heeft veel te maken met de uiteenlopende drijfveren van de EU-lidstaten. De Britse premier Tony Blair ziet de Europese defensiediscussie als een manier om zijn land als niet-deelnemer aan de euro, toch een belangrijke rol binnen de EU te laten spelen. Hij wil dat echter niet los doen van de NAVO. Frankrijk wil echter juist dat de EU met een eigen defensie meer dan een economische macht wordt. Het ziet echter wel in dat de EU voorlopig niet zonder Amerikaanse militaire middelen kan opereren.

Vragen over de omvang van de taken voor een militaire macht van de EU, over de kwestie of de NAVO moet bepalen welke crisisinterventie de EU alleen op zich kan nemen of wat er moet gebeuren als zo'n Europese interventie uit de hand loopt, ze zijn allemaal nog niet aan het begin van een beantwoording. Diplomaten van verschillende EU-lidstaten denken daarom dat de EU op afzienbare termijn niet in staat zal zijn om een crisis-operatie zoals in Kosovo alleen uit te voeren. Een taak als het orde scheppen in een chaotisch Albanië zou het maximum zijn dat een EU-macht alleen aan zou kunnen.

    • Ben van der Velden