ARTHUR RUBINSTEIN

De box met plaatopnamen van de pianist Arthur Rubinstein is de grootste die tot nu toe is gewijd aan één uitvoerende artiest. De 94 cd's worden geleverd in een speciale platenkast, waarin ook plaats is voor een boek van 380 pagina's met essay's en foto's. Verder is er de video Rubinstein Remembered, waarop men de pianist ziet, geportretteerd door zijn zoon John Rubinstein, componist en dirigent. Ook zijn er nog twee recitals, twee bonus-cd's met interviews en vier niet eerder uitgegeven opnamen. De opnamen – alle uit het electrische tijdperk – dateren uit de periode 1928-1976. Rubinsteins eerste akoestische opname uit 1910 ontbreekt, wegens slechte kwaliteit van spel en opname. In totaal zijn er 706 opnamen van 347 composities.

De Rubinstein-box biedt 106 uur muziek, slechts een minieme weerslag van een extreem lange carrière van 81 jaar, vijf maanden en zeventien dagen. Arthur Rubinstein, geboren in het Poolse Lodz, was muzikaler dan wie ook. Hij zong eerder dan hij sprak. Hij gaf op 7-jarige leeftijd in 1894 zijn eerste publieke optreden en nam in 1976 als 89-jarige in Londen afscheid van het podium, wegens gedeeltelijke blindheid. Het begon met dubbel zien, wat de altijd charmant-opgewekte Rubinstein niet deerde: ,,In plaats van één mooie vrouw, zie ik er twee!'' Op 28 december 1982 overleed hij in Genève, een maand later zou hij 96 jaar zijn geworden. Zijn biografie telde dan ook twee delen: My young years en My many years.

De periode-Rubinstein is zó lang, dat het merkwaardig is dat hij Beethoven, Chopin en Liszt nog net miste. Maar Ravel, Strawinsky, Prokofjev en De Falla hoorden hem en prezen hem. Naast het fenomeen Vladimir Horowitz was Arthur Rubinstein de andere `grootste pianist van deze eeuw'. In zijn jonge jaren was Rubinstein jaloers op Horowitz' gevoel voor detaillering, wat hij dan ook – duidelijk hoorbaar - bijspijkerde. De beide pianisten speelden in Parijs – privé – samen op twee piano`s.

Rubinstein beschouwde zich in vergelijking met Horowitz wel als de betere musicus. Horowitz was gefascineerd door zichzelf, Rubinstein werd bewogen door de muziek zelf en dat is onmiskenbaar te beluisteren op zijn opnamen. Hier klinkt niet alleen geluid, ook niet alleen het spel van Rubinstein maar via Rubinsteins geest en onvergelijkelijke toucher het wonder van de muziek zelf. Het is zoals J. Reichenfeld het na zijn dood in deze krant schreef: ,,De gepassioneerdheid van zijn spel werd door het intellect geleid en het intellect stond weer onder controle van het gevoelsleven. (-) Rubinstein hield zich met de kern bezig door de oppervlakte te raken.''

Dat blijkt in de opname uit 1975 van Beethovens Vijfde pianoconcert, dat met de begeleiding door het London Philharmonic Orchestra o.l.v. Daniel Bareboim majestueuze symfonische dimensies krijgt, zonder over te gaan in bombastische pronkzucht. Fascinerend zijn de sfeerveranderingen als Rubinstein een nieuwe frase inzet, maar soms, als hij het overneemt, zet hij ook gewoon het orkestspel voort en vervangen hij en zijn vleugel honderd musici. En wat is er vervoerender dan zijn Mozart-vertolkingen, zoals die van de pianoconcerten KV 453, 466, 467 (met eigen cadenzen), 488 en 491, uit de jaren 1958-1961. Daarin hoort men een sprankeling, waarbij zoniet elke noot, dan toch elke frase een apart gedetailleerde behandeling krijgt, die een kleinere of grotere wending betekent in een altijd welluidend muzikaal betoog. Het is een feest om binnen te treden in de betoverde wereld van Arthur Rubinstein.

The Rubinstein Collection. BMG. Prijs ca ƒ3600,-

    • Kasper Jansen