Schoolstaking

EEN SCHOLIERENSTAKING: het heeft iets pathetisch. Leerplichtambtenaren en ouders hebben hun handen immers nu al vol aan spijbelen dat, met een beetje goede wil, ook opgevat kan worden als een vorm van (individueel) staken. Maar de landelijke betoging die het Stakingscomité Tweede Fase en het Landelijk Aktie Komitee Scholieren voor zes december in Den Haag hebben aangekondigd, verdient serieuzere aandacht. De scholieren hebben namelijk argumenten voor hun actie. De introductie van de `tweede fase' en het `studiehuis', bedoeld om de leerlingen te laten wennen aan het hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs, heeft meer verwarring gezaaid dan opheldering verschaft.

Het begon allemaal met het `studiehuis', een onder toenmalig staatssecretaris Wallage gelanceerd experiment dat er op neerkomt dat de oude klassikale kennisoverdracht wordt vervangen door zelfwerkzaamheid. Het was een slecht idee. Maar sinds begin dit jaar is het studiehuis toch in alle hogere klassen dé lesmethode. Veel leraren weten zich er geen raad mee. Een groot deel van hun tijd zijn ze bezig zich om te scholen of een weg te banen in de overvloed aan nieuw en duur lesmateriaal.

Aan het studiehuis is de `tweede fase' gekoppeld. In een poging om de vrijblijvende `pretpakketten' terug te dringen – die verwording was een logische consequentie van de Mammoetwet, waartegen scholieren in 1968 overigens ook vergeefs staakten – moeten leerlingen kiezen voor een van de vier `profielen', met een dubbel aantal vakken, die min of meer sporen met de scheidslijnen alfa, bèta en gamma. Dat was op zichzelf een minder slecht idee. Zij het dat de tweede fase niet bedoeld was als een bescheiden correctie op de Mammoetwet maar als een nieuwe sprong voorwaarts in het duister.

Volgens de actiecomités worden de scholieren door deze twee hervormingen te zwaar belast. Het aantal vakken is in hun ogen te groot geworden voor serieuze kennisabsorptie. Ze moeten zelf een boekhouding van al hun werk bijhouden. En door de schaarse tentaminering ervan begint de eindexamenstress in feite al in de vierde klas. Gevolg: ze hebben geen vrije tijd meer voor hun hobby's, zoals het lieftallig wordt genoemd, noch voor hun bijbaantjes, hetgeen vermoedelijk wezenlijker wordt betreurd.

ZE HEBBEN GELIJK. Alleen hun remedie om het lesprogramma af te zwakken biedt geen soelaas. Want het probleem schuilt niet zozeer in het aantal vakken – en al helemaal niet in vakken waaraan leerlingen op voorhand denken ,,niets'' te hebben – maar in de wijze waarop de hervormingen aan het onderwijs worden opgedrongen. Niet toevallig beschouwt de verantwoordelijke `procesmanager' op het ministerie in Zoetermeer de staking als een steuntje in zijn rug. Hij ziet de bui kennelijk al hangen en koerst daarom af op centralistische maatregelen.

Als de scholieren op 6 december duidelijk weten te maken dat zo het paard achter de wagen wordt gespannen, kunnen zij minister Hermans en staatssecretaris Adelmund (die de erfenis van hun voorgangers moeten opruimen) hopelijk inspireren tot een andere benadering. Lapwerk vanuit het departement heeft geen zin. Nu het eenmaal zo ver is, is het onderwijs alleen geholpen als het de hervormingen zelf vorm mag geven. Dat is dan jammer voor de architecten van deze `grand design'.