De wereld houdt niet van Microsoft

Microsoft is een mono- polist, oordeelde de rechter. Maar in Seattle, waar het softwarebedrijf zijn hoofd- kantoor heeft, heerst woede over de bureaucraten uit Washington en de politieke macht van Californië.

Seattle ligt altijd al ver van Washington, hemelsbreed bijna vierduizend kilometer. Maar de afgelopen weken lijkt de afstand nog gegroeid. De stad in het uiterste noordwesten van de VS is bitter en aangeslagen over de vijandigheid die er in de hoofdstad heerst tegenover Microsoft, het softwareconcern dat hier zijn hoofdkwartier heeft.

,,We dachten dat de hele wereld evenveel van Microsoft zou houden als wij'', zegt Susannah Malarkey, die als directeur van de belangenorganisatie Technology Alliance zo'n 250 hightechbedrijven in de regio vertegenwoordigt. Maar uit die droom is iedereen nu wel ontwaakt. Twee weken geleden stelde rechter Thomas Penfield Jackson in Washington vast dat Microsoft een monopolist is die de consument benadeelt en innovatie belemmert. Dat kwam aan de andere kant van het continent hard aan.

Het economische lot van Seattle is nauw verweven met het succes van Microsoft. Onzekerheid over de toekomst van Microsoft betekent dus onzekerheid voor de lokale economie. De softwarereus mag elders afgeschilderd worden als een genadeloos roofdier of als een olifant die kleinere rivalen verplettert, hier ziet men de onderneming vooral als een kip, een kip met gouden eieren.

,,De mensen hier hebben de neiging om het voor Microsoft op te nemen'', zegt Michael J. Parks, analist van de lokale economie en hoofdredacteur van Marple's Business Newsletter. ,,En dat is wel begrijpelijk, zeker voor degenen die vroeg op de trein zijn gesprongen en een prachtige rit hebben gemaakt. Wie in april 1986 voor 2.600 dollar honderd aandelen Microsoft kocht, had na alle splitsingen en koersstijgingen op 16 september van dit jaar 14.400 aandelen ter waarde van 1,3 miljoen dollar. Als je zo'n geldmachine hebt ontdekt, dan vind je het niet leuk als een stelletje bureaucraten aan de Oostkust zand in de raderen gaat gooien.''

Maar Microsoft is voor Seattle veel meer dan een spectaculair in waarde gestegen beursfonds van eigen bodem. Na vliegtuigbouwer Boeing is de softwarefabrikant, met een personeelsbestand van zo'n 17.500 mensen, de grootste werkgever in de regio. Het is vooral aan Microsoft te danken dat zo'n 2.500 andere hightechbedrijven zich in de omgeving van Seattle hebben gevestigd, met elk relatief weer veel goedbetaalde banen. En ten slotte ontgaat het niemand in Seattle dat de Microsoft-miljonairs ieder voor zich hun stempel op de stad drukken door forse financiële bijdrages te leveren aan allerlei goede doelen en het culturele leven.

Het grootst is de onvrede over het verloop van de anti-trustzaak vanzelfsprekend op de zogeheten Microsoft-campus, de verzameling lage kantoorgebouwen in het groen van de voorstad Redmond die samen de hoofdvestiging van de onderneming vormen. Dat ondervond vice-president Al Gore, die vorige week naar de campus kwam voor een verkiezingstoespraak. Die toespraak was al afgesproken voordat de rechter zijn harde oordeel over Microsoft bekendmaakte, en het was duidelijk dat de vice-president liever helemaal niets over de zaak had gezegd. Maar de driehonderd Microsoft-medewerkers die hij toesprak waren vastbesloten om hem aan een reeks kritische vragen te onderwerpen, niet als kandidaat voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, maar als vertegenwoordiger van de regering die hun bedrijf voor de rechter heeft gesleept.

,,Als ik lees wat de regering over Microsoft zegt'', zei een van de aanwezigen tegen Gore, ,,dan herken ik het bedrijf waar ik voor werk helemaal niet.'' Een ander opperde dat Amerika minder van Microsoft te vrezen heeft dan van een overheid die alle e-mails van een bedrijf opeist en uitpluist op belastend materiaal. ,,Hebben we eigenlijk geen bescherming tegen de overheid nodig?'' Weer een andere Microsoft-medewerker verzuchtte dat hij sympathiseerde met veel van Gore's politieke ideeën. ,,Ik zou voor u willen stemmen, maar ik word innerlijk verscheurd omdat deze regering zo'n positieve reactie had op de rechterlijke uitspraak dat wij de consument schade toebrengen.''

Aanvankelijk ging Gore het debat uit de weg met de verklaring dat hij zich nu eenmaal niet kan uitlaten over een proces dat nog onder de rechter is. De vice-president, die met zijn V-halstrui en zwarte puntlaarzen even informeel gekleed ging als de meeste Microsoft-employees, probeerde het ijs te breken met grapjes die moesten onderstrepen dat hij net als zijn gehoor deel uitmaakt van de moderne computercultuur. De verkiezingen voor een nieuwe president omschreef hij bijvoorbeeld als de keuze voor de man ,,die met zijn vinger boven de Alt-Control-Delete knop zit''.

Maar de kritische vragen van de gefrustreerde Microsofters bleven komen. Toen Gore ten slotte ten einde raad vroeg `Hoeveel meer vragen zijn er nog over deze zaak?', gingen er tientallen handen de lucht in. Daarop hield de vice-president een krachtig betoog voor het belang van concurrentie en van anti-trust wetgeving – zonder de Microsoftzaak met name te noemen, maar iedereen begreep waar hij het over had. ,,Het basisprincipe dat concurrentie beschermd moet worden, is een Amerikaanse waarde. We moeten ongezonde concentratie van macht, zowel in de particuliere als in de publieke sector, voorkomen.'' Na afloop kreeg Gore een warm applaus, maar de bitterheid en ongerustheid onder zijn gehoor had hij duidelijk niet weggenomen.

In Seattle staan de kranten nog steeds vol over de kwestie, veel opiniestukken nemen het van harte op voor de softwareproducent. In de Seattle Times beklaagde een lezer zich deze week in een ingezonden brief over de ,,blinde volgzaamheid die deze regio jegens Microsoft aan de dag legt, en die de vorm van een cultus aanneemt''. Maar verder sluiten zich de rijen om de geliefde, belaagde onderneming. Gelaten wacht men af hoe het nu verder zal gaan met Microsoft.

,,We zijn realistisch'', zegt Susannah Malarkey van de Technology Alliance. ,,In Washington heeft Californië nu eenmaal een veel grotere invloed dan wij. De Californische bedrijven die het op Microsoft gemunt hebben, leggen in de politiek veel gewicht in de schaal. Dat zit achter deze hele affaire. Voor iedere presidentskandidaat is de steun van Californië met zijn grote bevolking cruciaal. Daar kunnen wij niets aan doen.''

    • Juurd Eijsvoogel