Stuurloze reprise van Schmidts beste stuk

,,Sophie zou me nog liever vermoorden dan dat ze me wat gaf,'' zegt de man die ziek is en dood wil, maar van zijn vrouw geen hulp krijgt. Dat is een bittere constatering, maar tegelijk een prachtig paradoxaal zinnetje dat Annie M.G. Schmidt in 1979 schreef om de kern te treffen van haar tragikomedie Er valt een traan op de tompoes. De man wil dood en zijn vrouw – een kloek wier liefde kan verstikken – wil het niet horen, omdat de dokter heeft gezegd dat haar echtgenoot nog een gerede kans heeft om in leven te blijven. Ja, schampert de man, als een soort plant. Maar ook dat wil ze niet weten.

Twintig jaar geleden kwam het euthanasie-dilemma, dat Annie Schmidt in haar vertrouwde Hollandse binnenhuisje introduceerde, hard aan. Bij een reprise in 1988 was dat al een stuk minder. En ook bij de nieuwe reprise, die gisteravond in première ging, blijft die eerste schok achterwege. Het onderwerp is bekend en intussen veelbesproken. Toch blijft dit, vind ik, het beste toneelstuk dat ze ooit schreef. Omdat de zwarte grappen zo volkomen logisch uit de handeling voortvloeien en vooral omdat de schrijfster zo'n geraffineerd spel speelt met de sympathieën van het publiek: telkens schieten we heen en weer tussen begrip voor de man, voor de vrouw, voor zijn geheime vriendin en voor zijn dochter en schoonzoon. Voor elk van de vijf is bij tijd en wijlen veel te zeggen.

De vraag is alleen hoe Er valt een traan op de tompoes het best tot zijn recht komt. Voortdurend schakelt de schrijfster heen en weer tussen de binnenwereld van de man en de ontreddering om hem heen, zijn serene vastbeslotenheid over de zelfgekozen dood en de paniek van vrouw, dochter en klussende schoonzoon. Dat vergt precisiewerk. Zo te zien ging het regisseur Peter Pluymaekers echter in de eerste plaats om tempo. Hij zette zijn acteurs onder hoogspanning om elkander tik-tak van repliek te dienen, maar hij liet de scherpe contrasten in de tekst vervagen. Grappen gaan onopgemerkt voorbij omdat er niet voldoende druk op de ketel staat, en sommige wrange momenten lijken eerder koddig bedoeld.

Trudy Labij, die in 1979 de dochter speelde, is in de moederrol een toonbeeld van dit gebrek aan sturing. Ze is een bedreven comédienne en wist destijds het toenemende conformisme van de dochter raak te belichamen. Nu speelt ze alles door elkaar. Net als de getalenteerde Peggy-Jane de Schepper in de dochterrol, die er evenmin in slaagt de blijspeltoon op tijd los te laten als er even iets wezenlijks aan de hand is. Alleen de door Jules Hamel vertolkte vader straalt de ernst uit, die de grappen zo schrijnend maakt. Hij speelt stugheid, wanhoop en verwarring in alle eenvoud, en biedt bij vlagen, stil in zijn stoel, de vervaarlijke aanblik die Annie Schmidt voor ogen moet hebben gestaan.

Pas helemaal aan het eind van de voorstelling zijn de kwetsuren onontkoombaar geworden. Maar dat lijkt me meer de verdienste van de schrijfster dan die van deze nieuwe versie.

Voorstelling: Er valt een traan op de tompoes, van Annie M.G. Schmidt, door Impresariaat Gislebert Thierens. Spelers: Trudy Labij, Jules Hamel, Peggy-Jane de Schepper, Vincent Croiset en Margo Dames. Regie: Peter Pluymaekers. Gezien: 19/11 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 15/4. Inl. (020) 6750966.

    • Henk van Gelder