Claimgedrag

In NRC Handelsblad van 5 november wordt melding gemaakt van schadevergoedingen die de TU-Delft heeft betaald aan studenten die ten gevolge van de inrichting van het onderwijs studievertraging hadden opgelopen. De schrijver vraagt zich af waar dit claimgedrag toch vandaan komt. Als mogelijke verklaring wordt de suggestie geopperd, dat studenten meer over de grens studeren en in de VS mogelijk zijn beïnvloed door de daar heersende claimcultuur.

Deze suggestie plaatst dit studentengedrag in een verkeerd daglicht. Zij oefenen immers gewoon een recht uit, dat de minister hun heeft gegund in 1994. Vanaf dat jaar heeft de minister de instellingen extra subsidie verstrekt om een steunfonds in te richten voor studenten die buiten hun schuld studievertraging hebben, waardoor ze extra schulden bij `Groningen' oplopen.

Het betreft vertragingen, die zijn ontstaan door ziekte of bijzondere familieomstandigheden, bestuurswerk en – daar gaat het hier om – een slechte organisatie van het onderwijsprogramma. De instelling kan bijvoorbeeld onnodige vertraging genereren door onvoldoende stageplaatsen, een te star onderwijsprogramma of te weinig herkansingsmogelijkheden.

Tot 1996, onder het tempobeursregime, was er nog wat speelruimte voor de student. Hij kon na het verstrijken van de cursusduur nog een jaar beurs krijgen. Sinds de invoering van de prestatiebeurs in 1996 bestaat nog slechts recht op `gemengde financiering' gedurende de cursusduur; daarna kan de student nog drie jaar lenen. Gevolg hiervan is dat elke vertraging, die buiten de schuld van de student ontstaat, onmiddellijk leidt tot de noodzaak om bij Groningen te lenen en dus tot een claim bij het steunfonds.

Het bedrag waar studenten recht op hebben is minimaal het bedrag, dat ze anders aan studiefinanciering ontvangen zouden hebben. Afhankelijk van de woonsituatie en het inkomen van de ouders ligt dat tussen de 135 gulden en ruim 800 gulden per maand. Als de vertraging ontstaat in de periode dat de student geen recht meer heeft op gemengde financiering, vervalt deze mogelijkheid. Dan zou de student kunnen overwegen naar de rechter te stappen.

    • Jeroen 't Hart
    • Joop Mulderij