Zingen, lachen en schaatsen

Vader en moeder Romme noemden hem naar de enige echte ragazzo d'oro, naar Gianni Rivera, de gouden jongen van AC Milan en het Italiaanse voetbal van einde jaren zestig, begin jaren zeventig. Toen wisten ze nog niet dat Gianni ruim twintig jaar na zijn geboorte zou uitgroeien tot een gouden jongen op de schaats. Gouden medailles en wereldrecords rijgt Gianni Romme met het grootste plezier aaneen. Als een kind dat altijd buiten speelt en nooit naar binnen wil.

Romme heeft nooit de zwierige, elegante bewegingen van de frêle Italiaanse nummer 10 met de donkerblonde kuif kunnen zien. Want toen Romme in 1973 werd geboren, was Rivera al bezig zich te ontwikkelen tot politicus. Maar ook Romme heeft zwierige en elegante bewegingen. Wie hem met zijn 1 meter 90 lange lijf op het ijs van Thialf in Heerenveen, de M-wave in Nagano en de Olympic Oval in Calgary heeft zien stayeren, heeft genoten van een stijl die men alleen van de allergrootste lange-afstandsschaatsers kent.

Een sportman die plezier heeft in zijn sport ziet men niet vaak meer. Gianni Romme – wat een naam! – is er zo een. Hij sport met een grijns op zijn gezicht, lachend stevent hij op een medaille of een wereldrecord af. Tegenstanders zijn geen vijanden, ook tegenstanders zijn vrienden. Sport is voor hem geen kwelling, zoals voor al die sportmensen en hun trainers die grimmig, vijandig en vals als gebeten honden willen bewijzen dat ze het waard zijn op deze wereld te mogen verkeren. Wat een beproeving, wat een zelfkastijding en wat een overschatting van sportprestaties ziet men toch vandaag de dag in de arena's.

Nee, dan Gianni Romme. Het plezier straalt er soms van af – in elk geval de spontaniteit. Eeuwig stralen zijn oogjes, eeuwig valt van zijn gezicht het vrije gevoel dat bij sport hoort te lezen. Overmoed, hij weet er alles van. Grenzen verleggen, hij doet niets anders. Godver, wa-ging-ie-weer-tekeer, roepen ze op zondagavond in de café's van Made wanneer Gianni het voorbije weekeinde weer heeft geprobeerd een record te vernietigen. Godver nou. Want sparen? Nee, sparen doe je op de bank.

Natuurlijk gaat het weleens niet naar wens, zoals met elk mensenkind. Zoals vorig jaar, het jaar na zijn olympische triomfen in Nagano. Wat een wanhoop. Dan voel je met hem mee en denk je met hem mee, zo hartverscheurend is dan zijn publieke onvrede met zichzelf. Zou het in Nagano toch een kwestie van doping zijn geweest? Zo'n vraag brandt tegenwoordig gauw op ieders lippen wanneer een sportman om onverklaarbare reden niet meer naar wens presteert. Zou die sponsor hem niet serieus hebben genomen, vonden ze dat hij toch te weinig reclame maakte? Ook zoiets wat sportmensen kan ontmoedigen. Gianni zag je voor de tv-camera's denken en zuchten. Maar altijd wist je: Gianni komt terug, zo'n kracht, zo'n wil om te winnen, zoveel plezier in sport wordt altijd beloond.

Zo'n jongen die graag op de klanken en de kreten van Nirvana, Pearl Jam en Smashing Pumpkins leeft, moet wel een sporthart hebben. Groot en sterk is hij, maar niet stoer. Want hij is echt. Grappen en grollen tussen de zware trainingen door helpen ook zijn schaatsvrienden in hun moeilijkste tijden. Geen wonder dat Romme het zo goed kan vinden met Peter Mueller, sinds dit schaatseizoen de trainer van Gianni en zijn vrienden. Ook een man van rocking and rolling. Romme – zowaar geen Fries maar een Brabander – laat de schaatssport swingen.

    • Guus van Holland