Museum in Athene vertraagd

In Engeland is de teruggave van de Elgin Marbles aan Griekenland niet langer taboe. Maar de eerste paal van het museum in Athene, waar de beelden van het Parthenon zouden moeten ondergebracht, moet nog worden geslagen.

De Elgin-Marbles, de sculpturen van de Atheense Parthenontempel die in 1801 door Lord Elgin van de toenmalige Turkse heersers werden gekocht en in het British Museum terechtkwamen, staan de laatste tijd weer volop in de belangstelling. Van wijlen Melina Merkouri, de Griekse minister van cultuur, die de teruggave aan haar vaderland opeiste, mogen ze zo niet eens worden genoemd. Het gaat om `de marmerstukken van de Akropolis'.

President Clinton heeft afgelopen weekeinde Griekse sympathie gewonnen maar Engelse irritatie opgewekt met zijn betuiging dat, als het aan hem lag, de sculpturen al zouden zijn teruggestuurd. Belangwekkender is dat de stemming in Engeland zelf aan het omslaan lijkt te zijn. Daar was bij opinie-onderzoek de laatste tijd al een meerderheid voor teruggave. Nu begint ook de pers andere geluiden te laten horen.

Eén van de sterkste argumenten tegen zo'n teruggave was altijd dat de sculpturen in Londen veel beter zijn bewaard dan wanneer ze op de Akropolis gebleven zouden zijn. Alles wat daar sinds 1801 aan weer en wind heeft blootgestaan is gruwelijk door luchtvervuiling aangetast en wordt nu ook naar een museum gebracht. Maar het Britse argument wordt de laatste jaren een beetje ondergraven door onthullingen over de behandeling waaraan ze in het British Museum hebben blootgestaan. Daarover heeft de historicus William Saint Clair letterlijk een boek opengedaan in zijn nu ook in het Grieks vertaalde Lord Elgin and the marbles. Hierin brengt hij onder meer de pogingen van Lord Duveen in herinnering terug om in de jaren dertig de sculpturen schoon te boenen met metalen borstels. Deze pogingen hebben enkele stukken onherstelbaar beschadigd, maar waren al gauw weer vergeten.

Maar het Britse tijdschrift Minerva kwam onlangs met een relaas waaruit bleek dat de ingreep van Lord Duveen slechts het slotakkoord was van een lijdensgeschiedenis waarin steeds weer nieuwe schoonmaakpogingen de gevolgen van de vervuiling binnen het museum ongedaan moesten maken. Deze vervuiling was het gevolg van de verwarming met steenkool van dit bouwwerk en, indirect, van de Londense mist.

Al deze aantijgingen hebben de directie van het museum genoopt, eind van deze maand een symposium te organiseren waarbij het probleem van alle kanten zal worden belicht. Daar zal ook een Griekse deputatie verschijnen die tevoren voor het eerst ter plaatse expertise heeft mogen verrichten en met een somber rapport van 100 bladzijden naar Griekenland terugkeerde.

De voorstanders van teruggave werden vorige maand verblijd met nog meer argumenten. Het bleek dat op gezette tijden — liefst vijftig keer per jaar — in de zaal van de sculpturen (nog steeds de Duveen-Hall) `feesten' worden gehouden met het doel, gelden voor het museum binnen te halen. Het bedienend personeel en soms ook de bezoekers zijn uitgedost in Griekse gewaden, er is klassieke, folkloristische en jazzmuziek. De directeur van het museum, Andrew Hamilton, vindt dat er niets kwaads insteekt en zegt dat veel musea op deze manier aan hun geld komen. Maar de krant die met de onthulling kwam, The Guardian, zag er reden in om in een opinie-artikel te stellen dat ,,het museum de Elgin-marbles moet verliezen''. Er moeten kopieën voor in de plaats komen ,,waaruit wijnvlekken makkelijk kunnen worden verwijderd''.

Het artikel bevatte een opmerkelijke vergissing. Het verkondigde dat er in Athene al een museum klaar staat waarin de originelen meteen kunnen worden geherbergd. Dit nu is alleen een droom. Voor de verwerkelijking van die droom uit de jaren tachtig van Melina Merkouri moet de eerste steen nog worden gelegd. Slechts de locatie is bekend: het terrein van de oude Gendarmerie in de wijk Makroyanni op enkele honderden meters van de ingang van de Akropolis.

In 1990 wonnen twee Italiaanse architecten, Manfredo Nicoletti en Lucio Pasarelli de prijsvraag voor een ontwerp van dit museum. Veel critici, vooral Griekse, vonden het veel te omvangrijk, maar voor die klacht hebben ze inmiddels geen reden meer. Moeizame onteigeningsprocedures en allerlei technische problemen hebben veroorzaakt dat de grootte van het project, aanvankelijk berekend op 45.000 vierkante meter, in verschillende fasen is teruggebracht tot 14.000 vierkante meter.

De genadeslag gaven de belangrijke archeologische vondsten die op het terrein werden verricht, het schrikbeeld van zo menige bouwondernemer in deze stad. Het gaat om de resten van een compleet stadsgedeelte uit de 6de en 7de eeuw na Christus, een periode waaruit weinig bekend is over de Atheense geschiedenis. De opgravingen mogen nog tot mei volgend jaar doorgaan, en besloten is de vondsten gedeeltelijk in het museumgebouw te incorporeren.

De twee architecten hebben al te kennen gegeven, hun project met deze verkleiningen en toevoegingen in overeenstemming te kunnen brengen, maar ze klagen dat ze daarover nog steeds geen contact hebben gehad met de huidige Griekse minister van cultuur, Elizabeth Papazoís.

De minister en de Centrale Archeologische Raad willen de locatie handhaven maar streven naar een nieuwe prijsvraag, hoewel deze de nodige tijd zal kosten. En tijd wordt langzamerhand het grootste probleem, want het gebouw moet in 2004 klaar zijn, het jaar van de Atheense Olympische Spelen. Men wil de tactische voorsprong die op Londen is geboekt niet graag verliezen. The Times, heftig tegenstander van de teruggave, wijdde al sarcastische beschouwingen aan de vertraging.

    • F.G. van Hasselt