Voetbal steeds meer in greep van makelaars

Vergoedingen van spelersmakelaars staan niet altijd in verhouding tot geleverde diensten. De wildgroei kan toenemen nu de FIFA wordt gedwongen de licenties voor agenten af te schaffen.

Verschillende affaires stelden de voetbalmakelaardij de afgelopen maanden opnieuw in een kwaad daglicht. Een kaashandelaar liet onlangs beslag leggen op het salaris van Galásek omdat hij meent recht te hebben op 225.000 gulden voor zijn bijdrage aan de overgang van de speler van Banik Ostrava naar Willem II in 1996.

Dat is nog niets vergeleken met de bedragen die door Real Madrid overgemaakt moesten worden aan de zaakwaarnemers van Anelka. De makelaar vroeg vijftien miljoen gulden, de twee broers van de ex-Arsenal-speler wilden ieder ook vier miljoen gulden incasseren.

In het voetbalparadijs van Zuid-Europa pikken de spelersbegeleiders een graantje mee. Dat gold ook voor S. Lens en P. Gerards. De Vereniging van Contractspelers (VVCS) heeft inzage gekregen in belastingdossiers van de beide ex-werknemers en daaruit viel op te maken dat zij ieder zo'n 1,4 miljoen gulden hebben ontvangen van AC Milan op de rekening van hun bv's. In ruil daarvoor loodsten zij Davids, Kluivert, Reiziger en Bogarde naar de Italiaanse club. De bedragen werden pas in de loop van 1997 overgemaakt toen het duo reeds was ontslagen bij de VVCS. In dienst van de vakbond mochten ze geen neveninkomsten hebben. Lens ontving bovendien 810.000 dollar van sportkledingfabrikant Adidas die Kluivert weghaalde bij concurrent Nike.

Th. van Seggelen, voorzitter van de VVCS, becijfert dat in Nederland jaarlijks twintig miljoen gulden wordt onttrokken aan het betaald voetbal doordat spelersmakelaars te hoge declaraties indienen. Deze worden meestal knarsetandend betaald door de clubs omdat zij graag de speler van de desbetreffende zaakwaarnemer willen inlijven. Normaal wordt door de makelaar tien procent van de totale loonsom of van de afkoopsom berekend. Een onderzoek heeft al eens uitgewezen dat in Nederland clubs ook aan makelaars smeergeld betalen om over de diensten van een speler te kunnen beschikken. Het gaat in alle gevallen om geld dat dus niet besteed kan worden aan de opleiding van jeugdspelers of aan de voetballer zelf.

Volgens R.Jansen, directeur van het managementbureau Sport-Promotion, is het achterhaald dat de fee, de commissie die een zaakwaarnemer vraagt aan de club, ten koste gaat van de speler. ,,Dat was twintig jaar geleden zo, nu niet meer. De clubs werken met een budget voor de speler en de begeleider.'' Zelf opereert Jansen op de Nederlandse markt volgens het `Italiaanse model'. ,,Een procentueel deel van het basissalaris wordt betaald aan het managementbureau. Dat bedrag varieert van 5.000 tot 70.000 gulden per jaar per speler. In buitenlandse transfers praten we over onze fee na afloop van de zaak. De onderhandelingen over het arbeidscontract en de eventuele afkoopsom zijn dan afgerond. Je kunt er als zaakwaarnemer vervolgens bij inschieten, maar de clubs doen dan meestal niet meer moeilijk over onze commissie.''

Hoewel hij Jansen een betrouwbare spelersagent noemt, vindt W.Weezenberg, juridisch specialist van de werkgeversorganisatie FBO (clubs), het naïef te denken dat het honorarium van de makelaar geen nadelige gevolgen heeft voor de portemonnee van de voetbalprof. ,,De spelers begrijpen niet dat de kosten voor de zaakwaarnemer uiteindelijk ten laste gaan van hun eigen inkomsten. Met de groei van de spelerssalarissen zijn ook de vergoedingen voor arbeidsbemiddeling gestegen. De voetballer wil zich altijd laten bijstaan door een makelaar. Hij kan ook zeggen: `Ik neem een advocaat in de arm'. Maar zelfs als hij naar toilet gaat, loopt de zaakwaarnemer mee.''

Jansen, ook bestuurslid van de internationale organisatie voor spelersagenten IAFA, vecht hier al jaren tegen. De zaakwaarnemer van onder anderen de broers De Boer en Bergkamp vindt niettemin de tijd aangebroken om de spelersmakelaardij te reguleren. Jansen: ,,Ik ben voorstander van regelgeving op gebied van licenties en tarieven. Ik denk dat veel spelersagenten met deze uitspraak niet blij zullen zijn. Ze vinden het nu wel goed gaan. Maar ik weet hoe spelers worden beïnvloed en transfers worden afgehandeld.''

Jansen constateert dat veel Europese topclubs voorstander zijn van een vast tarievenstelsel. Hoewel de wereldvoetbalbond FIFA juist op het punt staat het vak van makelaar vrij te geven. Momenteel wordt na een simpel examen een speciale licentie afgegeven, waarvoor een bedrag van 200.000 Zwitserse francs gestort moet worden. Dat is in strijd met de Europese economische wetgeving. De FIFA zal straks alleen nog controle uitoefenen op de transfers en de kwaliteit van de bemiddeling. Jansen: ,,Misschien moet het initiatief komen van de clubs. Officials van bonden hebben geen idee waar het over gaat. Dat is anders bij clubs als Ajax, Juventus of Barcelona. De topclubs zijn al aan het kijken wat ze eraan kunnen doen.''

Volgens Weezenberg kunnen dat hoogstens bilaterale afspraken zijn. ,,De voetbalmarkt staat bijna geen regulering toe. Clubs zijn verplicht om zaken te doen met makelaars. Zij vormen een onderdeel van het concurrentiespel. De FIFA kan niet beslissen over arbeidsbemiddeling, want dat is een zakelijke activiteit. Dat is het terrein van de Europese economische wetgeving. Aan kartelvorming zijn strikte regels verbonden. Iets van bovenaf opleggen kan niet meer.''

Jansen denkt gehoor te vinden voor regulering. ,,De UEFA en FIFA hebben sinds het Bosman-arrest een slechte relatie met de Europese Commissie omdat de voetbalbestuurders politici hebben geschoffeerd. Als die irritatie uit de wereld wordt geholpen, zullen de mensen van de EU het probleem begrijpen.''

    • Erik Oudshoorn