Clinton wil `tolerantie' in Kosovo

President Clinton heeft vandaag een bliksembezoek van enkele uren gebracht aan Kosovo, zijn eerste. Hij zei gisteren die gelegenheid te willen gebruiken voor ,,een krachtig pleidooi'' voor etnische tolerantie aan het adres van de Kosovaren en voor de waarschuwing dat de Kosovaren hun land niet tot een spiegelbeeld van Servië moeten maken.

Clinton kwam vanochtend, met zijn dochter Chelsea en minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright, in Priština aan vanuit de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Hij werd verwelkomd door de chef van de VN-missie in Kosovo, Bernard Kouchner, en door generaal Klaus Reinhardt, commandant van de vredesmacht KFOR.

In Priština sprak de Amerikaanse president met de Kosovaarse leiders Ibrahim Rugova en Hashim Thaçi en met de leiders van de Servische gemeenschap in Kosovo, aartsbisschop Artemije en Momcilo Trajkovic alvorens door te reizen naar de stad Uroševac, waar hij in een toespraak wilde oproepen tot een stopzetting van de wraakacties van de Kosovaren tegen de Serviërs en waar hij een pleidooi wilde houden tegen etnische intolerantie.

Na een bezoek aan het legerkamp Bondsteel, hoofdkwartier van de Amerikaanse KFOR-eenheden, wil Clinton later vandaag doorreizen naar Aviano in Italië, vanwaar hij vervolgens zou terugvliegen naar Washington – het eind van een tiendaagse rondreis door Europa.

In Sofia zei Clinton gisteren dat de Amerikanen zich in Kosovo hebben verbonden aan een beleid van verzoening en van politieke en economische wederopbouw. Doelend op de tien jaar van Servische onderdrukking vóór de NAVO-luchtoorlog en op de wraakacties van de Albanese Kosovaren op de Serviërs ná die oorlog zei Clinton dat ,,het heel belangrijk is dat Kosovo niet het spiegelbeeld wordt van Servië. Dat zal moeilijk zijn, maar het is belangrijk dat het lukt. En we zullen doorgaan er hulp te bieden''.

Later gisteren maakte Clinton duidelijk tegen de onafhankelijkheid van Kosovo te zijn. Hij zei dat een onafhankelijk Kosovo met Albanië en Macedonië tot de armste landen van Europa zou horen. Clinton ging niet in op de politieke consequenties van onafhankelijkheid van Kosovo voor het voortbestaan van buurland Macedonië. Hij liet zich optimistisch uit over de ontwikkelingen in Kosovo. ,,Er is sinds de oorlog veel goeds gebeurd. En dat is nog niet zo lang geleden. En we moeten in Kosovo en op de Balkan een heel lange geschiedenis zien achter ons te laten.''

In Belgrado is het bezoek van Clinton aan Kosovo scherp veroordeeld. Het werd in een verklaring van de regerende socialistische partij bestempeld als ,,een terugkeer naar de plaats van de misdaad'', een verwijzing naar de NAVO-bombardementen op Joegoslavië van eerder dit jaar.

In Sofia prees Clinton gisteren de Bulgaarse regering uitvoerig voor de steun die ze de NAVO dit jaar gaf tijdens de luchtoorlog, dit ondanks het verzet vanuit de Bulgaarse bevolking en de traditioneel goede relaties tussen Bulgarije en Joegoslavië. Hij zegde de Bulgaren opnieuw steun toe voor hun economische hervormingen. Dertigduizend inwoners van de Bulgaarse hoofdstad juichten Clinton op het centrale Aleksandur Nevski-plein toe, ondanks de last van zware veiligheidsmaatregelen en een druilerige regen. Het bezoek van Clinton aan Bulgarije was het eerste ooit van een Amerikaanse president aan dat land. (Reuters, AP, AFP)