Utopie voor nuchtere types

Een nieuw dorp op nieuw land, dat was Nagele in 1956. Een dorp dat door zijn revolutionaire ontwerp de gemeenschapszin zou bevorderen, aldus Gerrit Rietveld en zijn collega's. Heeft de utopie de tijd overleefd? `Omdat je overal vandaan komt, wil je samen iets opbouwen.'

Henk te Raa (77) weet waarom alle huizen in Nagele platte daken hebben. ,,Je kent die legende over de vloek van Nagele toch wel?'' We zijn de enige bezoekers in café-restaurant `t Schokkererf. Te Raa heeft net verteld over zijn aankomst in de polder, middenin de oorlog. Toen de afkorting voor de pas drooggevallen Noordoostpolder stond voor Nederlands Onderduikers Paradijs, omdat de Duitsers het werk aan de toekomstige voedselvoorziening met rust lieten. Nou ja, paradijs. Keihard werken was het, lange dagen stonden ze `aan de schop', greppels graven om het land te ontwateren.

Die vloek, die ging zo. Toen Nagele nog een vissersdorp op het eiland Schokland was, lang geleden, stonden de inwoners bekend als ruwe klanten. Twee van die Nagelaars kregen ruzie in de herberg. Messen schoten heen en weer. Een pastoor – ,,dit was nog voor de Reformatie'', voegt de gereformeerde Te Raa verontschuldigend toe – sprong tussenbeide, maar de ruziemakers staken hem zonder pardon neer. Terwijl hij neerzeeg sprak de pastoor een vloek uit over het dorp Nagele. En in een laatste reutel zei hij: ,,Mocht het dorp ooit verrijzen, dan zal het bescheiden zijn.'' Dat slot is een `romantisering' van zijn kant, geeft de verteller toe.

Veel huidige inwoners van Nagele beschouwen hun platte daken als een vloek. Mooi vinden ze ze niet, en het ontbreken van bergruimte is onpraktisch. ,,De bungalows in Tollebeek zijn veel mooier'', zegt de vrijwilligster in Museum Nagele. ,,Elke keer als ik thuiskom is het alsof er iets ontbreekt.'' Boeren die na hun pensionering hun boerderij in de polder wilden verruilen voor een dorpswoning, vertrokken naar Emmeloord omdat ze per se een puntdak wilden. Na lang aarzelen ging de Vereniging Dorpsbelang, in overleg met het gemeentebestuur Noordoostpolder, akkoord met behoud van de platte daken, ook bij de nieuwe woningen die aan de zuidkant van het dorp worden gebouwd. Behoud van het oorspronkelijke ontwerp is vastgelegd in het bestemmingsplan. Dat is maar goed ook, vindt een oudere inwoner. ,,Daar zijn we beroemd mee geworden, dat moet je niet weggooien.''

Nagele ís beroemd. Artikelen in binnen- en buitenlandse bladen lokken architectuurliefhebbers op excursie. Als er een vreemdeling door het dorp loopt, is het meestal een student bouwkunde. Ze komen kijken naar het ontwerp van `de 8', de Amsterdamse architectengroep die Nagele heeft bedacht. Samen met de Rotterdamse vereniging `Opbouw' vormden zij de Nederlandse vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen, te herkennen aan het gebruik van nieuwe materialen, vormen die voortkomen uit de mogelijkheden van het materiaal en... platte daken. Wonen, werken en cultuur moesten van elkaar worden gescheiden. Aanvankelijk was het ontwerp voor een nieuw dorp niet meer dan een `studie-object' ten behoeve van een internationaal congres. April 1948 kreeg het collectief de officiële opdracht van de Directie van de Wieringermeer om een plan voor Nagele te maken.

Jaren lang zijn de zestien leden van `de 8', met kopstukken als Merkelbach, Van Eesteren, Stam en Rietveld, bezig geweest met schetsen, vergaderen en bijstellen. Er stond veel op het spel: in de maagdelijke polder kregen de idealistische nieuwlichters de kans om hun ideeën over de relaties tussen individu en gemeenschap, stad en platteland te verwezenlijken. Een heel nieuw type nederzetting moest het worden, `een dorp uit één stuk' waarvan de vorm alle inwoners in gelijke mate bij het gemeenschapsleven zou betrekken. In de woorden van Gerrit Rietveld, de nestor van het collectief: ,,Het gemeenschappelijke dringt zo diep mogelijk in de woningen en de woningen zo diep mogelijk in het gemeenschappelijke centrum''. Of zoals benjamin Aldo van Eyck het zegt in een documentaire van Louis van Gasteren uit 1959: ,,Geen kern met een uitbouw die er een beetje bij hangt, zoals in traditionele dorpen. Alles moet een kern zijn.'' In 1956 was Nagele – voorlopig – voltooid, als laatste van de tien dorpen die in een keurige cirkel rondom Emmeloord liggen gedrapeerd. Een voorbeeld voor de toekomst van Nederland.

