Bladeren

Wirtschaftswoche

Het Franse bedrijfsleven is op oorlogspad in Duitsland. De staatskapitalistische elite in Frankrijk begint plezier te krjgen in het kapitalisme pur sang en heeft afscheid genomen van het idee dat Frankrijk een geval apart is. De overname-activiteit is dit jaar in Frankrijk twee keer zo groot geweest als in Duitsland. Voorbeelden ervan zijn Renault, dat vijf miljard mark neertelde voor Nissan, en Alcatel, dat voor twee miljard mark eigenaar werd van de Amerikaanse Internetspecialist Xylan, als voorlopige afsluiting van een reeks Internetaankopen.

Dertien van de honderd ondernemingen die het meest internationaal zijn georiënteerd, zijn in Franse handen volgens de wereldhandelsconferentie UNCTAD. Veertig procent van de ondernemingen die genoteerd staan op de Parijse beurs zijn van buitenlandse herkomst. In Duitsland is maar vijftien procent van de beursgenoteerde bedrijven afkomstig uit het buitenland. De afgelopen twee jaar was de Franse beursindex CAC achtereenvolgens veertig en vierentwintig procent hoger dan de Duitse DAX.

De tijd is voorbij dat vooral de Franse politici het wel en wee van het nationale bedrijfsleven bepaalden. Volgens Wirtschaftswoche zijn het nu de Amerikaanse en Britse pensioenfondsen die het voor het zeggen hebben. Voor president Jaques Chirac staat het vast dat de recente val van de Alcatel-aandelen te wijten was aan `Californische renteniers' die binnen een etmaal besloten hun Alcatel-aandelen te lozen. De topmanager van de aluminiumproducent Péchiney, Jean Dominique Senard, geeft ronduit toe dat de fondsen dan wel niet de strategie van zijn onderneming bepalen, maar dat hij hun analyses heel serieus neemt.

Waren de Franse managers tot voor kort vooral gespitst op het voorkomen van sociale onrust, nu telt alleen nog het oordeel van de aandeelhouders. Toen Michelin-topman Edouard Michelin onlangs aankondigde twintig procent winst te verwachten, vertelde hij tegelijkertijd dat er 7.500 banen moesten verdwijnen. En vlak nadat Louis Schweitzer van Renault Nissan had overgenomen, kondigde hij aan dat hij 25.000 arbeidsplaatsen zou schrappen.

Kortom, de rolverdeling tussen Frankrijk als het land van het goede leven en Duitsland als de werkplaats van Europa is achterhaald. De laatste twee jaar heeft het Franse bedrijfsleven de investeringen met tien procent verhoogd. Het Duitse kwam niet verder dan 3,1 procent, ook al wordt voor het komende jaar een verhoging van negen procent verwacht.

Het weekblad Wirtschaftswoche is verkrijgbaar in de kiosk. www.wiwo.de

BusinessWeek

Eindelijk zijn er nu ook officiële cijfers die aantonen dat de Nieuwe Economie de productiviteit doet groeien. Werd de gemiddelde groei van de productiviteit in de jaren negentig tot dusverre geschat op anderhalf procent, volgens de nieuwe cijfers komt de groei uit op twee procent. De laatste vier jaar bedroeg de groei zelfs tweeëneenhalf procent. BusinessWeek, een harstochtelijk aanhanger van de Nieuwe Economie, meent dat de daling van de productiviteitsgroei vanaf de jaren zeventig nu definitief voorbij is. Het blad concludeert zelfs dat de groeivertraging een tijdelijk verschijnsel is geweest, en geen langetermijntrend. Een andere conclusie is dat de zogenaamde hightech-paradox, d.w.z. veel geld uitgeven aan technologie zonder dat het wat oplevert, niet bestaat.

De groei van de producitiviteit is nu weer op hetzelfde niveau als in de eerste helft van deze eeuw, en is zelfs wat hoger dan in de jaren zestig. Natuurlijk groeit de computerindustrie het hardst, maar ook in de meeste andere niet-financiële productiesectoren was de groei gemiddeld 2,7 procent. De achterblijvers zijn te vinden in het midden- en kleinbedrijf en in een aantal sectoren als voeding, meubels en chemie.

De hogere groei van de productiviteit betekent dat de economie kan groeien zonder inflatie te veroorzaken, maar er zijn natuurlijk wel grenzen, bijvoorbeeld het gebrek aan werklozen die beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Een ander gevolg is dat er ook meer geld beschikbaar is voor het dekken van de tekorten in de sociale zekerheid. Maar het blijft natuurlijk de vraag of de productiviteit ook op peil blijft bij een recessie. Immers, bij de recessies in de jaren zeventig en tachtig daalde de productiviteit,

Het weekblad BusinessWeek is verkrijgbaar in de kiosk.

www.businessweek.com

The Economist

Het is onjuist om nu al conclusies te trekken uit de bijgestelde cijfers over de groei van de productiviteit in de Verenigde Staten. De bijstelling bestond uit toevoeging van nieuwe informatie en herziening van de classificatie. Zo wordt computersoftware niet meer behandeld als een kostensoort, maar als een investering, en daarmee een bijdrage aan het bruto binnenlands product.

De nieuwe cijfers maken duidelijk dat er structureel iets aan het veranderen is, maar dat is niet het gevolg van een Nieuwe Economie op basis van digitale ontwikkelingen. The Economist beroept zich voor die bewering op Robert Gordon, hoogleraar aan Northwestern University, en een expert op het gebied van productiviteit. In een studie in 1995, dus op grond van de oude cijfers, concludeerde hij dat de verbetering van de productiviteit voor een derde te danken was aan meetfouten, voor een derde aan cyclische, niet-structurele factoren, en voor een derde aan de productiviteitsverbetering in de computerindustrie.

De hoogleraar heeft zijn studie nog een keer overgedaan op grond van de nieuwe cijfers. Zijn bevindingen zijn nu dat de helft van de productiviteitsgroei het gevolg is van hogere producitiviteit in de computerindustrie, dat veertig procent van de groei het gevolg is van cyclische factoren, en dat de resterende tien procent is te danken aan meetfouten. Zijn conclusie is en blijft dat er geen bewijs is voor een Nieuwe Economie op grote schaal. Andere onderzoekers, als bijvoorbeeld Macroeconomic Advisers, zijn minder sceptisch, maar concluderen eveneens dat een groot deel van de productiviteitsgroei bestaat uit de groei die de computerindustrie doormaakt.

Het weekblad The Economist is verkrijgbaar in de kiosk.

www.economist.com

    • Herman Frijlink