In zaal 33 wacht Phindile op de dood

Zwangere vrouwen die besmet zijn met het virus dat tot aids leidt, dragen de ziekte makkelijk over op hun baby. In veel gevallen kan een speciale kuur die besmetting voorkomen. Maar voor Klaus en Ulrike in zaal 33 van het Zuid-Afrikaanse Bara-ziekenhuis is redding niet meer mogelijk.

Wat een prachtige zomerdag in Soweto. Bloeiende bomen, vogels die fluiten, volop zon. Maar wat heeft Phindile Nkosi daar aan? Ze is doodziek, incontinent, blind. Ligt te wachten op het einde. Het meisje van zes, afkomstig uit het township, is opgenomen in het Chris Hani Baragwanath ziekenhuis met een longontsteking, veroorzaakt door het Human Immunodeficiency Virus (HIV) dat tot aids leidt.

Zaal 33. Phindile kan niet meer praten, grijpt de dokter bij de hand en laat niet los, alsof ze wil zeggen `blijf bij me, laat me niet alleen met de dood'. `Pre-terminale angst' noemt de arts het. Na een poosje slaapt het kind weer in. Een baby huilt hartverscheurend in de armen van een radeloze moeder. De weeë geur van uitwerpselen en urine vermengt zich in de ruimte met die van formaldehyde.

Zuid-Afrika is een van de landen die het ergst zijn getroffen door de aids-epidemie. De laatste jaren is het aantal HIV-geïnfecteerden snel toegenomen, tot een voorzichtig geschatte 13 procent van de volwassen bevolking. Elke dag komen er 1.700 nieuwe gevallen bij. Verpreid over de hele wereld zijn dit jaar naar schatting 570.000 kinderen onder 15 jaar bemet geraakt met het virus. Van hen kreeg 95 procent het virus bij de geboorte of door moedermelk.

Phindile is een uitzonderlijk geval, de meeste kinderen die besmet zijn, ontwikkelen aids als baby en halen zelden de leeftijd van drie. Voor hen wordt in de ziekenhuizen vrijwel niets meer gedaan, uit financieel oogpunt. De artsen praten over Phindile. Zullen ze voor haar een uitzondering maken, ze is immers al zes. ,,We spelen hier voor God en Darwin tegelijk'', zegt kinderarts Rennert. ,,We kunnen niet anders, alleen de sterksten helpen we, meer geld is er niet. We sparen geld als we de patiënt toch niet kunnen sparen.''

`Bara', zoals het enorm grote ziekenhuis met 3.000 bedden in de volksmond heet, is een voormalig legerhospitaal, nu staatsziekenhuis waar alleen de armsten van de bevolking komen. In de praktijk betekent dit 95 procent zwarte patiënten en 5 procent `poor whites'. Aids-gerelateerde ziekten zijn de belangrijkste reden voor opname geworden, en de belangrijkste doodsoorzaak. In Bara liggen alle patiënten door elkaar, een speciale aids-kliniek is er niet, daarvoor zijn er simpelweg te veel gevallen.

Voor Rennert is die combinatie een opluchting. Hij toont enkele `gewone' ziektegevallen. ,,Als ik deze schelmpjes niet had, zou ik er onderdoor gaan. Gelukkig komen er ook nog kinderen levend hier vandaan.'' Twee van Rennerts collega's zijn dit jaar opgestapt. Ze konden niet meer tegen de troosteloosheid van zaal 33, de doodsfabriek Bara.

Intussen zijn Zuid-Afrikaanse medici en politici in een verwoed debat gewikkeld over de bestrijding van de epidemie, in het besef dat het ergste nog moet komen. Het land wacht de komende tien jaar een ware sterftegolf. Het arbeidsverzuim door ziekte of begrafenisbezoek zal exponentieel toenemen, zo verwachten aids-onderzoekers. Hoewel er nog geen medicijn is tegen aids, zijn er wel middelen, zoals AZT, die het ziekteproces remmen. Ook kan AZT helpen om te voorkomen dat een zwangere vrouw die besmet is, het virus overdraagt op haar baby. In Zuid-Afrika zou dit jaarlijks 35.000 baby's het leven kunnen redden.

Maar de medische wereld stond onlangs versteld toen president Thabo Mbeki hoogstpersoonlijk verkondigde dat AZT ,,een gevaarlijk gif' was, waarvan het positieve effect niet was vastgesteld. Waar haalde de president deze wijsheid als ter zake deskundige vandaan? V

an het Internet – hij staat bekend als een verwoede nachtelijke netsurfer – waar uitgerekend één dissidente Californische moleculair bioloog een veldtocht tegen AZT voert. Mbeki en zijn minister van Volksgezondheid, Manto Tshabalala Msimang, hebben bovendien aangevoerd dat de verstrekking van AZT voor Zuid-Afrika onbetaalbaar is.

In het Baragwanath ziekenhuis schudt men het hoofd over zoveel `domheid'. Op de onderzoeksafdeling zijn drie jonge artsen sinds 1996 bezig met een proefproject – overigens wel betaald door het ministerie – naar de toediening van AZT aan zwangere vrouwen. ,,Wij en andere onderzoekers hebben aangetoond dat de kans op infectie van het ongeboren kind met 50 procent afneemt'', legt Lucy Connell, een van de onderzoekers, uit. Ze wijst het kostenaspect als `onzinnig' van de hand en rekent voor: ,,De opname van een aids-patiënt met minimale behandeling kost nog altijd 900 rand per dag. Onze kuur kost 300 rand, alles inbegrepen.''

De artsen erkennen wel dat elk kind dat blijft leven een grote kans maakt wees te worden. De moeder is immers wel besmet en zal op den duur sterven. ,,Maar dat mag geen argument zijn om een kind de kuur te onthouden'', zegt Avyé Violari. ,,Veel moeders kunnen nog lang genoeg leven om hun kind op weg te helpen en wie weet, vinden we toch een keer een medicijn tegen aids.''

Voor de patiëntjes op zaal 33 zal dat te laat komen. Zoals voor de tweeling, Klaus en Ulrike Shibamba, zeven weken oud. Hun uitgemergelde lijfjes liggen onder dekens in twee aparte kribbes. Kleine hoopjes zijn het en groter zullen ze ook niet worden. Dokter Rennert weet niet of de twee de kerst zullen halen. Moeder Shibamba, afkomstig uit buurland Mozambique, woonde vroeger in Oost-Duitsland – vandaar de kindernamen – en reisde via eigen land naar Zuid-Afrika, waar ze besmet raakte en het virus overdroeg aan haar baby's. Ze ziet er ondanks de uitzichtloze situatie nog monter uit, vertroetelt haar kindjes. ,,Ik kan niet meer huilen', zegt ze. Aan de muur boven haar en de tweeling hangen twee kerstengeltjes van papier.

    • Lolke van der Heide