Kaal en leeg

Ruim veertig jaar later is het oorspronkelijke ontwerp, ondanks latere uitbreidingen, nog volledig intact. Nog steeds ligt het dorp in onmiskenbaar `nieuw land', kaal en leeg alsof het water nog maar net overwonnnen is. Een rechthoek in de ruimte, aan drie zijden afgeschermd door een bosrand. Niets steekt boven de bomen uit, wie aan komt fietsen wordt door het dorp verrast. De doorgaande weg ligt aan de buitenkant, wie niet in Nagele hoeft te zijn komt er niet doorheen. En degene die Nagele binnenkomt, doet dat niet onopgemerkt: het is alsof je een stadion binnenloopt, met toeschouwers achter de ramen in plaats van op de tribune. Slechts een enkele fietser verstoort de geometrie. Wie de jaren vijftig alleen uit films kent, vindt het hier in het echt.

In het midden een enorm grasveld met vier kerken, drie scholen en een sportgebouwtje. Aan drie zijden van het grasveld liggen de woonhoven, aan de vierde zijde liggen de voorzieningen: een paar onbestemde winkels, een filiaal van de Rabobank, café-restaurant `t Schokkererf, café-snackbar de Zuyderzeehut en supermarkt Kopak. Naast de glascontainer staat een bord van de Bibliobus: elke maandagavond en woensdagmiddag komt hij langs. De begraafplaats, net buiten de kern, is even overzichtelijk als dunbevolkt. Lege grasveldjes, gescheiden door keurige heggen, liggen te wachten op het verscheiden van de eerste polderbewoners. Zij die er al liggen stierven de laatste twintig jaar, en werden geboren in de jaren tien en twintig.

Bijna tweeduizend mensen wonen er in Nagele, gelijk verdeeld over de dorpskern (1010) en de boerderijen aan de buitenwegen (936). Van vergrijzing is geen sprake: er wonen twee keer zoveel mannen van 25 als van 75, en het best vertegenwoordigde leeftijdssegment is dat tussen 35 en 39 jaar. Nieuwkomers komen in gelijke mate uit de omgeving en van verder weg, met Noord-Holland als lichte koploper. Van de eerste polderbewoners zijn er niet zoveel meer, maar de helft van de inwoners woont al tien jaar of langer in het dorp. De mensen uit het fotoboek dat Theo Baart en Cary Markerink elf jaar geleden maakten, wonen er nog steeds.

Wonen in een dorp van de tekentafel. Altijd die rechte lijnen om je heen, dat overzicht, die kunstmatigheid. Dat moet vreemd zijn. Welnee, zegt Henk Bakker, in 1962 met zijn vrouw gearriveerd vanuit Zeeuws-Vlaanderen en voormalig medewerker op een proefboerderij van het ministerie van Landbouw. ,,Dat ontwerp, daar stonden we glad niet bij stil. Je kwam hier om je brood te verdienen, je keek alleen naar de omvang van je areaal.''

De meeste inwoners weten niet hoe bijzonder hun dorp is, vermoedt Bakker, of zijn daar in ieder geval niet mee bezig. Zelf ging hij het pas echt waarderen toen hij klusjesman werd bij het vorig jaar geopende Museum Nagele, waar het ontstaan van het dorp wordt gedocumenteerd met de originele schetsen en foto's. ,,Als ik 's ochtends vroeg rondfiets is het net een natuurpark. En als ik terugkom uit Kraggenburg, met die smalle straatjes, dan geniet ik hier van de ijselijk grote ruimte.''

