Dit is de man en dit is zijn spektakel

Met de uitbreiding van het Centraal Museum in Utrecht heeft Sjarel Ex eindelijk het publieksvriendelijke museum dat hem elf jaar geleden, toen hij als jongste museumdirecteur van Nederland werd benoemd, voor ogen stond. Gaat dit alles niet ten koste van de inhoud? Profiel van een talentvolle regelaar.

Het was een opmerkelijk geluid, dat Sjarel Ex vorige maand liet horen. In Amsterdam was net bekend geworden dat Stedelijk Museum-directeur Rudi Fuchs het autobedrijf Audi bereid had gevonden om twaalf miljoen in de uitbreiding van zijn museum te steken. Daarvoor bedong Audi evenwel `expositieruimte'. Toen de Amsterdamse gemeenteraad dit ter ore kwam werd Fuchs teruggefloten. In de commotie die volgde toonden de meeste collega-directeuren begrip voor Fuchs. ,,De overheid stelt te weinig geld beschikbaar'', vond Chris Dercon van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. ,,Waar ik vooral verbaasd over ben'', voegde zijn collega Alexander van Grevenstein van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum daar aan toe, ,,is dat tot nu toe geen enkel compliment is gemaakt aan het adres van Rudi Fuchs [...] Neem me niet kwalijk zeg, maar tien miljoen gulden is verschrikkelijk veel geld.''

Maar toen was daar ineens Sjarel Ex, die met zijn commentaar nadrukkelijk uit de toon viel. ,,Er is geld genoeg, als je er maar om vraagt'', klonk het vanuit de directiekamer van het Centraal Museum in Utrecht. ,,Ik zou niet op het aanbod en de eisen van Audi zijn ingegaan. [...] Voor onze eigen nieuwbouw hebben we zeven miljoen van de overheid gekregen. De resterende dertig miljoen komt van derden. Toch staat er geen Audi op het dak.'' De directeuren in Amsterdam, Rotterdam en Maastricht moeten knarsetandend in de richting van Utrecht hebben getuurd – dertig miljoen, daarbij was het geld van Audi peanuts.

Komend weekeinde, op 27 november, zal blijken of Ex zijn geld goed heeft besteed, want dan gaat de uitbreiding en nieuwbouw van zijn Centraal Museum open. Op het eerste gezicht lijkt dit project, dat in totaal 37 miljoen heeft gekost, weinig spectaculair; de buitenkant van het museum is zo goed als onaangetast gebleven. Maar van binnen is het hele gebouw opnieuw ingedeeld en ingericht en ook heeft het aan de achterkant een nieuwe ingang gekregen, die is ontworpen door de Belgische architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael.

Ex heeft hiermee eindelijk het museum dat hij wil. Dat heeft hem elf jaar gekost, sinds hij in 1988 op 31-jarige leeftijd als jongste museumdirecteur van Nederland in Utrecht werd aangesteld. Tot die tijd gold het Utrechtse museum als een knusse maar ook wat stoffige instelling: de schilderijen stonden in een slecht onderhouden depot, het restaurant was niet meer dan een veredelde koffiehoek en de traditie wilde dat de koffiejuffrouw wat plantjes over de museumzalen verspreidde om het geheel wat gezelliger te maken. Ex wilde meteen de bezem halen door dit museum met `de grootste onderbroekencollectie van Nederland', zoals hij het later omschreef. Het Centraal Museum moest ,,een oase'' worden, ,,waar je van de ene verbazing in de andere valt''. En hij wist ook al hoe. ,,Al in zijn notities uit het einde van de jaren tachtig schrijft Sjarel over een `geïntegreerd museum','' zegt Marja Bosma, conservator moderne kunst van het Centraal Museum. ,,Hij zocht toen al naar wegen om het publiek zoveel mogelijk bij de kunst te betrekken. Geen koud en kil instituut waar alles om de kunstgeschiedenis draait, maar een museum waar de toeschouwer zich bij de kunst betrokken voelt.''

Daarin lijkt Ex met het nieuwe `profiel' van het Centraal Museum behoorlijk geslaagd. Sterker nog, met zijn `nieuwe' museum lijkt de directeur een poging te wagen de Nederlandse museumcultuur een nieuwe draai te geven. Waar `traditionele' musea als het Stedelijk, het Boijmans of het Van Abbe een museum vooral beschouwen als een plek waar kunstwerken kunnen `schuilen' en de toeschouwer de werken zonder enige vorm van afleiding tot zich kan nemen, wordt het Centraal Museum `open en servicegericht', `publieksvriendelijker en educatiever' en `gericht op het creëren van nieuw elan'.

