Dia's uit het getto

Niet altijd geeft de jury op filmfestivals de grote prijs aan de meest originele, baanbrekende film – zoals je als leek misschien zou verwachten. Zo'n film leidt namelijk maar al te vaak tot verdeeldheid in de jury: originaliteit kent nu eenmaal per definitie tegenstanders.

Het IDFA (International Documentary Film Festival) maakt op die praktijk geen uitzondering. Het valt zeer te betwijfelen of de vanavond door de NPS uitgezonden winnaar van de Joris Ivens Award 1998, Fotoamator van de Pool Dariusz Jablonski, nu echt de vanuit cinematografisch oogpunt spannendste inzending was, verleden jaar.

Het leek erop dat de jury had gekozen voor de film van Jablonski omdat die als het ware de gulden middenweg vertegenwoordigde: een goede documentaire over een onderwerp, jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, waar niemand bezwaar tegen kon hebben. Daarmee is overigens niet gezegd dat Fotoamator niet de moeite van het kijken waard zou zijn – het tegendeel is het geval – en evenmin dat de film van originaliteit gespeend zou zijn.

Uitgangspunt is een serie Agfa-kleurendia's van het getto in de Poolse stad Lodz. Die zijn tussen 1940 en 1944 gemaakt door Walter Genewein, de Duitse administrateur van het getto, waarin de joodse bevolking van Lodz en het omringende platteland was samengedreven. Onder leiding van een Duitse industrieel, Hans Biebow, werden ze te werk gesteld als textielarbeiders.

Juist het feit dat ze in kleur zijn, maakt de dia's van de allengs meer hongerende en lijdende getto-bewoners schrijnend. Genewein was, zo op het oog, zeker geen slechte fotograaf en hij heeft de diverse aspecten van het gettoleven – arbeid, schamele behuizing, kinderen, etc. – nauwgezet vastgelegd. Op de een of andere manier, realiseer je je tijdens het kijken, ben je eraan gewend geraakt de jodenvernietiging in zwart-wit te zien, behalve misschien in enkele recente speelfilms. Authentiek èn in kleur – dat kan bijna niet, en toch zijn deze dia's echt.

Genewein had over de kleurechtheid van sommige dia's veel te klagen, blijkt uit een brief van zijn hand aan de Agfa-fabriek. Hij vond sommige te rood uitgevallen bijvoorbeeld, en Agfa bekende schuld en betaalde hem de aanschafprijs van sommige films terug. Deze nauwgezetheid kenmerkt veel van de dagboekteksten van zowel Genewein als Biebow, die bewaard zijn en waaruit wordt voorgelezen.

Niets blijft ons bespaard: de zorgen van Genewein over zijn ambtelijke salarisschaal bijvoorbeeld. Ook de organisatie van het werk in het getto – waarin ondervoeding en verzwakking heersten en waaruit een deel van de bevolking op gezette tijden werd afgevoerd naar vernietigingskampen – was geen sinecure. Macaber bijvoorbeeld is een klachtenbrief van Winterhulp – een organisatie die zich bezig hield met de verstrekking van voedsel en kleding aan door de oorlog noodlijdende Duitsers – dat de uit Lodz opgestuurde, gebruikte kleding soms met bloed was bestuurd, en dat de jodenster er soms niet was afgehaald.

Het is jammer dat Jablonski de film heeft verfraaid met een in stemmig zwart-wit gefilmd interview met een overlevende, en dito beelden van Lodz nu. Wat een juist door zijn zakelijkheid bloedstollend document had kunnen zijn, wordt daarmee – naar mijn smaak – iets te veel een esthetische exercitie.

NPS.Doc: Fotoamator, Ned.3, 20.57-22.00u.

    • Raymond van den Boogaard