Moord treft vredesproces in Algerije

Een pragmatische leider van het verboden fundamentalistische Front van Islamitisch Redding (FIS), de 43-jarige Abdelkader Hachani, is gisteren in de Algerijnse hoofdstad doodgeschoten. Die politieke moord bemoeilijkt de pogingen van de regering om het zwaar verdeelde Algerije te verzoenen.

Het geweld in het land is de laatste tijd weer geëscaleerd, nadat het eerder dit jaar terugliep. Alleen vorige week al kwamen zo'n 50 mensen bij moordpartijen om.

De Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika heeft de aanslag op zijn politieke tegenstander in scherpe bewoordingen veroordeeld. De moord bewijst, zei de president, ,,dat de vijanden van de vrede nog steeds het slechtste voor hebben met het Algerijnse volk''. Voormalig parlementsvoorzitter Abdelaziz Belkhadem noemde de dood van Hachani ,,een tragedie voor Algerije''. Hij voorspelde dat de moord de crisis zal verergeren waarin het land verkeert.

Hachani werd door twee kogels in het hoofd getroffen toen hij op het punt stond de praktijk van zijn tandarts binnen te stappen. Hij overleed op weg naar het ziekenhuis. Niemand heeft de verantwoordelijkheid voor de aanslag nog opgeëist. Maar bekend was dat Hachani tijdens zijn politieke carrière veel vijanden heeft gemaakt, zowel binnen het leger als onder moslim-extremisten.

De bebaarde, bebrilde Hachani was de op twee na hoogste leider van de FIS en de enige hooggeplaatste partijfunctionaris die zich vrij kon bewegen, ook al werden zijn gangen door de politie wel voortdurend nagegaan. De nummer één van de partij heeft huisarrest en de nummer twee zit gevangen. Hachani was ook al de hoogst geplaatste FIS-leider op vrije voeten toen in 1991 de eerste vrije parlementsverkiezingen werden gehouden sinds de onafhankelijkheid van Algerije. Hij leidde zijn partij in de eerste ronde naar een grote overwinning. Maar het leger voorkwam dat het tot een tweede ronde zou komen. Hachani werd gearresteerd en zijn beweging werd verboden. Het geweld dat daarna ontstond, heeft al 100.000 levens geëist.

Na vijf jaar gevangen te hebben gezeten kwam Hachani twee jaar geleden op vrije voeten. Sindsdien ijverde hij voor legalisering van zijn partij. Achter de schermen zou hij een hoofdrol hebben gespeeld bij de totstandkoming van het bestand dat de regering in 1997 sloot met de militaire vleugel van de FIS, het AIS.

Ruim vier maanden geleden begon president Bouteflika met een vredesproces onder de naam `Burgerlijke eendracht', dat door de bevolking in een referendum massaal werd gesteund. Om het staatshoofd zover te krijgen zou Hachani achter de schermen zijn invloed hebben aangewend. Het vredesplan voorziet in een gedeeltelijke amnestie voor moslim-extremisten die zich voor 13 januari van het jaar 2000 overgeven. Meer dan duizend militanten zouden inmiddels van die regeling hebben gebruikgemaakt.

Hachani had van meet af problemen met het vredesproces, kritiek die sinds september alleen maar in kracht toenam. In een interview met NRC Handelsblad sprak hij van ,,een technische en radicaal a-politieke overeenkomst''. Hij zei dat de president zich niet aan zijn belofte hield om de AIS-strijders in het leger te integreren. Ook klaagde hij dat zijn partij onvoldoende politieke ruimte kreeg.

De laatste maanden kwam president Bouteflika in toenemende mate in politieke problemen. Hij stuurde een aantal gouverneurs de laan uit, maar slaagde er niet in een nieuwe regering te vormen. Volgens politieke waarnemers zou de president bij zijn voorgenomen benoemingen op het veto van de generaals zijn gestuit. (Reuters, AP, AFP)