DUKE ELLINGTON

Of na Mozart en J.S. Bach ook Ellington (1899-1974) binnenkort compleet wordt geboxt is niet erg waarschijnlijk. Duke ging gedurende zijn carrière maar weinig exclusieve contracten aan. De rechten zitten daardoor, ondanks de fusies in de platenbranche, nog heel verspreid.

Wel is The Duke Ellington Centennial Edition - The Complete RCA Victor Recordings (1927-1973) een stap vooruit, zowel kwantitatief als kwalitatief. Een wijnrode doos waarin een flinke taart zou passen, gevuld met 24 cd's plus een prachtig vorm gegeven boek, het is zonder twijfel het rijkste jazz-cadeau tot nu toe. De discografie is samengesteld met grote zorg, de essays van onder anderen Stanley Dance, Steven Lasker en Orrin Keepnews snijden hout en de geluidskwaliteit is verbazingwekkend verbeterd.

Dat laatste betreft vooral het materiaal van de eerste zeven cd's uit de jaren 1927-1934 met o.a. de oerversies van Black and Tan Fantasy en Creole Love Call. Dat Ellington zulke stukken ook opnam voor andere firma's was gewoon in die tijd, net als het werken onder pseudoniem. Dat de Footwarmers, Whoopee Makers en Harlem Hot Chocolates uit dezelfde mensen bestonden wisten waarschijnlijk weinigen.

Na een hiaat waarin Duke vooral platen maakt voor Brunswick (nu Sony), zit hij gedurende '40-'42 weer bij RCA en bereikt zijn orkest een piek met o.a. Ko-ko en Take the `A'-Train dat zijn herkenningsmelodie wordt. Heel fraai uit deze periode zijn ook de opnamen met combo's uit het orkest op naam van solisten als Johnny Hodges en Barney Bigard. Het hoge niveau tijdens deze jaren is behalve aan steunpilaren als Harry Carney te danken aan drie nieuwkomers in de band: saxofonist Ben Webster, de jong gestorven bassist Jimmie Blanton en de man die tot zijn dood Ellingtons rechterhand zou blijven: arrangeur en co-componist Billy Strayhorn.

Na langdurige stakingen in de platenbusiness is Duke eind '44 terug bij RCA, een periode die duurt tot september '46. De in de studio vastgelegde stukken waaronder delen uit de suite Black, Brown and Beige zijn echter een druppel vergeleken met de zee aan concert- en radio-registraties uit die jaren. Pas echt mager is de oogst uit de twintig jaar daarna waarin Ellington vooral voor Columbia (ook Sony) actief is.

Vanaf '65 maakte hij voor RCA nog een stapel lp's waaronder klassiekers als The Far East Suite en His mother called him Bill, opgedragen aan Billie Strayhorn. Zijn gegroeide gevoel voor het grootse geeft hij vorm in drie Sacred Concerts waarvan hij de laatste een half jaar voor zijn dood vastlegde in de Londense Westminster Abbey.

Wat de Duke opnam was niet allemaal groots, maar dat is geen schande gezien zijn enorme productie. Met de live-registraties erbij zal een complete Ellington-uitgave zeker driehonderd cd's vergen. Je zou dus zeggen dat het onbegonnen werk is maar misschien denkt Het Kruidvat daar anders over. En mogelijk ook het geheimzinnige label Classics dat met zijn Chronological Duke Ellington nog maar 28 jaar voor de boeg heeft.

The Duke Ellington Centennial Edition - The Complete RCA Victor Recordings (1927-1973) (RCA Victor 09026-63386). Distr. VIA

    • Frans van Leeuwen