Van veraf gezien

Een programma had me gevraagd iets bij te dragen aan het afscheid van mr. G.B.J. Hiltermann als commentator. Ik had het graag gedaan want ik heb goede herinneringen aan hem, maar ik was niet in het land. Een paar persoonlijke ontmoetingen waarbij we niet meer dan een paar zinnen uitwisselden, staan me in het geheugen gegrift. De oude, roze Haagse Post waarvan hij niet de hoofdredacteur was, maar die onder zijn leiding stond (zoals het impressum vermeldde), was een merkwaardig weekblad. Het was in niet-politieke betekenis liberaler dan alles wat in die tijd van de drukpers kwam. Ik hoop dat naastere medewerkers dan ik uit die tijd, Simon Vinkenoog, Hans Sleutelaar, er iets over hebben gezegd. Jan Vrijman en Joop van Tijn zouden het ook graag hebben gedaan, denk ik.

Hiltermann schreef de hoofdartikelen, de kleine, vetgedrukte stukjes waarin de mening van de HP stond. De meningen werden van elkaar gescheiden door een posthoorntje. Hij was daar geen prozaïst die met charmante wendingen zijn lezers een plezier probeerde te doen. Mening was mening, daarover mocht geen misverstand bestaan. Naakte bewoordingen waren de beste; un style simple volgens Stendhal die altijd een paar artikelen uit de Code civil las voor hij begon te schrijven.

Bovendien is Hiltermann nationalist, een van nature nationalistisch denkend man, zoals De Gaulle, voor wie hij grote bewondering heeft. Voorbeeld. De KLM wilde landingsrechten in Houston, Texas. De Amerikanen weigerden. Bidden en smeken van Den Haag hielp niet. In dit geval, schreef Hiltermann, heb ik voor Den Haag maar één goede raad. We laten Washington onverbiddelijk weten dat we de NAVO verlaten. Pas veel later heeft Frankrijk onder De Gaulle als president zich militair van de NAVO verwijderd.

Goed schrijven is onthouden worden, schreef W.F. Hermans. Aan het einde van dit stukje staat een zin van mr. G.B.J. Hiltermann waardoor de juistheid van dit inzicht weer eens wordt bevestigd. Verder gaat het over deze vraag: hoe kom je als Nederlander in de buitenlandse pers? Richt een partij op die bij de eerstvolgende verkiezingen zo'n succes heeft dat het bijna een revolutie is. Hans van Mierlo op de voorpagina van de New York Times. Win een Nobelprijs. Veltman en 't Hooft. Schrijf een dik boek dat in het Engels wordt vertaald. Harry Mulisch. Word president van de Europese bank. Wim Duisenberg. Ontwerp een fiets, sterk, simpel en goedkoop zodat er duizenden van gemaakt kunnen worden, waardoor het nationale middel van vervoer bijna collectief eigendom is. Luud Schimmelpennink. Breid het Van Gogh Museum uit. Gemeente Amsterdam. Allemaal mensen en dingen waarop we in het buitenland graag worden aangesproken.

Op zondag 14 november scoorde Amsterdam bijna een hele kolom in de New York Times, pagina 15. Het gaat over de Jean Genet der zwijntjesjagers. Scoren lijkt me het beste woord. Ik heb er vorige week iets over geschreven. Die zondag sprak ik een Amerikaanse kennis die van tijd tot tijd in Amsterdam komt maar er nu al een jaar niet was geweest. Hij had het gelezen en hij had ervan genoten. Hoe gaat het tegenwoordig met het blowen bij jullie, wilde hij weten. Ik zei dat we niet mochten mopperen. Klompen vol? Ja. En de hoeren, zitten die nog altijd voor het raam? Reken maar van yes, zei ik. Hij moest er zo hard om lachen dat ik een tegenmaatregel begon te overwegen. Iets over de president vragen? De NAVO ter sprake brengen? Maar hij had al gezien dat het tijd was om van onderwerp te veranderen. Een beleefd en tactvol man.

De New York Times van 18 november, pagina 10, de rubriek Kort Wereldnieuws. Weer over het vaderland. De Amsterdamse politie heeft een `speciale coördinator' aangesteld om het stelen van fietsen te bestrijden, nadat een voormalige junk per boek bekend had gemaakt dat hij er 50.000 had gestolen. Vergis je niet. Wij vinden zo'n speciale coördinator voor fietsendieven en junks heel gewoon. Wij verbazen ons eerder over de elektrische stoel van Florida die maar niet goed wil werken. Maar wat wij heel gewoon vinden, wordt door de beste krant ter wereld als kort wereldnieuws beschouwd en het is ook komisch wereldnieuws. Het heeft iets van een gebeurtenis die Nederlanders bij voorkeur in België situeren.

Je krijgt ook weleens het gevoel dat we er eigenlijk een beetje trots op zijn. Dat doet vreemdelingen dan weer denken aan de ongevaarlijke, zelfbewust door de hoofdstraat benende dorpsgek, die zich tot profeet heeft uitgeroepen. Zo ontstaan de misverstanden in de wereld.

Ik kom terug op mr. G.B.J. Hiltermann. Het was 1956, het land in rep en roer door de kwestie-Greet Hofmans, de drie wijze mannen en de internationale pers die, in afwachting van de staatsgreep, hier niet weg te slaan was. Hiltermann schreef: `In verderaf gelegen streken worden wij beschouwd als halvegaren.'

    • S. Montag