`Toktoktóóók en zuurkool voor arme Belgen'

Jaarlijks kopen Belgische klanten van Delhaize extra boodschappen voor arme landgenoten. ,,Hoe armer de mensen die boodschappen doen, hoe meer ze geven'', zegt een vrijwilligster van de Voedselbank.

,,Ziet u die gesoigneerde mevrouw bij kassa 6 met haar volle kar? Ik wil wedden dat ze niets geeft.'' De vrijwilligster van de Belgische Voedselbank staat al sinds 1994 tijdens de jaarlijkse voedselinzamelingsweek bij de uitgang van een Delhaize-supermarkt, zeg maar de Albert Heijn van België, om klanten te bedanken die een zak levensmiddelen voor de armen doneren. Zij draagt een sticker op haar jas van een lepeltje dat in de knoop zit – het symbool van de voedselactie van dit jaar, die tot en met woensdag bij alle 365 Delhaize-filialen in België loopt.

Met zo'n 7.000 andere vrijwilligers `bewaakt' zij deze week ook de grote bruine kartonnen dozen waarin de gedoneerde pakken koffie, spaghetti, koekjes en ingeblikte worsten worden ingezameld, tegen diefstal. Vorig jaar haalde de Voedselbank bijna 750 ton op, dit jaar – de negende keer dat de inzameling wordt gehouden – gokt zij op 950 ton. De vrijwilligster is zelf van goede komaf, maar dat belet haar niet om in het Brusselse filiaal op de Terkamerenlaan het onvermijdelijke te constateren: ,,Hoe armer de mensen die bij Delhaize boodschappen doen, hoe meer ze geven voor de écht armen. In deze gegoede buurt zamelen we relatief minder in dan in volksbuurten.''

Deze maatschappelijke observatie strookt aardig met de macro-economische feiten. België hoort tot de landen waar relatief heel weinig armoe heerst. Met een breed uitkeringensysteem slaagt het land erin om zijn welvaart redelijk te verdelen. Maar uit een rapport van het Centrum van Sociaal Beleid van de Universiteit van Antwerpen (CSB), dat in mei dit jaar uitkwam, blijkt dat de kloof tussen rijk en arm hier net als in andere Europese landen langzaam groeit.

In 1985 werd zes procent van de huishoudens als `arm' beschouwd, in 1997 was dat 7,7 procent. ,,Die groei'', zegt Rudi van Dam van het CSB, ,,zit 'm vooral in twee sectoren. Er zijn meer allochtonen. En meer eenoudergezinnen, die het met één in plaats van twee uitkeringen gewoon niet rooien.'' Een gewone werkloosheidsuitkering in België bedraagt 21.000 frank, zo'n 1.200 gulden.

De meeste mensen die in de Terkamerenlaan boodschappen doen, hebben geen idee aan wie ze het eten doneren. ,,Ik geef elk jaar'', zegt een middenklassevrouw die net een zak eten in de doos van de Voedselbank heeft gelegd. ,,Vooral kindervoeding, want ik ben net oma geworden. Arme kinderen die niets te eten hebben, daar kan ik niet tegen. Maar welke kinderen dat zijn, geen idee.''

Een andere klant, die evenmin haar naam wil geven, weigert aan de actie mee te doen omdat ,,Delhaize er meer aan overhoudt dan de armen''. Dat Delhaize zijn hogere inkomsten deze week deels weer uitgeeft aan extra vakkenvullers, en gratis trucks ter beschikking stelt aan de Voedselbank om het ingezamelde eten bij de armen te krijgen, overtuigt haar maar matig. ,,Ik zal er nog eens over denken'', zegt ze, legt voor zichzelf een stuk brie in haar karretje en wiebelt weg op haar laklaarsjes.

Een heer loopt langs de schappen, en stopt een blik zuurkool in de speciale plastic zak van de Voedselbank die elke klant gedurende de actie bij de ingang van de supermarkt krijgt overhandigd. Hij doet het uit ,,egoïsme'': het voelt goed om te kunnen zeggen dat je wat gegeven hebt. De Delhaize-actie leeft sterk in België. Mensen praten met elkaar over wat ze gegeven hebben. ,,Dat er straks een arme Belg míjn zuurkool opeet, stelt mijn geweten gerust. Wij geven al zoveel aan arme landen, het is heel goed dat er een organisatie is die aandacht heeft voor onze eigen armen.''

Maar of zijn blik werkelijk door een arme Belg zal worden opengetrokken, is de vraag. ,,Twintig procent kans'', schat Bernadette

Daems van Société de Saint-Vincent-de-Paul, een kerkelijke liefdadigheidsorganisatie, die in een garage in de Brusselse achterbuurt Schaerbeek voedselpakketten voor de armen samenstelt. De Société deelt hier het eten uit dat de Voedselbank verzamelt. Chocolaatjes van Sabena, theezakjes en gedeukte blikken soep van fabrikanten, en de bonte verzameling levensmiddelen die klanten van Delhaize deze week doneren. ,,Tachtig procent van de mensen die hier eten komen ophalen, zijn buitenlanders. Vooral vluchtelingen en sans-papiers. Arme Belgen schamen zich om hier te komen. Ze zijn bescheiden. Ze verbergen zich.''

Daems, een afgekeurde verpleegster die het zelf nooit breed heeft gehad, werkt al jaren full-time als vrijwilligster voor de Voedselbank. Frankrijk, zegt zij, was het eerste land in Europa dat eind jaren tachtig het Amerikaanse idee van de Food Bank overnam. Nu zijn er acht Europese landen die Voedselbanken hebben – vooral de zuidelijke landen, waar de sociale zekerheid mensen minder beschermt tegen armoede. ,,Vroeger kregen we hier dertig, veertig klanten per dag. Belgen. Nu zijn het er 130, vooral buitenlanders. Het enige nadeel is dat die soms eten weggooien omdat ze het niet lusten''.

In het voorste gedeelte van de garage zitten de armen op houten banken op hun beurt te wachten. Ook de sans-papiers onder hen hebben een briefje van de Sociale Dienst, waarop staat hoeveel hun gezin per dag te besteden heeft: uitkering of toelage minus de vaste lasten. Tweemaal per maand mogen ze hier eten komen ophalen. De meesten komen uit Kosovo, maar er zijn ook Armeniërs, Turken en Ecuadoranen. Hava Savjaj, die deze zomer clandestien uit Kosovo naar België kwam ,,omdat wij allen weten dat België een gastvrij land is'', kan voor zichzelf en haar vier kinderen 120 franc per dag aan eten besteden. Waar haar man is, weet ze niet: ergens in Kosovo.

,,Wilt u kip of vis?'' vraagt de bejaarde Belg die haar uit een lijst met beschikbare voedingsmiddelen laat kiezen. Savjaj spreekt een beetje Frans. Maar de Tsjetsjeen die na haar aan de beurt is, begrijpt de vraag niet. ,,Wilt u toktoktóóók?'' imiteert de vrijwilliger dan een kip. Voor `vis' maakt hij zwemgebaren.

,,Toktoktok'', antwoordt de Tsjetsjeen opgelucht. Terwijl hij wegloopt om zijn doos eten in ontvangst te nemen, vraagt de vrijwilliger zich af hoe hij de arme drommel in vredesnaam ooit moet uitleggen wat `zuurkool' is. ,,Als je het blik op tafel zet, begrijpt hij het waarschijnlijk nog niet.''

    • Caroline de Gruyter