Doug Sahm

Het bericht luidde: ,,De Texaanse zanger/muzikant Doug Sahm is afgelopen donderdag in Taos, New Mexico, op 58-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Hij werd gevonden in een motelkamer.''

Alles wijst op de klassieke dood van een vergeten popmuzikant: het feit dat zijn dood pas vier dagen later bekend werd, en – vooral – die motelkamer. Zouden er ook nog sporen van een overdosis gevonden zijn? Het zou bijna te klassiek worden om waar te zijn, en het is ook niet waarschijnlijk: Doug Sahm stond niet bekend als een junk.

Het was zo'n overlijdensbericht dat de rest van de dag aan je gemoedsrust blijft knagen. Sahm dood, verdomme, nu al? Hij was zo'n vitale man, iemand die zielsveel van het leven hield, hoewel het hem bepaald niet alleen succes had gebracht.

De muziek van Doug Sahm – een mix van Tex-Mex, country, rock, western swing, blues – werd in Nederland vanaf de jaren zeventig vooral een begrip dankzij Jan Donkers, diskjockey bij de VPRO. Hij interviewde hem vaak, draaide zijn nieuwste platen en liet hem in de studio optreden. Zo kwam ook ik in aanraking met deze vrolijke, aanstekelijke popmuziek, waar de melancholie alleen om de hoek kwam kijken als ze er iets te zoeken had. Sahm was dan wel geen somberaar, maar hij heeft toch een handvol gevoelige ballads geschreven over moeilijke perioden in zijn leven.

Sahm was, in termen van commercieel succes, een loser, maar dan wel een loser die er geen moment bij stilstaat dat hij een loser is. Hij hield zich overeind met de gedachte dat je in de muziekbusiness nooit moet wanhopen. Toen ik hem in 1981 interviewde, zette ik dan ook dit citaat boven mijn artikel: ,,Een legende ben ik in zeker opzicht al wel, en een superstar...dat kan opeens gebeuren.''

Het had mij verbaasd áls dat was gebeurd. Ik merkte al tijdens dat gesprek dat er te veel naïviteit en chaos in zijn entourage was om het succes op een berekende manier af te kunnen dwingen. In de rommelige jaren zeventig, toen Sahm creatief op zijn hoogtepunt stond (hij schreef veel nummers zelf), was dat met een beetje geluk nog mogelijk geweest. Later kwam de popmuziek steeds vaster in handen van harde zakenjongens die geen boodschap aan zulke grillige individuen hadden.

,,Ik ben de meest coöperatieve man ter wereld, maar ik laat me niets opleggen'', zei Sahm destijds. ,,Die platenmaatschappijen willen een grote greep op je hebben. Maar ik weiger een robot te zijn.'' Het eindigde ermee, bijna even onvermijdelijk als uitzichtloos, dat hij een eigen label begon.

Zijn concerten zal ik nooit vergeten. Hij was de ideale performer, iemand die zich vanaf het eerste nummer volledig aan het publiek gaf. Anderen – Elvis Costello, Bruce Springsteen – hadden met elementen van zijn sound meer succes gehad dan hijzelf, ,,but when you hear us play, man, there's no doubt in your mind: it's the real thing.''

En zo was het.

    • Frits Abrahams