Topaanklager tribunaal komt Rwanda niet in

De hoofdaanklager van het Rwanda Tribunaal mag Rwanda niet in. Rwanda heeft haar een visum geweigerd. Daarmee escaleert het conflict verder dat begin deze maand was ontstaan tussen de Rwandese regering en het internationale gerechtshof. De Verenigde Naties richtten het tribunaal vijf jaar geleden op om de hoofdverdachten van de genocide in Rwanda te berechten. Bij dat bloedbad werden in drie maanden tijd 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord.

Eerder al had de Rwandese minister van Justitie, Jean de Dieu Mucyo, laten weten dat hij de Zwitserse hoofdaanklager van het tribunaal, Carla del Ponte, tijdens haar bezoek aan Rwanda niet wilde ontvangen. Maar bij die gelegenheid zei hij nog dat het haar natuurlijk vrijstond naar Rwanda te reizen. Del Ponte had verklaard dat ze zolang in Rwanda wilde blijven als nodig om ,,de begrijpelijke woede'' van de regering weg te nemen. Ze wees erop dat het tribunaal zijn werk niet kan doen als Rwanda niet meewerkt. De meeste getuigen die verschijnen voor het gerechtshof, komen uit Rwanda.

Het conflict tussen Rwanda en het gerechtshof ontstond twee weken geleden toen het Haagse beroepshof van het tribunaal besloot dat een van de hoofdverdachten van de genocide, Jean-Bosco Barayagwiza, moest worden vrijgelaten omdat er procedurefouten waren gemaakt. Die uitspraak leidde in Rwanda tot een golf van verontwaardiging. De Rwandese regering schortte de samenwerking met het gerechtshof op tot de beslissing teruggedraaid zou worden. De Rwandese openbaar aanklager Gerald Gahima noemde het besluit ,,volstrekt ongerechtvaardigd'' en ,,in strijd met elk rechtsgevoel.

De aanvaring ontstond juist op een moment dat de verhoudingen tussen Rwanda en het tribunaal zich leken te normaliseren. Rwanda dat zich ten tijde van de genocide door de VN in de steek gelaten voelde, heeft nooit veel vertrouwen in het tribunaal gehad. Het Oost-Afrikaanse land was er niet gelukkig mee dat het tribunaal in het Tanzaniaanse Arusha werd gevestigd. Rwanda vond het ook onbevredigend dat het gerechtshof de doodstraf meed en zich beperkte tot levenslang.

Pas ruim een jaar geleden kwam het tribunaal met Rwanda tot een samenwerkingsakkoord. Een maand geleden benoemde de Rwandese regering voor het eerst een speciale vertegenwoordiger om de contacten te onderhouden met het tribunaal. Bij deze gelegenheid verklaarde die speciale vertegenwoordiger, Martin Ngoga: ,,De regering van Rwanda besefte dat ze te ver af staat van het tribunaal, terwijl het tribunaal toch in het leven is geroepen om recht te doen aan de bevolking van Rwanda.'' (AP, AFP)