Zwart zaad

Als de identiteit van spermadonoren aan hun nakomelingen moet worden geopenbaard, houdt ongeveer de helft van de nu nog anonieme vaders het voor gezien. Dan krijgt Nederland een spermatekort en ontstaat er een zwart-zaadcircuit. En wat is eigenlijk het beste voor de kinderen?

Ik heb al overwogen om een dealtje te sluiten in de rosse buurt als er een tekort aan sperma zou ontstaan. Daar wordt al dat zaad zomaar weggegooid. Je verlegt telkens weer je grenzen, zo verlang je naar een kind.'' Janneke en Hayo Posthuma hebben een dochter gekregen via kunstmatige inseminatie met zaad van een anonieme donor (KID). Ze hadden een traject van zeven jaar achter de rug van onderzoeken en vergeefse pogingen om met de meest geavanceerde technieken zwanger te worden. Brechtje is nu tweeëneenhalf.

,,Aanvankelijk wilde ik geen kind via KID'', zegt Janneke. ,,Ik vond het een soort verkrachting, of overspel om het zaad van een vreemde man in mijn lijf te krijgen. Ik heb zelfs overwogen om Hayo's vader als donor te vragen – ik wilde zíjn genen.'' Voor Hayo was een bekende donor onbespreekbaar. Hij voelde wel voor adoptie, evenals Janneke, maar wilde eerst gaan praten bij een KID-kliniek. Janneke: ,,De arts heeft me overtuigd door te zeggen dat het welbeschouwd om een halve adoptie gaat. We konden meteen terecht, en al de tweede maand was het raak.''

Janneke en Hayo weten dat de donor donker haar heeft, hoogopgeleid is en in hun regio woont. Verder niets. Brechtje kan nooit zijn identiteit achterhalen, evenmin als de dertigduizend andere KID-kinderen die sinds 1948 zijn verwekt, toen de KID zijn intrede deed. Als het aan de confessionele partijen ligt, komt er verandering in die situatie. Op hun aandringen werd begin jaren negentig al een wetsvoorstel gelanceerd om onder voorwaarden de anonimiteit van spermadonoren op te heffen. Meteen haakte de helft van de donoren af, reden waarom het voorstel strandde en al sinds 1993 in de Tweede Kamer ligt.

Na twee onderzoeken en de nodige debatten blies het kabinet vorige week het voorstel nieuw leven in. Aanleiding vormden de uitkomsten van het jongste onderzoek, dat uitwees dat slechts eenderde van de ruim vierhonderd donoren bereid is om het donorschap voort te zetten als de wet van kracht wordt. Dat zijn de mannen van het zogeheten B-loket, die nu al als niet-anoniem te boek staan. De helft van alle donoren – die van het A-loket, dat anonimiteit waarborgt – zal zich terugtrekken. Zestien procent twijfelt daarover.

Het kabinet stuurde deze week een brief over de kwestie naar de Kamer, die het wetsvoorstel weer in behandeling zal nemen. De wet treedt in werking, zo stelt het kabinet voor, uitgezonderd de bepaling over opheffing van de anonimiteit, omdat die tot een groot tekort aan donoren zou leiden. De bepaling wordt voorlopig opgeschort. Voorlopig, want het kabinet vindt nog steeds dat het recht van een kind om zijn herkomst te kennen, prevaleert boven het recht van een donor op privacy. Over twee jaar wordt daarom een nieuw onderzoek uitgevoerd – het derde binnen tien jaar – om te kijken of de bereidheid van (aspirant)donoren om hun identiteit prijs te geven, inmiddels is toegenomen. Intussen regelt de Wet donorgegevens kunstmatige donorbevruchting wél dat medische, fysieke en sociale kenmerken van de donor centraal worden bewaard, en op termijn opvraagbaar zijn.

Arts-androloog Kees de Bruyn, voorzitter van de Nederlands-Belgische Vereniging van Kunstmatige Inseminatoren, vindt het wetsvoorstel vlees noch vis. Het is volgens hem bedoeld om gezichtsverlies voor het kabinet te voorkomen. ,,Dat de medische gegevens centraal geregistreerd worden is onzinnig, mannen die erfelijke ziekten in de voorgeschiedenis hebben, worden geweigerd door de spermabanken. Dus je slaat alleen blanco formulieren op.''

