Onderzoek dode dakloze levert niets op

Een TNO-onderzoek in de zaak van de dood van dakloze A. van Driel op de stoep van het Amsterdamse politiebureau Warmoesstraat heeft niets opgeleverd. Het gerechtelijk vooronderzoek is hiermee afgerond.

De 48-jarige Van Driel kwam in september 1997 om het leven, nadat hij — waarschijnlijk hardhandig — door drie agenten was verwijderd uit bureau Warmoesstraat. De drie agenten gelden sindsdien als verdachte. De dood van de dakloze leidde tot veel commotie. De politie kreeg kritiek omdat in eerste instantie bekend was gemaakt dat Van Driel door een ongelukkige val was overleden waarbij het verwijderen door de agenten was verzwegen. De politie moest hierop terugkomen toen de agenten werden gearresteerd. Dat leidde echter weer tot een korte staking in bureau Warmoesstraat uit onvrede met het handelen van justitie. De agenten vonden dat hun collega's te lang in voorarrest zaten.

Nu het gerechtelijk vooronderzoek is afgerond zal justitie volgens persofficier S. de Klerk beslissen of de drie agenten strafrechtelijk vervolgd worden en wat ze dan ten laste wordt gelegd. Daarbij zijn doodslag, dood door schuld en het achterlaten in een hulpeloze toestand de mogelijkheden. Een jaar geleden zei de Amsterdamse hoofdofficier van justitie H. Vrakking al dat wat justitie betreft de zaak ,,helder'' was en dat de agenten vervolgd zouden worden. ,,Vier getuigen hebben gezien dat de man niet uit zichzelf is gevallen'', zei Vrakking een jaar geleden.

De advocaten van de agenten wilden echter nog dat TNO een computersimulatie zou uitvoeren, die wellicht kon aantonen dat Van Driel niet is geduwd maar is gevallen. Maar volgens advocaat A. Röttgering heeft het onderzoek niets aangetoond. Justitie zal daarom op de getuigenverklaringen moeten afgaan, maar die zijn volgens Röttgering ,,heel divers''.

Het onderzoek heeft meer dan twee jaar geduurd. De gebeurtenis is eerst in een studio in Almere gereconstreerd, daarna eisten de advocaten het TNO-onderzoek maar dat werd aanvankelijk geweigerd door de rechter-commissaris. Pas in december 1998 gaf hij hiervoor toestemming. De agenten zijn weer aan het werk. De agenten zijn gewoon weer aan het werk. Hoofdcommissaris J. Kuiper heeft zich in de zaak vooral opgesteld als werkgever en de agenten gesteund, ondanks dat hij bij het lezen van het eerste dossier ,,zich zorgen maakte'' over wat er gebeurd zou zijn. Kuiper wil tegen de agenten geen tuchtrechtelijke maatregelen nemen, zolang het strafrechtelijk onderzoek loopt.