Franse grottoeristen na tien dagen gered

Zeven Franse grottoeristen, die tien dagen hadden vastgezeten, zijn vannacht in goede gezondheid boven de grond gehesen. Zij waren overvallen door de plotselinge stijging van het water in de ondergrondse loop van de Ouysse, een zijrivier van de Lot, in de omgeving van Cahors, in zuidwest Frankrijk.

De vermiste zeven werden gisteren overdag gelocaliseerd in de spelonk van Vitarelles, bij Gramat. Tot dan toe hadden 150 man reddingstroepen (gendarmes, brandweer en andere speleologen) al zeven gaten geboord en tal van gevaarlijke afdalingen gemaakt, maar geen enkel teken van leven opgevangen.

De champagne werd ontkurkt toen een lid van het reddingsteam zich gisteren door een nieuw geboord gat bij de ondergrondse rivier had laten afzetten en contact kreeg met de vermisten. Het duurde toen nog een etmaal voordat allen door een gat met een diameter van 40 centimeter naar boven waren gehesen. De eerste kwam om half twaalf 's nachts op de veilige aarde. De laatste zette drie uur later voet op vaste grond nadat ook hij 100 meter omhoog was gehesen.

De zeven bleken zich in een hoge 'gewelfzaal' te hebben teruggetrokken. Daar hadden ze boven het niveau van het water kunnen blijven, dat vier meter hoger stond dan normaal. De reddingswerkers prezen de ervarenheid van de vermisten. De zeven hadden gedaan wat van hen werd verwacht: een hoog punt opzoeken en de meegenomen voorraad eten en drinken rantsoeneren. De zeven waren vertrokken voor een ondergrondse expeditie van drie dagen. Zij hadden nog eten en licht voor twee dagen over.

De opluchting was groot bij de reddingswerkers. Ondanks al hun pogingen hadden zij tot gistermiddag geen enkele aanwijzing. ,,Onder de grond is het gruyère'', zei een kenner van het grottengebied, doelend op de wirwar van gangen en holtes en nog niet in kaart gebrachte vertakkingen.

De zeven werden uiteindelijk teruggevonden op vier kilometer van de officiële ingang van het grottengebied, gesitueerd op een militair centrum voor onderzoek naar de effecten van radioactiviteit. De meeste vermisten werken daar, al was hun expeditie privé. Voor de redding zijn grote boormachines ingezet, die voor 25000 gulden plus 600 gulden per uur worden verhuurd.

De hele operatie heeft volgens een eerste schatting tussen de één en drie miljoen gulden gekost.