De fysieke en sociale kenmerken van de donor geven de meeste klinieken ook nu al aan de cliënten, in de vorm van een donorpaspoort. En ook nu al werken de meeste spermabanken met niet-anonieme donoren (het B-loket), die ongeveer 15 procent van het bestand vormen. De centrale registratie impliceert dat elke inseminatie afzonderlijk gemeld moet worden, omdat niet vooraf bekend is of er een zwangerschap uit voort zal komen. ,,Nodeloze bureaucratische rompslomp'', vindt De Bruyn. ,,Ondertussen blijft de opheffing van anonimiteit ons boven het hoofd hangen. Daarmee help je een uitstekend werkende KID-mogelijkheid om zeep, maar het doel – kinderen meer rechten geven – bereik je er niet mee. Die kinderen komen er toch wel, ook als het niet meer via de spermabank kan. Sperma is langs allerlei wegen te verkrijgen, bijvoorbeeld via het Internet.''

Amerikaanse spermabanken adverteren via het Internet. In Denemarken en België is zaad voor een paar honderd gulden te koop.

Als in het officiële circuit geen sperma meer voorhanden is, zullen wensouders hun toevlucht nemen tot het `zwartzaadcircuit', verwacht de Bruyn, of hun heil zoeken in het `spermatoerisme'. ,,De Belgische collega's staan met open armen te wachten, die hebben geen spermatekort. De donatie is daar strikt anoniem en commerciëler dan hier, dus alleen weggelegd voor wie dat kan betalen. De rest moet de kroeg in. De kinderen die daaruit voortkomen hebben helemaal geen rechten. Nu krijgen de kinderen het donorpaspoort en is er tenminste de kwaliteitsgarantie die de spermabanken bieden, die werken volgens strikte zorgvuldigheidseisen.''

Donoren worden pas geaccepteerd na een grondig intake-gesprek waarin de kandidaat wordt getoetst op zijn werkelijke motieven, op erfelijke ziekten, op de mening van zijn eventuele partner en op de kwaliteit van het zaad. Elk halfjaar wordt hij bovendien onderzocht op seksueel overdraagbare aandoeningen. Het sperma wordt pas gebruikt nadat het minimaal een jaar ingevroren is geweest. De klinieken hanteren deze marge om uit te sluiten dat een donor onverhoopt toch met het aidsvirus is besmet. ,,Meer dan tweederde van het zaad vriest daarbij kapot'', zegt De Bruyn. ,,We hebben dus ontzettend veel sperma nodig voor één inseminatie. Het zijn dan ook langlopende afspraken die we met onze donoren hebben, we vragen veel van ze.''

Een vijftigjarige donor kan dat bevestigen. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en is al twaalf jaar anonieme spermadonor – en wil dus ook in de krant anoniem blijven. Hij maakte mee dat zijn broer en schoonzus na een reeks mislukte reageerbuisbevruchtingen kinderloos bleven. ,,Ik zag hoe dat erin hakte, terwijl ikzelf het vaderschap zo'n rijke ervaring vond. Dat heeft me ertoe gebracht om donor te worden. In die tijd was het vanzelfsprekend om dat anoniem te doen.''

Zijn ouders waren lid van de NVSH. ,,Misschien heeft dat geholpen.'' Hoeveel kinderen hij in die periode heeft verwekt, weet hij niet. Zijn vrouw verricht taxidiensten voor de spermabank, ze brengt ingevroren zaad naar andere klinieken. ,,Het donorschap heeft consequenties voor je partner, dus de beslissing om donor te worden, moet je samen nemen. Het heeft bijvoorbeeld invloed op je seksleven, dat moet je meer plannen. In het begin moest ik tweemaal per week naar de kliniek, die toen nog maar weinig donoren had. Dan kon je twee avonden ervoor maar beter niet vrijen of flink doorzakken, en de avond erna had je daar geen zin meer in.''

Niemand in zijn omgeving is op de hoogte van zijn donorschap, ook zijn kinderen niet. ,,Als twee mensen het weten, is het al gauw geen geheim meer, en is de anonimiteit niet meer gewaarborgd.''

