De Derde Weg brokkelt langzaam af

De Derde Weg is geen universele ideologie maar eerder een recept dat alleen in het land van Tony Blair kan worden ingenomen, meent Jonathan Eyal.

Zoals iedere circusimpresario weet, is duurzaam succes een kwestie van het herhalen van steeds dezelfde populaire kunststukjes, met af en toe een nieuwe verrassing. Zo ging het ook toe op de bijeenkomst van linkse politieke leiders, het afgelopen weekeinde in Florence. De bekende gezichten maakten hun opwachting: president Clinton en de premiers Blair, Schröder en Jospin, samen met hun Italiaanse gastheer. Het onderwerp van het treffen leek eveneens op dat van eerdere bijeenkomsten: een discussie over de inmiddels vermaarde `Derde Weg' in de politiek, de als nieuw gepresenteerde ideologie waarin de beste elementen uit het socialisme en de markteconomie tezamen komen. En de verrassing? De aanwezigheid van de Braziliaanse president Cardoso.

Ontdaan van zijn vage beweringen en afgezaagde kretologie is de theorie van de Derde Weg heel simpel: ze betoogt dat de socialistische partijen in westerse landen nog steeds aan de macht kunnen komen zonder de markteconomische ommekeer van de afgelopen tien jaar ongedaan te maken. Ze beweert dat het mogelijk is de grootscheepse privatisering van staatseigendommen te handhaven en toch het `menselijk gezicht' van het kapitalisme te behouden. Mensen dienen te worden beloond voor hun werk, armoede zal worden teruggedrongen, de cultuur van afhankelijkheid van sociale zekerheid verschaft door de staat moet verdwijnen. Dat alles moet geschieden volgens de politiek van beloning en straf: de regering moet meehelpen, maar tegelijk van de burgers verwachten dat ze het hunne doen. De staat zorgt voor hervormingen, betaalt en reguleert, maar laat de invulling zoveel mogelijk over aan de particuliere sector. Het is van twee walletjes eten: lage belastingen én betere sociale dienstverlening, zowel de voordelen van de vrije markt als sociale bescherming.

De Derde Weg is het eerst ingeslagen door Clinton tijdens zijn verkiezingscampagne in 1992, met een beleid dat vriendelijk was voor het zakenleven en daardoor veel traditionele Republikeinse aanhang kreeg. Maar voor Clinton was dat niet meer dan een verkiezingsstrategie: de ideologische onderbouwing van het concept met haar aanspraken op universele toepasbaarheid kwam pas na Blairs verkiezingsoverwinning van 1997.

Aanvankelijk leek alles het vermoeden te bevestigen dat het derde millennium toebehoorde aan de Derde Weg. De ene linkse partij na de andere kwam weer aan de macht. En passant verpletterden ze ook nog hun rechtse tegenstanders. De nederlaag van de Britse Conservatieven was de zwaarste sinds een eeuw, de Franse Gaullistische Partij werd uiteen gereten, terwijl kanselier Schröder een ommezwaai teweegbracht die zijn gelijke in de naoorlogse Duitse geschiedenis nauwelijks kende. Als zich ooit een gelegenheid had voorgedaan om het wiel der geschiedenis opnieuw uit te vinden, dan wel nu. En dat probeerden sommige politici dan ook.

Nu, enkele jaren later, zijn die politici nog steeds aan de macht. Maar opvallend was, dat zij afgelopen weekeinde zorgvuldig vermeden de Derde Weg met name te noemen. De regeringsleiders hielden zich, integendeel, bezig met het formuleren van de opgaven waarvoor ,,een progressieve regering voor de 21ste eeuw'' zich gesteld zou zien. Hoe is die plotselinge behoedzaamheid te verklaren? De simpele waarheid is dat de meeste in Florence aanwezige leiders zijn gaan beseffen dat het concept van de Derde Weg geen ideologie is en evenmin als verbindend politiek program kan gelden.

Het verschil tussen de Amerikaanse opvatting van markten en die van de Europeanen is er niet kleiner op geworden. Nog altijd genieten de Europeanen een van de meest uitgebreide systemen van sociale zekerheid in de westerse wereld. De poging van president Clinton om een aantal van de zegeningen ervan in Amerika in te voeren is één keer mislukt en nooit herhaald. Amerika heeft een werkloosheidscijfer van 4,1 procent en mocht zich bijna het gehele decennium verheugen in een ongekende economische hausse; het werkloosheidscijfer in Europa is het dubbele, en enkele belangrijke Europese landen beginnen nu juist op te krabbelen na een tijd van economische stagnatie. Het debat over de verdiensten van het Amerikaanse en het Europese model verschaft academici aan beide zijden van de Oceaan al jarenlang een volle dagtaak, maar het simpele feit blijft dat men over en weer politiek gebakken is aan de bestaande praktijk en niemand oprecht gelooft dat het eigen model goed te exporteren valt.

