De laatste Hiltermann

Nieuwe omroepmedewerkers moesten vroeger, voordat ze achter een microfoon konden plaatsnemen, in het Hilversumse instituut Santbergen een cursus volgen in het `presenteren' van teksten. Daar werd hun bijgebracht hoe ze hun stem moesten gebruiken om een tekst effectief over te brengen. Oude rotten in het omroepvak als Jaap Brand en Herman Broekhuizen leerden de nieuwkomers dat ze zich bij het spreken niet moesten haasten, goed moesten articuleren, natuurlijke pauzes in hun betoog moesten laten vallen en variatie in toonhoogte moesten aanbrengen.

Voor velen was zo'n presentatiecursus een ontnuchterende ervaring. Aan het begin van de opleiding werden ze onbarmhartig geconfronteerd met hun fouten, zeg maar rustig `afgebrand', waarna de docenten een nieuw fundament probeerden te leggen voor een betere manier van teksten lezen. Maar, zeiden ze, er was één troost: sommige radiosprekers zondigen zó overtuigend tegen alle regels van een goede presentatie, dat het foute weer goed wordt. Zij moesten vooral niets veranderen.

Buitenland-commentator mr. G.B.J. Hiltermann van de AVRO was zo iemand met een geheel eigen stijl. Door zijn opvallende manier van intoneren, accentueren, articuleren en pauzeren viel hij op, onderscheidde hij zich. De manier waarop hij zinsneden als `bolsjewistische wereldrevolutie', `de liquidatie van de koelakken', `gigantische kafkaiaanse bureaucratieën' uitsprak, maakten de communistische dreiging tastbaar. De Slagschaduwen die hij over Rest-Europa liet trekken deden je huiveren. Opvallend is zijn manier van spreken door de jaren heen altijd gebleven, al nam met het stijgen van zijn leeftijd zijn verstaanbaarheid wel af.

In de loop der jaren zijn bijna alle radiosprekers uit de ether verdwenen. Commentatoren van het type H.J. Neuman, Paul van 't Veer, Anton Constandse, Meijer Sluyser, mr. Benno Stokvis, prof. L.W.G. Scholten, dr. P.G.J. Korteweg bestaan allang niet meer. Behalve nieuwslezers, dominees en Felix Rottenberg zijn er nauwelijks nog mensen op de radio te horen die geschreven teksten van langer dan twee minuten voordragen. Alle informatie wordt tegenwoordig in dialoogvorm verpakt, omdat dat levendiger is en tempo aan de uitzending geeft. De verslaggever op de plaats van de ramp vertelt niet wat hij ziet, maar wordt vanuit de studio geïnterviewd. De deskundige wordt geraadpleegd via een lijnverbinding. De dictatuur van de dialoog heeft de gesproken teksten verbannen naar de uithoeken van Radio 5.

Vandaag is in de persoon van mr. G.B.J. Hiltermann (85) de laatste, de oudste en markantste der mohikanen van Radio 1 vertrokken. Sinds 1956 heeft hij onafgebroken zijn visie gegeven op De Toestand in de Wereld. Tot voor vier jaar altijd op zondagmiddag na het nieuws van één uur. De laatste jaren, sinds Radio 1 een door de NOS gedomineerde nieuwszender werd, op dinsdagavond en later op maandagmiddag – waardoor de impact van zijn rubriek afnam.

Hiltermann sprak altijd ex cathedra, niet besmet door de waan van de dag. Zijn kracht lag in het feit dat hij zich richtte tot de `gewone' luisteraar. Hij vatte de ontwikkelingen op het wereldtoneel in tien minuten samen tot een overzichtelijk geheel en schrok niet terug voor de grote greep.

Hiltermann is zich er altijd van bewust geweest dat de radio een massamedium is. Nam hij in zijn boek Charles de Gaulle en de Fransen zonder enige aarzeling een halve pagina onvertaalde Franse tekst op, zijn radiocolums waren voor iedereen te volgen. Mede daardoor kon hij tot een instituut worden. Het ritme van zijn woorden was zelfs aanleiding tot het uitbrengen van een cd met `Hilterhouse'.

Hiltermann vertrekt na 43 jaar bij de AVRO, Santbergen is inmiddels verzelfstandigd tot een media-academie. Het zijn even onvermijdelijke als onherstelbare veranderingen van de toestand in de omroepwereld.

    • Herman Amelink