Schrijfles

Vijftien mensen – tien vrouwen, vijf mannen – luisteren aandachtig naar schrijver Thomas Rosenboom. Kan hij hun zijn grote geheim verstrekken? Rosenboom weet immers hoe je romans moet schrijven, hij is een gerespecteerd schrijver geworden. Rosenboom is op deze zaterdag gastdocent op de `Nederlandse schrijfdag' in Amsterdam, georganiseerd door de Stichting Schrijven en bedoeld voor mensen met schrijfambities.

Rosenboom, een kleine, rossige man met een wat bezorgde gelaatsuitdrukking en een licht geknepen stemgeluid, geeft waar voor zijn geld (25 gulden voor een workshop). Drie uur lang is hij aan het woord, op elke vraag gaat hij serieus in.

Zelf had hij destijds als beginneling gedacht dat je vooral `spontaan' moest schrijven. Fout! Verzin tevoren een sterke verhaallijn, adviseert hij, en maak een schema. Het moeilijkste en belangrijkste is voor hem die verhaallijn, het is zelfs beslissender dan de stijl.

Een verrassende mededeling van een schrijver die in zijn eigen werk zo duidelijk een bijzondere schrijfstijl heeft ontwikkeld. Een goed geschreven verhaal, zegt hij zelfs, is nog geen goed verhaal. Je moet niet dwangmatig blijven herschrijven. Allemaal onzekerheid en neurose, dat eindeloze gepeuter aan zinnetjes, hij kan erover meepraten. Je moet weten waar de kracht van je verhaal ligt en daar naartoe werken.

En Joyce dan met zijn `stream of consciousness', werpt een cursist tegen, dat was nog eens spontaan schrijven. Joyce werd onleesbaar, reageert Rosenboom, hetzelfde gold voor Musil en Van Deyssel. Van Oudshoorn en Emants, die worden nog wél gelezen omdat ze een verhaal vertelden. Hij wijst op het grondpatroon van de meeste literatuur: de hoofdpersoon heeft een probleem, hij wil er iets aan doen, maar al strijdende schiet hij zijn doel voorbij. In literatuur wordt het verhaal georganiseerd rond het conflict, in lectuur draait het om allerlei avonturen. Er is een soort wedstrijd gaande in literatuur, in ieder hoofdstuk moet er voor de hoofdpersoon iets te winnen en te verliezen zijn.

En wees niet bang voor platte karakters, zegt Rosenboom, de wereldliteratuur wemelt ervan. Kapitein Ahab, madame Bovary, Hamlet, ze werden allemaal door maar één obsessie gedreven. Vooral niet te veel diepe gedachten! Vroeger wilde ook hij de lezer imponeren met zijn diepte, nu wil hij alleen nog amuseren.

Zijn er niet veel mooie boeken die zich aan al deze wetten onttrekken, vraagt iemand. Van Reve, Nescio, noem maar op? Jawel, zegt Rosenboom, maar dat zijn de virtuozen, daar valt niks over te zeggen. Het gaat hem erom wat je moet doen als je een normaal talent hebt.

De vijftien gaan opgetogen naar huis en beginnen nog dezelfde avond aan hun meesterwerk.

    • Frits Abrahams