Beslissingsduels

Het zou mij veel genoegen doen wanneer ik door dit stukje een wijdverbreid misverstand uit de wereld kan helpen. Het gaat om de interne spanningen die door lichaam en geest van deelnemers aan beslissingswedstrijden waren. Menigeen schijnt te denken dat het hier louter om topsporters gaat, maar dat is een waanidee. Mij persoonlijk is het overkomen dat ik door mijn amateurclub werd verzocht te proberen van het Delftse Vitesse te winnen en daardoor derdeklasser te worden. Ik barstte van de zenuwen. Een paar jaar eerder had ik, met een andere club, al eens de ellende van zo'n beslissingswedstrijd in volle omvang meegemaakt. De tegenstander is mij ontschoten (langzaam blijk ik steeds minder te weten) maar mijn persoonlijke wanprestatie spookt mij af en toe nog door het hoofd. Ik raakte vrijwel geen bal en verscheen bij elk duel net dat ene kleine stapje te laat om de bal te kunnen bemachtigen. Doordat mijn medespelers hun zenuwen aanzienlijk beter onder controle hadden wonnen wij met 5-4 en promoveerden. Het was in het holst van Hitlers oorlog en voor een feestdiner ontbraken de bonnen, maar een gezellig samenzijn werd gevierd, waarbij ik met gemengde gevoelens assisteerde. Blij voor de club, maar onthutst door persoonlijk falen. De volgende aanschrijving zag ik met bezorgdheid tegemoet. Als de elftalcommissie niet geslapen had kon ze moeilijk iets anders doen dan mij vervangen. Het gebeurde niet. Het leek wel alsof niemand gezien had hoe wanstaltig ik had gepresteerd.

Een paar jaar later, inmiddels was het 1946 en enigszins vrede, kwam de tweede beslissingswedstrijd eraan. Op een maandagavond ontmoetten DEVJO en Vitesse Delft elkaar op het VUC-terrein aan de Haagse Schenkkade. Volgens mij zaten er 10.000 mensen op de tribune en was Wim Tap voor deze speciale gelegenheid onze coach. Wij bewonderden hem zeer, want hij was een uitnemend voetballer geweest bij ADO en het Nederlands elftal. Maar zijn handicap was dat hij ons niet kende. Hij zag ons voor het eerst. Elf bleek weggetrokken zaterdagvoetballertjes. Bovendien was hij geen man voor een charismatische peptalk tegen vreemdelingen. Voor zover ik mij herinner beperkte hij zich tot enige algemeenheden. Hij verzocht ons met klem het initiatief onmiddellijk naar ons toe te trekken en onze tegenstanders geen kans te geven, net zoals het Nederlands elftal één dag tevoren tegen de Belgen had gedaan. Want wat was het geval? Op 12 mei was Nederland-België in ere hersteld. De eerste Holland-Rode Duivels van na de oorlog. Ik was er als krantenverslaggever heengegaan, had de hele nacht doorgewerkt en was met rode slaapoogjes op het VUC-terrein verschenen. Geen ideale voorbereiding op een beslissingswedstrijd, maar ook geen tijd voor zenuwen. Niettemin verloren we met 1-3 van die Delftenaren, gewoon omdat ze het verder in de voetballerij hadden geschopt dan wij. Sommige nederlagen zijn onvermijdelijk en zo logisch als wiskunde – voor wie het doorgrondt.

    • Herman Kuiphof