Top honderd van dure en `preisrechte' kunstenaars

In het boek Atlas van schilder Gerhard Richter staat, ergens in een hoekje, een strookje foto's waarop drie jongens zijn te zien. Typische studentenfoto's zijn het; het drietal heeft zichzelf in een pasfoto-hokje gepropt en trekt gekke bekken voor de camera. De linker van de drie is onherkenbaar, maar schijnt de schilder Blinky Palermo te zijn, de andere twee zijn zijn studiegenoten Gerhard Richter en Sigmar Polke - jolig, vol bravoure en verwachting. Nu, zo'n veertig jaar later, is Blinky Palermo overleden en zijn Richter en Polke door het Duitse tijdschrift Capital tot de twee belangrijkste kunstenaars van de wereld uitgeroepen. Het maakt dat strookje ontroerend en het geeft meteen aan hoe triviaal zo'n lijst is.

Dat neemt niet weg dat de Capital-top honderd, die ieder jaar in november verschijnt, zo'n lijst waar je uren naar kunt turen. Dat komt mede doordat de lijst niet op `artistieke merites' is samengesteld, maar op het aantal tentoonstelling van- en tijdschrift-artikelen over een kunstenaar die in de toonaangevende musea en bladen zijn verschenen. Als populair economisch tijdschrift stelt Capital de lijst vooral op om zijn lezers te informeren welke kunstenaars de beste investering vormen, wat de lijst een redelijk `onafhankelijke' status geeft. Om daarover te kunnen oordelen wordt niet alleen de top honderd afgedrukt, maar wordt ook van iedere kunstenaar genoteerd of zijn status de gemiddelde prijs van zijn werk rechtvaardigt. Daarvoor krijgt iedere kunstenaar een kwalificatie als `preisrecht', `günstig' of `teuer' mee. De Capital-top tien van 1999 luidt als volgt:

1) Sigmar Polke (Dtsl.)

2) Gerhard Richter (Dtsl.)

3) Bruce Nauman (VS)

4) Rosemarie Trockel (Dtsl.)

5) Georg Baselitz (Dtsl.)

6) Cindy Sherman (VS)

7) Christian Boltanski (Fr.)

8) Ilja Kabakov (GOS)

9) Günther Förg (Dtsl.)

10) Pipilotti Rist (Ch.)

De opmerkelijkste verandering op de lijst is dat Bruce Nauman. die zeven jaar op nummer een stond, nu door de twee Duitse schilders is verdrongen. Bijna even opvallend is de binnenkomst op tien van de 37-jarige Pipilotti Rist, die daarmee `kanonnen' als Richard Serra (11), Bill Viola (17), Anselm Kiefer (25) en Jeff Koons (40) ruimschoots passeert. Rists opkomst markeert meteen de doorbraak van de generatie `airport-artists': jonge kunstenaars die over de hele wereld van tentoonstelling naar tentoonstelling vliegen; onder hen ook Douglas Gordon (18), Carsten Höller (24) Olafur Eliasson (37), Gabriel Orozco (49) en Rirkrit Tiravanija (65). Als we Capital mogen geloven zijn zij de kunstenaars van de toekomst; de prijzen voor hun werk zijn zonder uitzondering `sehr günstig'.

Hoe relatief die roem (en de Capital-lijst) is blijkt lager op de lijst, waar last years model Matthew Barney nog slechts op 72 staat (`preisgerecht') en Damien Hirst, een van de belangrijkste kunstenaars van dit decennium, zelfs op 97 is terug te vinden. Bij Barney wreekt zich de hype van een paar jaar geleden, bij Hirst het zich dat hij weinig exposeert en dat bijna al zijn grote werken zich bij een verzamelaar (Charles Saatchi) bevinden.

Met zijn kwalificatie `sehr teuer' staat Hirst echter meteen op hetzelfde niveau met kanonnen als Frank Stella, Robert Rauschenberg en Jasper Johns. Van de laatste moet een `gemiddeld werk' volgens Capital zo'n 1,6 miljoen mark kosten – en dan staat hij maar op 43.

Een dergelijke status lijkt voor Nederlandse kunstenaars voorlopig niet weggelegd. Er staat geen enkele Nederlander meer in de lijst – noch Karel Appel, noch Marlene Dumas, noch Inez van Lamsweerde. De enige Nederlandse die in de begeleidende artikelen genoemd wordt is Rineke Dijkstra, op het lijstje met `jong talent'. Maar voorlopig staat ze nog op 145.

Capital is in Nederland slechts sporadisch te verkrijgen, in Duitsland te koop bij iedere kiosk. De top honderd is ook te vinden op Internet: www.capital.de/kunstkompass/

    • Hans den Hartog Jager