Hoe dat eruit ziet blijkt al bij de ingang. Daar wordt de toeschouwer niet meer opgewacht door een portier achter een loket, maar door een kaartjesautomaat, waaruit hij voor een rijksdaalder zijn toegangsbewijs kan trekken. Heeft hij nog vragen dan wordt hij opgewacht door een gastheer of -vrouw, gekleed in modieus spijkerpak met sjerp, die de bezoeker verder wegwijs maakt – een functie die, in het kader van het gelijkheidsbeginsel, door alle personeelsleden zal worden vervuld, inclusief de directeur. Ook is er op zolder een kindermuseum ingericht, komt er een `taartenrestaurant' en zijn er in het museum speciale `projectruimtes' gebouwd waarin kunstvoorwerpen op onderwerp of thema met elkaar worden gecombineerd, zonder dat dit `kunsthistorisch verantwoord' wordt. Bovendien brengt het Centraal Museum als eerste een nieuwe service: als een werk niet op zaal hangt kan iedere bezoeker tegen betaling van twintig euro het binnen een uur uit het depot laten halen om het rustig te bekijken.

Met deze `klantvriendelijke' ideeën wist Ex de geldschieters voor zijn plannen te enthousiasmeren. ,,Sjarel Ex is het prototype van wat Rick van der Ploeg een `cultureel ondernemer' zou noemen'', zegt Pauline van der Linden, wethouder van cultuur van Utrecht. ,,Hij kan heel overtuigend zijn en je het gevoel geven dat zijn plannen echt de moeite waard zijn. Daardoor weet hij anderen mee te slepen.'' Dat gebeurde ook Marischka Leenaers, hoofd corporate sponsoring van de Rabobank. ,,We vinden zijn ideeën heel bijzonder. In het nieuwe Centraal Museum kan iedere bezoeker als het ware zijn `eigen museum' samenstellen, en dat was precies wat ons aansprak.'' Conservator Marja Bosma: ,,Ik denk dat zijn beleid ook mede voortkomt uit het feit dat Sjarel eigenlijk een museum wil waarin hij zichzelf thuisvoelt. Allebei waren we erg gecharmeerd van Jan Hoet, zijn tentoonstelling Chambres d'Amis bijvoorbeeld. Dan liep je zo'n Gentse huiskamer binnen, stond Jan Hoet daar zelf, die vol vuur over het kunstwerk begon te vertellen. Dat vond Sjarel altijd mooi.''

Die voorkeur voor `publieksvriendelijke' projecten viel mooi samen met Ex' talent voor organiseren en regelen. Dat ontpopte zich al toen hij twintig jaar geleden begon als eerstejaars student kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. ,,In die jaren was kunstgeschiedenis nog niet zo'n massale studie, dus viel hij al snel op'', zegt zijn studievriendin Nicolette Gast. ,,Ook al omdat hij een aantrekkelijke man was – nog steeds trouwens. Sjarel was zo iemand die, als we naar een tentoonstelling in Berlijn wilden, een bus voor zestig personen regelde en die vol kreeg, want dat was voor ons goedkoper dan met z'n drieën in een auto.'' ,,Het was een hartstikke goed jaar waarin zij zaten'', zegt Carel Blotkamp, op dat moment docent in Utrecht, nu hoogleraar aan de VU in Amsterdam. ,,Zo'n lichting die je maar zelden tegenkomt. Ze waren erg geïnteresseerd, maar ook extreem lastig.''

Ex organiseerde zijn eerste tentoonstelling tijdens zijn studie, toen hij samen met zijn studievriendinnen Els Hoek en Nicolette Gast stage liep bij Museum Fodor in Amsterdam. Verdeelde beelden was een tentoonstelling met 25 Nederlandse kunstenaars, onder wie K. Persoon, John van 't Slot en Lydia Schouten, die bijna allemaal werkten in de toen heersende mode van de `nieuwe figuratie'. ,,Sjarel legde een enorme gedrevenheid aan de dag,'' zegt Tijmen van Grootheest, toen directeur van Fodor en nu directeur van de Rietveld Academie. ,,En hij was nog diplomatiek ook. Ze vergisten zich nog wel eens, maar hielden er geen dubbele agenda's op na, en dat was erg aangenaam.''

Met Els Hoek en Nicolette Gast kwam Ex later met een voor Nederland opmerkelijk plan: een tentoonstelling van kunst die op openbare locaties door de hele stad Amsterdam te zien zou zijn. Gast: ,,Aanvankelijk hadden we bedacht dat we Who's afraid of red, yellow and blue van Barnett Newman in de Kalverstraat wilden hangen en meer van dat soort ideeën. Dat was natuurlijk niet haalbaar, maar het plan om museale kunst uit het museum te halen bleef bestaan.'' Carel Blotkamp: ,,Bij zo'n project was Sjarel de doener, Els Hoek de denker, en Nicolette degene die tussen die vaardigheden heen en weer pendelde. Sjarel floreert goed in een collectief, zoals je nu in het Centraal Museum kunt merken.''

