De ambachtelijke kant van schrijven

Zaterdag kregen 700 mensen op de vierde Nederlandse Schrijfdag in Amsterdam les in schrijven. ,,Schrijven is niet per se een verheven bezigheid'', zegt directrice Tineke Geerlofs-De Wit van de Stichting Schrijven.

Een oma, een kleindochter, een bontjas en een fontein. Met deze ingrediënten, en ter inspiratie `Yesterday' van de Beatles op de achtergrond, begon zaterdagochtend de openbare schrijftraining op de vierde Nederlandse Schrijfdag, een initiatief van de Stichting Schrijven. Van heinde en verre waren schrijflustigen toegestroomd voor een half etmaal literair vermaak. En om iets te leren. Meer dan zevenhonderd deelnemers bezochten workshops, lezingen, dichtersspreekuren en het afsluitende `literair diner'. In een van de ellenlange gangen van het Roeterseiland was een bescheiden `schrijfmarktje' ingericht, waar redacties van kleine literaire blaadjes hoopvol op nieuw talent of nieuwe abonnees wachtten, en waar men het op een eenzaam podiumpje kon wagen iets uit eigen werk voor te dragen.

Van een gewijde stilte en nijver krassende pennen was tijdens de eerste opdracht op de schrijftraining nog geen sprake. Er viel al meteen van alles uit te wisselen: over de ontbrekende koffie, de al even hinderlijk ontbrekende bewegwijzering in het immense universiteitsgebouw en de niet steeds ontbrekende ambities van de deelnemers. ,,Volgens mij is dit meer de stichting Lekker Praten over Schrijven, dan de stichting Schrijven'', merkte auteur Michael Frijda op.

Elders in het gebouw leerden mensen hoe een stripscenario op te zetten, een gedicht of een kort verhaal te schrijven of juist `een werk van lange adem' (onder leiding van Thomas Rosenboom). In de workshop `Kinderverhalen schrijven' van Beatrijs Nolet groeiden uit fotootjes van onbekende kinderen allerlei problematische pubers. In totaal werden er vijftig workshops gegeven, waarvan sommigen meer het karakter van een hoorcollege hadden. Onder de deelnemers waren opvallend veel vrouwen en opvallend weinig allochtonen.

Uit een onderzoek verricht door het NIPO in 1997 bleek dat ongeveer één miljoen Nederlanders regelmatig schrijft. ,,Sinterklaasgedichten en boodschappenlijstjes uitgezonderd'', benadrukte directrice Tineke Geerlofs-De Wit van de Stichting Schrijven zaterdag. ,,Het gaat echt om creatief-literair schrijven.'' De Stichting Schrijven wil het schrijven als hobby stimuleren, zoals mensen voor hun plezier knutselen of schildercursussen volgen. ,,Schrijven is niet per se een verheven bezigheid'', aldus de directrice. ,,Het gaat ons om de ambachtelijke kant ervan. Wij zijn er niet direct voor de dromers die de nieuwe Gerard Reve of Harry Mulisch willen worden. Het gros van de deelnemers van vandaag wil helemaal niet publiceren.''

Niet iedereen op de Schrijfdag wenste de directrice te geloven. In zijn lezing `Tien taboes voor 2000' zei Arjan Peters, literair recensent van de Volkskrant, nooit meer te willen horen ,,dat u amateurschrijver bent en wilt blijven, dan bezocht u al die workshops en cursussen niet. U doet zo schijnheilig.'' Hij had maar ten dele gelijk. Op het dichtersspreekuur bij Menno Wigman, elders in het gebouw, kwam bijvoorbeeld een oude dame met een versje voor haar dode kat. Uitsluitend bestemd om zelf te lezen, staand bij het grafje.

De grote vraag van de dag die onder alle aanwezigen leefde, was natuurlijk of je schrijven nou wel of niet kunt leren. Men kwam er niet helemaal uit. De Amsterdamse Marja, typiste en huisvrouw van rond de veertig, leek de mening van de meesten te vertolken toen ze zei: ,,Een topkok kan zeggen welk kruid waar staat in het rekje, maar hoe je nou precies iets heerlijks maakt, dat niemand ooit geproefd heeft? Dat blijft geheim.'' Vlak voor het diner gaf Joop Schafthuizen, de man van Gerard Reve, niettemin adviezen aan de dromers betreffende `voor het geschrevene een zo gunstig mogelijke prijs te bedingen'. Met slepende stem waarschuwde hij voor de uitgevers waar `vriend Gerard' zoveel mee te stellen had: ,,Lubberhuizen? Een dronken aap. Van Oorschot? Een geldwolf. Polak? Gek. Het is meegenomen als een uitgever kan lezen en schrijven, maar ga daar maar niet vanuit.''

    • Judith Eiselin