Groen poldermodel behoeft consensus

Belangrijke besluiten over de ruimtelijke herinrichting van Nederland mogen alleen genomen worden op grond van gemeenschappelijke normen en waarden, meent F.W.R. Evers.

De betrokkenheid van de markt en de georganiseerde maatschappij bij de politieke besluitvorming is essentieel voor het nemen van goede beslissingen. Het kabinet is zich hiervan bewust en probeert inhoud te geven aan dit tripartite-model, maar heeft er tegelijkertijd grote moeite mee. Het ontbreekt dan ook aan een onmisbare schakel in het huidige groene poldermodel: een gezamenlijke en gedeelde basis van normen en waarden over het land waarin wij willen leven.

In NRC Handelsblad van 12 november pleitte Harry Welters voor het opnieuw definiëren van de rol van de verschillende partijen bij de onderhandelingen over grote projecten. Daarbij merkte hij terecht op dat het huidige groene poldermodel onvoldoende werkt. Maar Welters heeft het bij het verkeerde eind als hij denkt dat maatschappelijke organisaties niet zouden kunnen onderhandelen. Want daartoe zijn zij wel degelijk in staat, zij het niet over de normen en waarden waarvoor zij staan. Die waarden zijn namelijk niet onderhandelbaar, zij vormen de grondslag voor die organisaties.

Voor een werkelijk functionerend groen poldermodel moeten deze normen en waarden – die door mensen bij de maatschappelijke organisaties in vertrouwen zijn gegeven – de gemeenschappelijke basis vormen voor het overleg. Zo gaat het daarbij niet om de vraag of boren in de Waddenzee schadelijk is. Dat is immers een belangenafweging. Als we het hebben over normen en waarden in dit verband, dan gaat het erom dat je gewoon met je handen van de Waddenzee afblijft.

De opkomst van het groene poldermodel in Nederland is een uiting van de behoefte om de gemeenschappelijke normen en waarden weer te betrekken bij de politieke besluitvorming. Bij de behandeling van de VROM-begroting is duidelijk geworden dat vele politici juist dat van grote waarde achten. Zij pleiten dan ook voor een betere invulling van het groene poldermodel.

Ruim honderdvijftig jaar geleden zag de Franse edelman Alexis de Tocqueville al dat de georganiseerde maatschappij in Amerika een essentieel onderdeel uitmaakte van een goed functionerende economie en democratie. In `De la démocratie en Amérique' (1831) zegt hij het volgende: ,,Amerikanen van alle leeftijden, alle levensstadia en alle overtuigingen vormen altijd samenwerkingsverbanden. In democratische landen is kennis van de wijze waarop je dingen met elkaar moet combineren de moeder van alle andere vormen van kennis. Van de ontwikkeling van deze kennis hangen alle andere vormen van kennis af.''

Het besef dat de georganiseerde maatschappij zo'n essentieel onderdeel uitmaakt van een goed functionerende economie en democratie is lange tijd op de achtergrond geraakt. Aan het begin van een nieuw millennium is de civil society weer volop in de belangstelling geraakt bij vooraanstaande filosofen, wetenschappers en politici.

Fukuyama spreekt in zijn boeken `Trust' en `The Great Disruption' over de terugkeer van de civil society, waarin individuen zichzelf organiseren en zo een sociaal netwerk opbouwen gebaseerd op gemeenschappelijke normen en waarden. Het is een wetenschappelijke onderbouwing van de verandering in de samenleving zoals we die nu ook in Nederland zien. De opkomst van de georganiseerde maatschappij laat zien dat mensen behoefte hebben om uiting te geven aan gemeenschappelijk gevoelde normen en waarden, die zij bij de overheid onvoldoende behartigd zien. Deze normen en waarden vormen een basis van vertrouwen. Vertrouwen is op zijn beurt essentieel voor een gezonde economie en democratie. Als dit vertrouwen geheel of gedeeltelijk ontbreekt, is het heel moeilijk om tot een stabiele samenleving te komen.

Natuur- en milieuorganisaties constateren dat de huidige invulling van het groene poldermodel onvoldoende is. Voorbeelden hiervan zijn de besluitvorming over de Tweede Maasvlakte, de Waddenzee en de discussie over de toekomst van Schiphol. Wat gaat er mis en waarom? Zoals Fukuyama al aangeeft, vormen de gedeelde normen en waarden het hart van de georganiseerde maatschappij. Wanneer je de civil society een volwaardige plaats wilt geven in de politieke besluitvorming, moet er ook hier eerst een gemeenschappelijke basis zijn. Omdat in het groene poldermodel een gemeenschappelijk beeld van het land waarin wij willen leven ontbreekt, zijn onderhandelingen gedoemd te mislukken. Bij eerdergenoemde voorbeelden is dit ook gebeurd. Gemeenschappelijk gevoelde normen en waarden uit de samenleving werden ingeruild tegen individuele belangen van bedrijven. De discussie over de Brent Spar richtte zich op de belangenafweging en niet op de algemeen gevoelde waarde van `zo iets doe je niet, je gooit geen rommel in zee'.

Het kabinet hoeft niet bang te zijn dat het groene poldermodel de mogelijkheden van kabinet en Kamer zal beperken. Integendeel: het zal de besluitvorming juist verbeteren. Het zou dan ook goed zijn als het kabinet zich niet langer verschuilt achter het politieke primaat, maar zich in gaat zetten voor het vormgeven van dat gemeenschappelijke beeld van het land waarin wij willen leven.

Mr. F.W.R. Evers is hoofddirecteur van de Vereniging Natuurmonumenten.

    • F.W.R. Evers