Uiteindelijk leverde dit plan de tentoonstelling Century '87 op, een project waaraan 29 kunstenaars uit binnen- en buitenland deelnamen. Daan van Golden maakte zijn befaamde `blauwe pad' in de Hortus, Rob Scholte een werk op de Wallen in Amsterdam. Dat Century `geïnspireerd' was op Jan Hoets Chambres d'Amis lag bijna voor de hand.

Doordat Century, ondanks een begrotingstekort van 53.000 gulden, een succes was, moet het Ex ook zelf duidelijk zijn geworden dat zijn kracht lag in het organiseren en regelen van grote, ongebruikelijke kunstprojecten. Toen hij het volgende jaar dan ook directeur van het Centraal Museum werd nam hij al snel het initiatief tot Nachtregels, een tentoonstelling van lichtkunstwerken die bij voorkeur in het donker bekeken moesten worden. Deze zomer volgde in deze reeks Panorama 2000, waarbij de toeschouwer geacht werd de kunst vanaf de Utrechtse Domtoren te zien. Net als de voorgaande `buitententoonstellingen' genereerde ook Panorama veel publiciteit, maar de kritieken waren dit keer minder enthousiast. Een aardige tentoonstelling, luidde de communis opinio, maar de kunst was wel erg in dienst van het spektakel komen te staan.

Daarmee werd meteen geraakt aan het wankele evenwicht waarmee Ex ook in zijn nieuwe museum lijkt te worstelen. Hij mag dan cum laude zijn afgestudeerd (op de Stijl-kunstenaar Vilmos Huszár), de afgelopen jaren lijkt zijn talent voor organiseren van tentoonstellingen en het genereren van publiciteit het te hebben gewonnen van zijn belangstelling voor de inhoudelijke kant van kunst. ,,Het inhoudelijke interesseert me wel,'' zegt hij zelf, ,,maar steeds meer als middel om dingen organisatorisch gedaan te krijgen. Met inhoudelijke kennis kun je mensen beter overtuigen.'' En dat was eigenlijk al zo tijdens de studie kunstgeschiedenis, aldus zijn studievriendin Nicolette Gast. ,,Hij was niet, zoals veel jaargenoten, opgegroeid met beeldende kunst, maar wist zich de parate kennis heel snel eigen te maken. En hij wist goed te selecteren. Als hij iets echt interessant vond, verdiepte Sjarel zich er in, maar het tentamen Middeleeuwen haalde hij op de uittreksels van Els en mij.''

Voor het Centraal Museum heeft dat echter zo zijn nadelen. Ex probeert weliswaar de deuren van de `kunsttempel' open te zetten en het publiek met open armen te ontvangen, het nadeel daarvan is dat de publieksvriendelijkheid het inhoudelijk profiel van Centraal Museum wat dreigt te verdringen. Als het museum al een identiteit heeft, is het een lokale; het moet het vooral hebben van kunstenaars als Rietveld, Moesman en Koch, die een historische band hebben met de stad. Rietveldacademie-directeur Tijmen van Grootheest: ,,Ik vind het nog steeds jammer dat Sjarel zich in het Centraal Museum inhoudelijk altijd wat voorzichtig heeft opgesteld. Hij werd al jong directeur, en gezien zijn leeftijd had hij vanaf dat moment wel wat meer om zich heen mogen slaan, eens even door de porseleinkast banjeren. Dat heeft-ie niet gedaan. Het gevolg is dat er nu een mooi museum staat, maar ik zie niet precies wat voor identiteit het nou heeft. Ik kan niet zeggen: dit is de man en dit is zijn museum.''

Dat neemt niet weg dat de naam van Ex de laatste jaren steevast valt als er een directeurspost in een van de grotere musea vacant valt. En dat zal ongetwijfeld opnieuw gebeuren als binnen afzienbare tijd het Haags Gemeentemuseum vrijkomt, terwijl ook de post van directeur in het Stedelijk Museum in Amsterdam, de meest prestigieuze in de hedendaagse-kunstwereld, geen jaren meer op zich laat wachten. ,,Al tijdens zijn studie riep Sjarel dat hij directeur van het Stedelijk wilde worden,'' zegt Nicolette Gast. ,,En ik kan me voorstellen dat hij dat nog steeds wil. Aan de andere kant zie ik hem ook wel iets heel anders gaan doen. Ontslag nemen bijvoorbeeld, en voor zichzelf een bureautje opzetten om tentoonstellingen te organiseren en kunsthistorische producties te doen.'' Ex: ,,Directeur van het Stedelijk? Ik zou het niet meer willen, zo interessant is de hedendaagse kunst niet op dit moment. Als ik een ambitie heb dan is het om Ronald de Leeuw op te volgen als directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar is nog eens wat te regelen.''

    • Hans den Hartog Jager