Hij nam deel aan het onderzoek dat onlangs op verzoek van de Kamer is afgerond. En hij gaf te kennen zich terug te zullen trekken als de mogelijkheid verdwijnt om anoniem te blijven. ,,Vooral omwille van mijn vrouw, die heeft daar moeite mee. Toch denk ik wel eens: stel dat zo'n kind het thuis heel slecht heeft. Of als een verzoek om me kenbaar te maken me rechtstreeks bereikt. Dan haal ik misschien bakzeil. Ik kan me goed verplaatsen in de behoefte van een donorkind om zijn roots te willen weten, voor het kind is de nieuwe wet misschien een goede zaak.''

Janneke Posthuma probeert nu zwanger te worden van een tweede. Dit keer kiest ze bewust voor een anonieme donor – de vorige keer was het door de omstandigheden ingegeven. De spermabank waar ze cliënt waren, werkte toen enkel met anonieme donoren. ,,Als ik ervan geweten had, zou ik destijds zeker voor het B-loket gekozen hebben'', vertelt Janneke, ,,omwille van het kind, maar nu weet ik dat niet zo zeker meer. Hoe meer je weet, hoe meer je wilt weten. En als er al creeps tussen zitten, dan zitten ze in die groep. De motieven van de donoren zijn anders, de B-donoren hebben vaak een heimelijke kinderwens.''

,,Het profiel van de A- en de B-donoren verschilt'', zegt ook arts-androloog De Bruyn. ,,De B-donoren zijn vaker mannen die geen eigen gezin hebben, gescheiden mannen, alleenstaanden of homoseksuelen. Die hebben er niks op tegen, of vinden het misschien zelfs wel leuk om later hun eigen kroost te zien. Anonieme donoren hebben in de regel altruïstischer motieven om donor te zijn. Veel van hen kennen de ellende van onvruchtbaarheid uit hun omgeving en hebben zelf een gezin. Ze willen dat beschermen tegen ongewenste inmenging.''

Het A-loket zou verboden moeten worden, vindt de Groningse hoogleraar burgerlijk recht prof.dr. J.H. Nieuwenhuis. Het huidige wetsvoorstel gaat hem niet ver genoeg, zelfs niet als de bepaling in werking wordt gesteld waarin de anonimiteit onder voorwaarden wordt opgeheven. De juridische procedure die eraan voorafgaat en de voorwaarde van psychische nood bij het kind vindt hij de zaak nodeloos compliceren. ,,Dat probleem vermijd je door domweg de mogelijkheid van anoniem donorschap uit te sluiten, ongeacht de consequenties van een zwartzaadcircuit of spermatoerisme. Het gaat hier om een principiële kwestie. Deze vorm van wensgeneeskunde weegt niet op tegen de crisis waarin kinderen terecht kunnen komen doordat ze hun identiteit niet kennen. Dat leidt tot enorme emotionele schade, zoals we kunnen zien bij programma's als Spoorloos.''

Het wetenschappelijke bewijs voor deze stelling ontbreekt, daar zijn Nieuwenhuis en De Bruyn het over eens. Maar, stelt Nieuwenhuis, het tegengestelde is ook niet bewezen. De Bruyn wijst op de ongelukkige vergelijking met adoptie, die telkens wordt getrokken. Adoptiekinderen hebben een heel andere levensloop, brengt hij daar tegenin. Die zijn afgestaan, en willen een ontbrekend deel van hun geschiedenis invullen. KID-kinderen zijn zeer gewenst en hebben geen `gat' in hun biografie.

Eén procent van alle kinderen is via KID verwekt – er worden er jaarlijks zo'n tweeduizend geboren. Toch zijn er nauwelijks kinderen uit deze groep die op zoek zijn naar hun herkomst. De Bruyn: ,,Problemen ontstaan vrijwel alleen als mensen de KID aanvankelijk geheimhouden en bij een echtscheiding ineens tegen het kind zeggen dat de vader zijn vader niet is. Of als het geheim pas onthuld wordt als de kinderen in de puberteit komen, of zelfs daarna. Dat schaadt het vertrouwen in de ouders voorgoed.''