Hechte vriendenclub

Geen ander Nederlands dorp heeft zoveel vierkante meter groen per woning. Ruimte, rust en groen – voor de Nagelaars is het de grootste troef van hun dorp. Discussies over de inrichting van Nederland, kritiek op de krap gebouwde Vinexwijken; het gaat aan Nagele voorbij. Reden genoeg voor Janneke en Tiemen de Olde om een eigen huis te bouwen in de Wendakker, een hofje in aanbouw. Hij is politieman in Amsterdam, zij is kleuterjuf op de lokale christelijke basisschool. De familie woont vlakbij op het `ouwe land', de verbindingen naar Randstad en het noorden zijn goed, het vele groen is ideaal voor de twee jonge kinderen. Janneke: ,,Na vijf jaar Lelystad zijn we teruggekeerd naar Nagele. Die openheid, die vind je nergens anders. Natuurlijk zijn er beperkingen. We hadden liever een huis met twee verdiepingen willen bouwen, maar dat kan hier nu eenmaal niet, dat past niet in het ontwerp van het dorp. Daar moet je niet over zeuren als je hier wilt wonen.''

Zelfs zonder kinderen is het mooi wonen in Nagele. Ina van Bekkum, alleenstaand, keerde na vijf jaar terug uit Emmeloord, negen kilometer verderop. Ze werkt in de kadoshop en de supermarkt. In het weekend gaat ze 's avonds naar `de Hut', Emmeloord heeft ze niet meer nodig. ,,Hier is het vertrouwd, al mijn vriendinnen wonen hier. Iedereen weet alles van elkaar, in de supermarkt hoor je alle roddels, maar ik vind dat niet vervelend. Je kunt hier van elkaar op aan.''

Zaterdagmiddag. Het eerste van VV Nagele speelt tegen CSL uit Stiens. Langs de lijn staat Ron de Bruijne, kale kop, getatoeëerde armen en een davidster voor Ajax in het oor. Niet te hard praten graag, want het is vannacht een beetje laat geworden in de kroeg waar hij aan de deur staat. Ron woont in Emmeloord, maar komt geregeld naar Nagele: kijken of z'n vriend nog een doelpunt maakt, na afloop een paar pilsjes in de kantine. De rust van de polder is een verademing na de rottigheid die hij in Vlissingen gewend was. Zo'n hechte vriendenclub als hij nu heeft, dat zou in de stad niet kunnen. Dat er zo weinig gebeurt, heeft maar één nadeel: ,,Als je hier iets uithaalt, staat je hele verleden meteen op de kabelkrant.''

In de polder is iedereen een nieuwkomer. Bij een samenleving die vanaf nul wordt opgebouwd hoort een gelijke verdeling naar inkomen, herkomst en religie. Dus werd er zorgvuldig gekeken naar de eerste bewoners, en daarbij horen verhalen over het inspecteren van de linnenkast om te kijken of de kandidaat-pachters wel netjes genoeg waren. Volgens Henk te Raa, een van de weinige pioniers die nog in Nagele woont, zijn die selectieverhalen enigszins overdreven. ,,Ach, ze kwamen heus niet in de linnenkast kijken. Ze vonden het belangrijker of je actief was in het verenigingswerk. Dat zat bij ons wel goed, wij gereformeerden staan overal met de bek vooraan.''

Van gelijke verdeling is geen sprake meer. Alleen de Gereformeerd Vrijgemaakten hebben hun eigen kerk behouden. De Gereformeerden en de Ned. Hervormden zijn Samen op Weg in de Gereformeerde Kerk, ook bekend als de Bakema-kerk, naar de architect die hem ontwierp. Het Ned.-Hervormde kerkje biedt nu onderdak aan de Noorse Broeders, in de rooms-katholieke kerk werd vorig jaar het Museum Nagele gevestigd. Dat laatste ging niet helemaal van harte. Dat de parochie zich wegens teruglopende belangstelling genoodzaakt zag de kerk te verkopen, was voor de inwoners die hem hadden opgebouwd een emotionele kwestie. ,,De katholieken moeten nu naar Tollebeek'', melden de protestanten met compassie. In het onderwijs loopt de verzuiling langs oude lijnen: pogingen om de openbare, de Prot.-Chr. en de r.k. basisschool te laten fuseren, zijn na jarenlange gesprekken alsnog gestrand.

