Restje sociale zekerheid gaat wel de markt op

De herziening van de sociale zekerheid betekent een goudmijn voor arbo- diensten, verzekeraars en uitzendbureaus. Het kabinet maakt bovendien de weg vrij voor innige samenwerking tussen die drie.

Je zou het de `nationalisering' van de sociale zekerheid kunnen noemen, het vrijdag gelanceerde kabinetsplan om de uitvoering van de WW en de WAO in een rijksdienst onder te brengen. De nu min of meer zelfstandige uitkeringsinstanties (zoals het Gak) die werken in opdracht van sociale partners, worden vervangen door een rechtstreeks onder de minister ressorterend uitvoeringsorgaan.

Het voornemen om taken als premies innen en uitkeringen verstrekken aan de markt over te laten is van de baan. Banken en verzekeraars die daar graag op ingesprongen waren, zoals Achmea, ABN Amro, Aegon en ING, hebben pech gehad. Het enige restje sociale zekerheid dat nog wel geprivatiseerd wordt is de reïntegratietaak, dat is jargon voor zieke en arbeidsongeschikte werknemers aan een baan helpen.

Het kabinet verwacht daar veel van. Uitgangspunt is dat een WAO'er niet langer de rest van zijn leven afgeschreven is. Want wie geen zware lichamelijke arbeid meer kan verrichten, kan misschien best nog op kantoor aan de slag en wie overspannen is geraakt onder baas X kan onder baas Y wellicht uitstekend functioneren.

De terugkeer van WAO'ers naar de arbeidsmarkt is het kabinet vanaf 2003 zo'n tien miljard aan `financiële prikkels' waard, die straks in de private sector voor het oprapen liggen. Nieuw te vormen reïntegratiebedrijven kunnen van subsidieregelingen gebruikmaken en werkgevers worden verplicht zo'n bedrijf in de arm te nemen.

Het kabinet creëert daarmee een nieuwe bedrijfstak, net zoals ze dat in 1995 heeft gedaan bij de privatisering van de Ziektewet. Het resultaat was het ontstaan van arbodiensten, die er door actieve `verzuimbegeleiding' voor moesten zorgen dat zieke werknemers niet zouden instromen in de WAO. Dat daar in de praktijk weinig van terechtkwam – de arbodiensten richtten hun aandacht vooral op werknemers met eenvoudig te behandelen klachten, zodat hun dienstverlening goedkoop bleef – ontmoedigt het kabinet niet nu dezelfde werkwijze te kiezen.

Integendeel, het is juist de bedoeling van het kabinet dat arbodiensten en reïntegratiebedrijven elkaar gaan opzoeken, zodat er een betere afstemming ontstaat tussen het eerste ziektejaar (waarin de Ziektewet geldt) en de periode daarna (als iemand in de WAO terechtkomt). Het kabinet rekent erop dat arbodiensten de reïntegratie van WAO'ers als een nieuwe `niche' zullen beschouwen en er zelf op in zullen springen, in het verlengde van de arbodienstverlening in het eerste ziektejaar. De sector kan daardoor extra inkomsten genereren en professionaliseren. Bovendien zijn de honderden arbodiensten die na de privatisering van de Ziektewet in 1995 als paddestoelen uit de grond schoten de afgelopen paar jaar in rap tempo samengeklonterd tot een beperkt aantal grote, landelijke arbodiensten. De acht grootste hebben de markt vrijwel geheel in handen en de rotte appels zijn intussen wel verdwenen uit de sector, zo redeneert het kabinet.

Een sector die eveneens op de nieuwe markt voor reïntegratiewerk zal inspringen, is de verzekeringsbranche. Verzekeraars verkopen immers nu al verzuimverzekeringen voor het eerste ziektejaar en houden zich daarbij bezig met het zoeken van (vervangend) werk voor zieke werknemers. Voor iedere zieke die weer aan de slag gaat hoeft immers geen ziekengeld uitgekeerd te worden. Reïntegreren van WAO'ers komt in wezen op hetzelfde neer.

Het ligt voor de hand dat verzekeraars arbodiensten zullen inlijven om een totaalpakket aan dienstverlening samen te stellen. Veel verzekeraars hebben al nauwe banden met de grotere arbodiensten.

Ook de private poten van de bestaande uitkeringsinstanties – die straks op eigen benen komen te staan als hun publieke tak opgaat in een rijksdienst – houden zich bezig met arbodienstverlening, verzuimverzekeringen en reïntegratiebemiddeling. Die zullen dan ook snel na hun verzelfstandiging terechtkomen in de stal van de verzekeraars.

Uitkeringsinstanties en verzekeraars kennen elkaar al. Zo sloot Achmea, vooruitlopend op de aangekondigde privatiseringsoperatie, een alliantie met het Gak. De twee waren zelfs van plan te fuseren, maar het nieuwe kabinetsplan gooit nu roet in het eten. Vergelijkbare banden bestaan tussen Nationale-Nederlanden en SFB, de uitvoerder in de bouw.

Blijft over de uitzendbranche. Als geen ander hebben uitzendbureaus natuurlijk verstand van bemiddeling van arbeidskrachten. Van de tien miljard grote reïntegratiepot zullen zij dan ook zeker een graantje willen meepikken. Allianties van uitzendketens en verzekeraars of arbodiensten (of allebei) bestaan nu nog slechts mondjesmaat – alleen Rabo-dochter Interpolis heeft een joint venture met GUO en Adecco – maar daar komt ongetwijfeld verandering in als dit kabinetsplan de eindstreep haalt.

En voor verzekeraars die nog geen allianties hebben met uitkeringsinstanties en uitzendbureaus – zoals ABN Amro en Aegon, die op eigen kracht in de private uitkeringsmarkt hadden willen stappen – zijn er best nog wat interessante bedrijven te koop. Uitzendbureau Start bijvoorbeeld, dat altijd gespecialiseerd is geweest in bemiddeling van werkzoekenden met weinig kansen op de arbeidsmarkt, maar nog altijd geen deel uitmaakt van een groot uitzendconcern. Of het Reïntegratiebedrijf Arbeidsvoorziening, dat deel uitmaakt van de arbeidsbureaus. Die zijn nu nog monopolist in het op kosten van de overheid bemiddelen van uitkeringsgerechtigden naar een baan. In het kabinetsplan komen ze echter op eigen benen te staan.

    • Jochen van Barschot