Politiek raspaard

Vaak stond er achter het spreekgestoelte een kistje klaar als Amintore Fanfani een toespraak moest houden, of een stapel telefoonboeken. De zesvoudig premier was 1.63 meter en werd, met een verwijzing naar zijn beginjaren als universitair docent economie, il professorino genoemd, de kleine professor. Maar na zijn overlijden zaterdag ontbraken de verkleinwoorden.

Zo prees minister van Buitenlandse Zaken Lamberto Dini hem als ,,een van de grootste hoofdrolspelers van de Italiaanse politiek, een man die een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de economische ontwikkeling en de groei van de democratie''.

Fanfani is een van de sleutelfiguren in de ontwikkeling van het naoorlogse Italië. Alcide De Gasperi en Giulio Andreotti zijn vaker premier geweest, respectievelijk acht en zeven keer. Maar het was Fanfani, in 1946 een van de opstellers van de nieuwe grondwet, die de basis heeft gelegd voor de ontwikkeling van de christen-democratische partij. In de jaren vijftig begon die te veranderen van een bijna feodaal groepje partijbonzen rondom plaatselijke parochies tot een goed-georganiseerde massapartij met partijkantoren tot in het kleinste stadje en eigen mensen op sleutelposities in de economie, de financiële wereld en de media. Later is die partijmachine een instrument voor corruptie geworden, maar daarmee heeft Fanfani niets te maken gehad.

Als partijleider, premier en minister bleek Fanfani, die 91 jaar is geworden, een politiek raspaard. Autoritair en paternalistisch, maar ook flexibel. Hij was in de jaren vijftig en zestig een van de theoretici achter de sterke staatsinterventie in de economie, ervan overtuigd dat, gezien de enorme regionale verschillen, de overheid veel moest stimuleren en bijsturen. En het was Fanfani die begin jaren zestig de eerste centrum-linkse regering mogelijk maakte, met deelname van de socialisten.

Soms leek zijn rol uitgespeeld, maar bijna altijd wist hij weer terug te krabbelen. Il rieccolo, zo werd hij genoemd: meneer daar is-ie weer. In 1974 leidde hij een harde campagne tegen echtscheiding, maar bij het referendum hierover keerden de kiezers zich van hem af. Hetzelfde gebeurde bij de regionale verkiezingen een jaar later, een van de grootste nederlagen in de partijgeschiedenis.

Fanfani was destijds al senator voor het leven en is tot eind jaren tachtig politiek actief gebleven – in 1987 was hij nog tien dagen premier van een overgangskabinet. Daarna trok hij zich echt terug uit het openbare leven, met alleen af en toe een kritisch commentaar op de koers van zijn partij, die in 1994 zou bezwijken onder corruptie- en mafiaschandalen.