Bouwstenen voor een nieuwe wereld

Carel Willink keek vanuit zijn atelier aan de Amsterdamse Ruysdaelkade, waar hij vanaf 1935 tot zijn dood in 1983 werkte, uit op het Rijksmuseum. Het is bekend dat Willink de beelden in de tuin van het museum en de dramatische wolkenluchten daarboven verwerkte in zijn noodlotszwangere schilderijen uit de jaren dertig. Dat hij die beelden, wolken en wat er verder op zijn schilderijen voorkomt van tevoren ook fotografeerde, blijkt pas nu weduwe Sylvia Willink-Quiël een selectie uit Willinks fotoarchief tentoonstelt in het Cobra museum in Amstelveen.

Willink beschouwde zijn foto's niet als zelfstandig werk, evenmin als zijn tekeningen; ze behoorden tot de voorbereiding van zijn schilderijen. In een interview zei hij: ,,Ik heb geen belangstelling voor fotografie, ik bewaar ook nooit foto's.' Dat was niet waar, Willink bewaarde alles, maar hij had een reden om zijn foto's te verbergen: hij wilde zijn critici niet bevestigen in hun idee dat hij slechts een `plaatjesschilder' zou zijn.

Zo werd Willink immers beschouwd na de oorlog, in de tijd van Cobra en de vooruitstrevende stromingen die daarop volgden – als iemand die nogal hinderlijk bleef vasthouden aan oude schilderstechnieken. Ironisch is het dus wel dat een paar van zijn schilderijen en 59 foto's nu in het Cobra museum hangen, tegen de zin van de nieuwe directeur, R.E. Ophorst. Die noemde een paar maanden geleden in Trouw de Willink-tentoonstelling `voor ons instituut niet specifiek genoeg'. De bescheiden selectie foto's hangt er gelukkig toch; de afspraak was waarschijnlijk al gemaakt door de vorige, ontslagen directeur C. List.

Het belang van de tentoonstelling, en van het prachtige boek Een eeuw Willink dat ernaast verscheen, is het inzicht dat wordt verschaft in de werkwijze van de schilder. Dat Willink schetsen, foto's en plaatjes uit kranten en tijdschriften op een collage-achtige manier in zijn schilderijen verwerkte, iets wat hij deelt met een aan hem verwante schilder als Moesman, maakt hem er niet minder om. Zijn schilderijen zijn altijd geheel en al Willink; de elementen die hij van buiten haalt, zijn altijd zodanig schilderkunstig gemanipuleerd, dat er een nieuwe, vreemde wereld is ontstaan.

Zijn liefde voor uitgebreid onderzoek van de werkelijkheid om tot een waarheidsgetrouw beeld te komen, lag in de lijn van de zeventiende-eeuwse schilderstraditie; de atmosfeer die hij in zijn werk steeds wist te treffen, was echter door en door modern. De vier mannen die in Late bezoekers aan Pompeï (1931) met de rug naar elkaar toe tussen ruïnes staan, zouden in geen andere eeuw, en door geen ander dan Willink, geschilderd kunnen zijn.

Dat Willinks onderzoek soms ver ging, bewijzen de zelfportretten die hij fotografeerde voor de heiligenschilderijen van eind jaren dertig, zoals De prediker en Johannes (die ook op de tentoonstelling hangt). Voor Simeon de zuilenheilige (1939) bouwde Willink in zijn atelier een stellage, ging er gehuld in een laken bovenop zitten, richtte de blik hemelwaarts en drukte af.

Willinks karakteristieke gezicht zal volgend jaar een vast onderdeel worden van het Amsterdamse straatbeeld: op 7 maart wordt dan een borstbeeld onthuld van Willink, gemaakt door Sylvia Willink-Quiël. Het beeld komt in het toekomstige Willink-plantsoen, hoek Ruysdaelkade/Stadhouderskade, op een steenworp afstand van het atelier op drie hoog dat geheel intact is gebleven.

Tentoonstelling: Carel Willink. Fotoarchief. T/m 12 dec. Cobra museum voor moderne kunst. Sandbergplein 13, Amstelveen. di t/m zo 11-17u. Prijs boek `Een eeuw Willink' ƒ99,-. Inl. (020) 547 50 50

Cees List

In het artikel Bouwstenen voor een nieuwe wereld (in de krant van dinsdag 23 november, pagina 11) stond dat Cees List was ontslagen als directeur van het Cobra-museum in Amstelveen. Dit is onjuist. List was interim-directeur van het museum en vertrok nadat zijn verlengde contractperiode was afgelopen.

    • Martijn Meijer