Niet alleen het oorspronkelijke ontwerp van `de 8' is nog intact. Gerrit Rietveld zou tevreden zijn, als hij zou horen hoe de inwoners van Nagele spreken over hun gemeenschapszin. Dat hoort bij de polder, volgens Henk Bakker: ,,Omdat je overal vandaan komt, wil je samen iets opbouwen. Die saamhorigheid gaat over de geloofsgrenzen heen. Dat was op het ouwe land wel anders, in Zeeuws-Vlaanderen had ik nauwelijks contact met mijn katholieke buurman.''

Trots vertellen de inwoners over de honderd vrijwilligers die gezamenlijk het museum draaiende houden, over het Millenniumfeest dat binnenkort zal losbarsten (,,zo'n vuurwerk als bij ons, dat zie je bij de andere groendorpen niet''), over het Oogstfeest als jaarlijks hoogtepunt en over het Tulpenfestival dat volgend jaar zal plaatshebben en waar de bollen nu voor worden geplant. Het verenigingsleven bloeit, mede dankzij dweilorkest De Schelpenzoekers en smartlappenkoor De Johanna's. Natuurlijk is er sociale controle, maar die moet je positief zien: men is betrokken met elkaar. ,,Als de gordijnen te laat opengaan, gaat de buurman even kijken of alles in orde is.''

Leefbaar Nagele

En als er dan een keer iets te klagen valt, dan is er het overleg Leefbaar Nagele om de boel weer glad te strijken. Politie, sociaal-cultureel werk en de woningbouwvereniging uit Emmeloord overleggen vier keer per jaar met leden van de Vereniging Dorpsbelang over misstanden die moeten worden aangepakt, en dat kan variëren van een kapotte lantarenpaal tot een asociaal gezin.

Asociale gezinnen? Ja, die zijn er in Nagele, een paar jaar geleden zelfs flink wat. Overtuigde Nagelaars beschouwen het als de grootste bedreiging voor het dorp: mensen van buiten die worden aangetrokken door de lage huur, niet deelnemen aan het verenigingsleven en na korte tijd weer vertrekken. Bijstandsmoeders en buitenlanders uit de Randstad (,,ik wil niet discrimineren hoor, maar..'') hechten minder aan verzorgde voortuintjes. Sommige hofjes liggen er inderdaad weinig florissant bij, met her en der lege huizen die wachten op nieuwe bewoners.

Doorsturen van sociaal zwakkeren was geen beleid, aldus een woordvoerder van de Woningbouwvereniging Noordoostpolder, maar het maximale inkomen van 2.700 gulden bruto voor een huurwoning werkte dat wel in de hand. Mensen met hogere inkomens konden in Nagele niet terecht, want koopwoningen waren er nauwelijks. Sinds de inkomenseis is gewijzigd – een inkomen vanaf in plaats van tot een bepaald bedrag - en huurwoningen zijn omgezet in koopwoningen speelt het probleem een stuk minder. Wonen in Nagele is nog steeds goedkoop: de gemiddelde huur is 635,50 gulden, een woning met 170 m² grond in de Klaverhof werd onlangs verkocht voor 115.000 gulden.

De utopie van toen is nu een paradox. Voor de buitenstaander is Nagele een overblijfsel uit andere tijden, een curiosum dat de inwoners dwingt tot een voorgeschreven manier van leven. De bedenkers lieten geen ruimte voor toeval of spontane ontwikkelingen, elk detail voorzagen ze. Idealisme ging gepaard met paternalisme. Echter: een halve eeuw later wonen mensen graag in het onveranderde Nagele. Terwijl de eerste Vinexwijken alweer op de nominatie staan om gesloopt te worden, houdt de jaren-vijftigutopie dapper stand. Heel Nederland gaat op de schop, maar het experiment in de polder voldoet nog steeds. De ontwerpers van toen zijn in hun opzet geslaagd: ze hebben Nederland een nieuw type nederzetting gegeven.

Een nederzetting voor nuchtere types zonder vreemde wensen, dat wel. Voorzieningen zijn er weinig in Nagele. Voor cultuur moet je naar Emmeloord, naar theater `t Voorhuys aan de Deel. Op vrijdagavond gaat de jaarlijkse voorstelling van opera- en operettevoorstelling La Mascotte voor een uitverkochte zaal in première. Gespeeld wordt de operette Les Brigands van Jacques Offenbach. Twee echtparen van middelbare leeftijd treffen elkaar in de pauze:

,,Hé, jullie ook hier.''

,,Ja, waarom niet hè?''

,,Zo's dat. Zo's dat.''

    • Mark Duursma