Het aantal kinderen dat zich vergist omtrent de biologische vader is volgens de Gezondheidsraad ongeveer zes procent, dus veel groter dan de één procent die de KID-kinderen op de totale kinderpopulatie innemen. Ook zij kunnen hun herkomst niet achterhalen, hoewel ze soms wel degelijk het vermoeden hebben dat hun sociale vader niet hun biologische vader is. Anderzijds is het bij KID niet altijd zeker dat de donor ook werkelijk de verwekker is. Mannen die weinig bewegende spermacellen hebben, zijn verminderd vruchtbaar, maar niet ónvruchtbaar.

Alleen al om die reden zijn er ouders die hun kind niet vertellen dat ze via KID zijn verwekt. Anderen doen dat omdat hun religieuze, etnische of adellijke achtergrond geen openheid toestaat. Tot 1975 was strikte geheimhouding voor alle KID-ouders geboden, anders werd hun een behandeling geweigerd. De anonimiteit van donoren vormde daardoor geen probleem.

Toen ook alleenstaande vrouwen – de `bewust ongehuwde moeders' of BOM-vrouwen – en lesbische paren zich op de spermamarkt begaven, werd openheid over de KID de tendens. De KID-klinieken van nu stimuleren dat ook. Als ouders het willen vertellen, moet het kind rond het vijfde jaar op de hoogte zijn, aldus De Bruyn. ,,Ook de omgeving moet dan worden ingelicht, zodat het kind geen negatieve reacties krijgt als het op school zegt `ik heb twee vaders'. Vertellen ouders het niet, of niet op tijd, dan moeten ze hun geheim meenemen in hun graf en het aan niemand vertellen, óók niet aan goede vrienden.''

Brechtje Posthuma is nog te jong om te weten wat haar herkomst is, maar haar ouders vertellen het haar als ze een jaar of vier is. Terloops, als zich de gelegenheid zich voordoet. Tot die tijd willen ze ook niet met hun echte naam in de krant – stel dat Brechtje eerder van een buurvrouw hoort dat Hayo niet haar echte vader is. Janneke ziet er niet tegen op om haar dochter op de hoogte te stellen, Hayo wel. ,,Maar het thema waart rond in huis'', relativeert hij, ,,dus ze zal er al wel wat van meekrijgen.'' Beiden zijn actief lid van Freya, de patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek. Regelmatig bedienen ze de telefonische hulplijn van de vereniging. ,,Daardoor werd me wel duidelijk dat een bekende donor ook geen ideale oplossing is'', zegt Janneke. ,,Dat levert soms behoorlijke drama's op.''

Frans Meijman, huisarts in Amsterdam, vindt zo'n constructie zelfs onverantwoord. In zijn praktijk heeft hij daar de nodige problemen door gezien. Van een verwekker die ziet dat de moeder het niet aankan, die denkt `mijn kind gaat eraan', maar niet mag ingrijpen omdat dat niet de afspraak was. Of van een moeder die het bestaan met een huilende baby tegenvalt en vindt dat die man best wat meer kan doen. Meijman: ,,Ik vind het experimentele psychiatrie om zo'n vader op afstand in het leven te roepen, die af en toe langs komt, maar niet te aardig mag doen omdat de moeder zich dan bedreigd voelt. Een kind kan met alles leven, ook met een anonieme donor, mits het maar duidelijk is.''

Hayo en Janneke Posthuma houden rekening met de mogelijkheid dat Brechtje het er later misschien moeilijk mee krijgt dat ze niet weet wie haar vader is. Dat hebben ze geaccepteerd – ze zullen haar helpen om daarmee om te gaan. Hayo: ,,Je kunt er bitter of beter door worden. Brechtje zal er haar weg in moeten vinden.'' Hij haalt een grote fotolijst van de muur waar hij zelf opstaat terwijl hij Brechtje, net geboren, als een kostbaar kleinood tegen zich aan drukt. Het kleine kopje dat over zijn schouder loert, heeft een even grote, donkere haardos als hij zelf. ,,Ze keek me een paar uur na de geboorte indringend aan, met van die koolzwarte ogen'', vertelt hij, ,,terwijl Janneke lag te slapen. Het zat meteen goed. Helemaal mijn kind.''

    • Mariël Croon