Boodschappenlezen

Wachten bij de kassa in een supermarkt kan me niet lang genoeg duren. Voor veel mensen schijnt het een bron van ergernis te zijn, maar het is zowel leerzaam als vermakelijk onderwijl te observeren wat mede-klanten in de karretjes en mandjes hebben liggen. Het is net zoiets als de inhoud van andermans boekenkast aan een inspectie onderwerpen of 's avonds in gordijnloze kamers binnengluren. Zelfs de ongeoefende waarnemer steekt er veel van op. Er zijn mensen bij wie je voor geen goud aan tafel zou willen aanschuiven.

`Je bent wat je eet' is een klassiek kookaforisme. Is mevrouw voor me een huisvrouw van het klassiek degelijke type of maakt ze het zich gemakkelijk in de keuken? Behoort meneer achter me tot het gilde van de gourmands of is het een gezondheidsfreak? In de boodschappenkar ligt het antwoord.

Het prikkelt de fantasie als je op vrijdagavond een man de winkel ziet verlaten met een lapje vlees, twee broodjes – tot zover niets aan de hand – en tien flesjes met alcoholische pepdrank. Zeker als hij ook nog zes diepvriesgebakjes heeft aangeschaft met de suggestieve naam `Sweet dreams'. En wat moet een vrouw op leeftijd met een kipfiletje, twee pakken Ossewit en zes schuursponsjes?

Extra interessant is het boodschappenwagentje van de Bekende Nederlander. In de loop der jaren heb ik een blik mogen werpen in de kar van onder anderen Marianne Sint, Tom Egbers, Hans van der Togt en veilingmeester Glerum. Dat levert in een oogopslag informatie op waar verslaggevers van de roddelpers wekenlang voor in de struiken moeten liggen.

Is het onbetamelijk zo in andermans kar te loeren? Bedenk dat Albert Heijn via de Bonuskaart hetzelfde doet, maar wel op een erg omslachtige manier. Streepjescodes en computer zijn overbodig. Op basis van eigen veldwerk in de rijen voor de kassa is het eenvoudig een aantal archetypische boodschappenkarren te onderscheiden, zoals de koopjesjagerskar, de yuppenkar en de tweeverdienerskar.

Instructief voor het boodschappenlezen is de studentenkar, gekenmerkt door een overmaat aan goedkope alcohol en de ingrediënten voor slechts één maaltijd. Studenten slaan geen voorraad in. Ze leven, boodschappentechnisch gezien, van dag tot dag. Aardappelen schillen, daar houden ze niet van. In de kar liggen rijst of pasta en de benodigdheden voor wat vroeger `een prutje' heette, maar dat nu als `roerbakschotel' bekend staat. Kort na de dioxinecrisis kochten studenten veel kip.

Duidelijk herkenbaar is de allochtonenfeestkar. Die ligt vol met onwaarschijnlijk grote hoeveelheden van een beperkt aantal grondstoffen ter culinaire voorbereiding van voor ons onbekende festiviteiten. Daar zijn altijd heel veel flessen olie en een aanzienlijke voorraad bakmeel voor nodig.

Onaantrekkelijk is de Spartaanse kar, waarvan de inhoud is gespeend van enige luxe en die zich beperkt tot de elementaire levensbehoeften. In de Spartaanse kar liggen anderhalve-literpakken halfvolle melk, netten spruitjes en pondspakken Blue Band. Cola, in plastic tweeliter flessen, behoort overigens tegenwoordig ook tot de eerste levensbehoeften.

Een veel voorkomend fenomeen is de inconsistente kar. Daarin vertonen de aankopen onderlinge tegenstrijdigheden. Eko-aardappelen liggen naast eieren uit de legbatterij of een kunststofdoos met kant en klare huzarensalade. Of de wildfond is vergezeld van sauspoeder uit een zakje.

Onthullend zijn de verschillen tussen de man-alleen-kar en de vrouw-alleen-kar. Voor de vrouw-alleen-kar is een assortimentje van bijvoorbeeld een enkele appel, een paar tomaten en een ui afgewogen. De man alleen koopt minder genuanceerd in. Hij koopt of appelen of tomaten of uien, maar wel in gezinshoeveelheden. Meer dan de vrouw alleen schrikt de man alleen niet terug voor gemaksvoedsel.

Beiden maken onvoldoende gebruik van de mogelijkheden die kunnen leiden tot integratie van het boodschappenpakket. Zeg, in plaats van zwijgend in de rij te wachten, eens met een goedkeurende blik in de aantrekkelijke boodschappenkar van een ander: `Nou, bij u zou ik best eens willen eten'.

    • Joep Habets