Belangrijker is dat de voornaamste pleitbezorgers van de Derde Weg het onderling oneens zijn over de vraag wat er precies mee wordt bedoeld. De Scandinavische socialisten, die met enig recht beweren dat zij het concept hebben bedacht toen Tony Blair nog Asterix-strips las, zijn gewoon geërgerd. Schröder heeft weliswaar geprobeerd met Tony Blair tot een gezamenlijk standpunt te komen, maar toen hun beider beleidsnota deze zomer uitkwam, werd die in Duitsland op hoongelach onthaald. De Franse premier Jospin heeft van meet af aan geweigerd over de kwestie te praten. Aan de vooravond van de bijeenkomst in Florence heeft hij de Derde Weg zelfs belachelijk gemaakt in een krantenartikel dat, nota bene, in de Italiaanse pers verscheen. En ten slotte zijn enkele hogepriesters van de Derde Weg in plaats van de weg te wijzen naar een glorieuze toekomst, eigenlijk al op hun retour. De man die de meeste kans maakt de volgende Amerikaanse president te worden is een Republikein. Schröders SPD heeft onlangs bij lokale verkiezingen de zwaarste verkiezingsnederlagen geleden sinds Hitler aan de macht kwam, en de kanselier zelf dreigt te worden afgezet als zijn belabberde prestaties voortduren. Ook premier D'Alema is op zijn retour. En nu blijkt dat de rechtse politici die voor ten minste een generatie van het toneel leken te zijn verdwenen, nog springlevend zijn.

Een geval apart is natuurlijk Tony Blair, de opperapostel van de Derde Weg, wiens succes echter tegelijk zowel de beperkingen als de ware inhoud van zijn ideologische concept aantoont. In werkelijkheid is dat namelijk puur een product van het Britse politieke stelsel, waarin de overwinnaar van parlementsverkiezingen een absolute macht uitoefent. De meeste andere Europese leiders moeten zich altijd met coalities behelpen; het schipperen tussen de behoefte aan sociale zekerheid en de eisen die de markt stelt, is in grote delen van Europa de norm. In Groot-Brittannië is echter de gedachte dat een premier zijn armslag zou willen beperken terwijl hij officieel kan doen wat hij wil, nog geheel nieuw. Dus als Blair de Derde Weg aanprijst als een nieuwe ideologie, meent hij wel wat hij zegt, maar vergeet hij alleen dat zijn denkbeeld nauwelijks politiek relevant is in andere landen waar het parlement een serieus debat over dergelijke kwesties eist, waar coalitiepartners moeten worden overtuigd en vakbonden nog actief zijn.

Het Blairisme is als voorheen een raadselachtige mix van pragmatisme en sociaaldemocratische waarden, van economisch liberalisme en actieve regulering, alles gul overgoten met een links populistisch sausje. Bij nadere beschouwing echter zien we interessantere facetten. Tegen de volgende parlementsverkiezingen zal de Britse regering 120 miljard gulden extra hebben uitgegeven, voornamelijk aan gezondheidszorg en onderwijs. Maar de belofte de belastingen niet te verhogen is nagekomen. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen? Door de scherpste verhoging van de indirecte belastingen waar ook in de geïndustrialiseerde wereld, eerder dit jaar; en door tal van taken die traditioneel aan de staat toevielen naar particuliere bedrijven over te hevelen. Gepaard hieraan gaat Blairs merkwaardige neiging macht te distribueren door voor Schotland en Wales parlementen in te stellen, maar vervolgens te eisen dat die lichamen worden bestuurd door zijn eigen naaste politieke medestanders. De privatisering van het socialisme samen met democratisch caesarisme: dat is een passender beschrijving van Blairs premierschap.

Met uitzondering van Groot-Brittannië beseft Europa al dat het niets wordt met het concept van de Derde Weg. De bijeenkomst in Florence heeft weinig aandacht getrokken, en zelfs de Italiaanse media maakten zich drukker om de vraag wat de zwangere Cherie Blair zou aantrekken. Een hele troost te weten dat als het op familiezaken aankomt de traditie nog enig opgeld doet.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.

    • Jonathan Eyal