Cursus `burgermaatschappij' voor Sinti-kinderen

Zigeunerjongeren zijn massaal werkloos en krijgen een cursus. `We willen laten zien dat ze niet met een uitkering op de bank hóeven te zitten.' De praktijk blijkt weerbarstig.

Om half elf 's morgens is er nog geen jongere te zien. Jongerenwerker Mieke Graven gaat `flippen'. ,,Drie druppels regen en het is weer raak'', moppert ze. Ze gaat achter de telefoon zitten en belt de ouders. Bij de een is de auto stuk, de ander heeft `m uitgeleend. Weer een ander houdt zijn kinderen thuis omdat die van de buren ook niet gaan. ,,Soms is het om hopeloos van de worden'', zucht ze.

Als alle jongeren die deelnemen aan het project ook daadwerkelijk komen – ,,dat is echt hoogst zelden het geval'', zegt Graven – zitten er zo'n 25 jonge zigeuners (Sinti) in het oude fabriekspand op een industrieterrein in Best. Stichting Sinti-Werk, een initiatief van de landelijke Sinti-organisatie, verzorgt daar vier dagen in de week lessen. ,,We proberen de jongeren door onderwijs en training een grotere kans te bieden op een baan'', zegt Graven.

Een nobel streven, want de werkloosheid onder Sinti is hoog. De meeste van de drie- à vierduizend Nederlandse Sinti-zigeuners – die hun wortels in India hebben – wonen in kleine woonwagencentra in met name Limburg en Brabant. Ze houden zich verre van wat ze de `burgermaatschappij' noemen. Veel Sinti-kinderen gaan nauwelijks naar school en hebben zo een enorme achterstand bij leeftijdgenoten.

Naast taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis op basisschoolniveau, proberen Graven en haar collega Koot Claessen de jongeren de mores van die burgermaatschappij bij te brengen: op tijd op het werk komen, afspraken nakomen, je baas én de cassière bij Albert Heijn vriendelijk en correct te woord staan. Maar ook een formulier invullen, een telefoonnummer opzoeken en een boodschappenlijstje maken om bami te kunnen koken voor acht personen. Claessen: ,,Vooral de meisjes roepen meteen: `dat kan ik niet'.'' Hoewel het `scholings- en werkgelegenheidsproject Sinti' voor jongens en meisjes van zestien jaar en ouder bedoeld is, staat Graven oogluikend ook jongere kinderen toe. Anders zitten die toch maar thuis. Zoals de zusjes Talia (14) en Ramona (12), die rond elf uur binnenvallen. Zij wonen in een woonwagencentrum in Best. De beide meisjes – opzichtige gouden oorbellen en kettingen en zorgvuldig opgemaakt – vinden het project ,,best leuk'', vertellen ze giechelend.

Wat vinden ze dan zo leuk? Ze overleggen in hun eigen taal, het Romanesj, dat ze thuis spreken. ,,Vooral aardrijkskunde'', zegt Talia. Ze heeft met haar ouders rondgereisd en is daarom veel beter in topografie dan de anderen. En op donderdag komt ze graag, omdat ze dan niet hoeven te leren. Dan gaan ze koken, zingen, kapsels oefenen op de modelhoofden of een videootje kijken. Maar het prettigst vinden ze dat hier onder Sinti zijn. Waarom? Gegiechel.

De zeventienjarige tweelingzussen Jamaica en Chayenne die even later arriveren, schieten hen te hulp. ,,Wij zijn anders'', zegt Jamaica (laag decolleté en navelpiercing). ,,Burgerkinderen snappen ons niet. Ze vinden ons ongemanierd en vreemd.'' Ze haalt minachtend haar neus op. Zij en haar zus zijn wel naar de basisschool geweest, maar verzuimden vaak. Hun ouders vonden het prima als ze thuis bleven. Jamaica: ,,Mijn vader was juist bezorgd als we wel naar school gingen, hij dacht dat daar drugs werd gebruikt.''

Onderwijs heeft binnen Sinti-gemeenschap geen prioriteit, zegt Claessen. ,,De ouders zijn zelf meestal niet op school geweest. De gezinnen hebben bijna allemaal een uitkering en schnabbelen er wat bij. Ze leven nu en maken zich niet druk over de dag van morgen.''

,,Juist vanwege die laat-maar-waaien mentaliteit is het vaak vechten tegen de bierkaai om de kinderen binnenboord te houden'', zegt Graven. ,,De jongeren komen allemaal uit de dorpen en steden in de omtrek, zodat ze met de auto gebracht moeten worden door hun ouders of een familielid. Bij het minste of geringste blijven ze weg. Daarom is het heel lastig om continuïteit te brengen in het lesprogramma. Je legt met veel moeite uit waar het noorden, het oosten, het zuiden en het westen liggen. Dat soort zaken zijn compleet nieuw voor ze. Dan blijven ze een paar keer weg en zijn het vergeten als ze weer eens komen opdagen.''

Het werkgelegenheidsproject subsidie van de gemeentelijke sociale dienst Eindhoven. Maar Graven ziet haar missie liever iets realistischer. ,,Van de zestig, zeventig jongeren die ik hier de afgelopen vijf jaar heb zien langskomen, is een handvol ook echt aan het werk. Ik wil dat ze weten dat ze keuzes kunnen maken. Ze hóeven niet met een uitkering thuis te zitten zoals hun ouders. Dat kan ook anders.''

Een paar weken geleden begonnen Chayenne en Jamaica na bemiddeling van Graven vol goede moed in een kistenfabriek. ,,We moesten om zeven uur opstaan om fluweel in sigarenkistjes te plakken'', vertelt Chayenne vol afschuw. Na een paar dagen belde hun baas Graven op om te zeggen dat de meisjes er niet waren en dat ze ook niet meer hoefden te komen. ,,Thuis staat iedereen pas rond het middaguur op'', legt Jamaica uit. ,,We leven gewoon op een ander tijdstip. We zijn eigenlijk net uilen.'' Chayenne trots: ,,We hebben het toch mooi een week volgehouden.''

Toch willen ze graag werken. ,,Je hebt geld nodig om kleren te kopen en uit te gaan'', zegt Chayenne. ,,Eerst wilde ik kapster worden'', zegt Jamaica, ,,maar daarvoor moet je Mavo hebben. Nu weet ik het echt niet.'' Talia zou een eigen nagelstudio ook wel wat vinden. Trots toont ze haar lange kunstnagels met glitternagellak. ,,Dat doe ik zelf.''

Graven en Claessen verwijten gemeentelijke organisaties, die nu ,,moord en brand schreeuwen'' over alle Sinti die van de bijstand leven, laks om te gaan met de leerplicht. ,,Die wordt door Sinti-kinderen massaal ontdoken en niemand die er wat tegen doet'', zegt Graven. Maar ook zij beaamt dat de ouders in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het onderwijs van hun kinderen. ,,Als Talia een nagelstudio zou beginnen, is dat prachtig. En als zij haar kinderen wél naar school zal sturen, is een hele hoop gewonnen. Die vicieuze cirkel moet doorbroken worden. Als kinderen niet naar school gaan, blijven ze geïsoleerd en zonder toekomst.''

Talia zwijgt. Maar Jamaica roept van achter haar stuk Limburgse vlaai: ,,Als ik een dochter krijg, stuur ik haar naar school. Ze wordt namelijk advocate!''

    • Sheila Kamerman