Allochtonen burgeren niet snel genoeg in

Het tempo waarin allochtonen inburgeren in de Nederlandse samenleving blijft fors achter bij de verwachtingen. Een overmaat aan bureaucratie bij arbeidsbureaus en onderwijsinstellingen zou het allochtonen te moeilijk maken om een baan met een cursus te combineren.

Dat bleek gisteren tijdens een overleg in de Tweede Kamer met minister Van Boxtel (Grotesteden- en Integratiebeleid) over een deel van de begroting van Binnenlandse Zaken. De bewindsman gelast op de kortst mogelijke termijn onderzoek naar de gang van zaken bij arbeidsbureaus en onderwijsinstellingen en wil niet wachten op de evaluatie van de Wet Inburgering Nieuwkomers, waarvan de resultaten in 2001 worden verwacht.

Allochtonen die van buiten de Europese Unie komen en net in Nederland zijn gearriveerd moeten volgens die wet verplicht Nederlands leren en lessen maatschappij- en beroepsoriëntatie volgen. Die verplichting zorgt voor problemen, meent een aantal woordvoerders in de Kamer. Zo kunnen ze vaak niet meer aan hun cursusverplichtingen voldoen zodra ze een baan krijgen of omgekeerd.

Van Boxtel wil onder meer weten of scholengemeenschappen die de inburgeringscursussen aanbieden, wel flexibel genoeg zijn. Veel cursussen worden namelijk alleen overdag aangeboden. Van Boxtel wil nu bekijken of de regionale opleidingscentra hun cursussen niet ook op andere tijden kunnen geven.

Hij heeft bovendien de indruk dat allochtonen die een cursus volgen nauwelijks een baan wordt aangeboden. Als die indruk door het onderzoek wordt bevestigd wil hij snel verbeteringen zien.

Ook bij de overheid wordt op het terrein van inburgering nauwelijks vordering gemaakt. Zo is het percentage allochtonen dat als ambtenaar in opleiding bij de rijksoverheid in dienst trad vorig jaar teruggelopen van acht naar vier procent, vergeleken met 1997. Van Boxtel is daar zeer verontwaardigd over, zo bleek gisteren: ,,Ik ben werkelijk ontploft toen ik dat hoorde.'' De minister vindt het kwalijk dat de overheid een dergelijk voorbeeld geeft aan het bedrijfsleven.

Van Boxtel wil ook onderzoeken waarom pas afgestudeerde allochtonen zo weinig belangstelling hebben voor een – tijdelijke – baan bij een ministerie. Vooruitlopend op dat onderzoek heeft hij alle secretarissen-generaal van de departementen herinnerd aan de verplichting die voortvloeit uit de Wet Stimulering Arbeidsdeelname om extra aandacht te besteden aan het aannemen van werknemers uit minderheidsgroeperingen.