Sociale partners raken buiten spel

De privatisering van de WW en de WAO is van de baan, de uitvoering van de werknemersverzekeringen wordt een overheidstaak. De rol van de sociale partners in de sociale zekerheid is daarmee zo goed als uitgespeeld.

Met de voorgenomen herziening van het sociale-zekerheidsstelsel laat het kabinet een lange traditie los. Er komt een einde aan het tripartite bestuur in de sociale zekerheid, het principe dat werkgevers, werknemers en overheid eendrachtig samenwerken, zoals dat in het poldermodel gebruikelijk was.

In plaats daarvan neemt het kabinet het heft in eigen handen. De overheid gaat de werknemersverzekeringen zelf uitvoeren. Er komt één publiek uitkeringsloket – het Centrum voor Werk en Inkomen – en de uitvoering van WW en WAO komt in handen van een nieuw op te richten rijksdienst, het UWV (Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen). Beide instanties worden landelijk aangestuurd door bestuurders die de minister zelf benoemt.

De sociale partners zien hun invloed op de sociale zekerheid daarmee verdampen. Die was in 1995 toch al fors ingeperkt nadat de parlementaire enquêtecommissie Buurmeijer in 1993 had vastgesteld dat de door werkgevers en werknemers bestuurde bedrijfsverenigingen een potje van de sociale zekerheid gemaakt hadden. Niet alleen waren de uitkeringsfabrieken (zoals het Gak en Cadans) verworden tot bureaucratische molochen, de sociale partners hadden tevens de WAO gebruikt als riante afvloeiingsregeling voor overtollig personeel. De conclusie van Buurmeijer was glashelder: werkgevers en werknemers konden zich maar beter niet meer bemoeien met de uitvoering van de sociale zekerheid.

Maar in het nieuwe stelsel, uit 1995, bleek toch nog een rol voor de sociale partners weggelegd. Die werden, via het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) opdrachtgever van de (verzelfstandigde) uitkeringsinstanties. Het LISV kreeg een tripartite bestuur van werkgevers, werknemers en kroonleden. Hetzelfde model had enkele jaren daarvoor, in 1991, zijn intrede gedaan in het bestuur van de arbeidsbureaus, dat eveneens tripartite werd samengesteld.

Het gevolg was dat de minister van Sociale Zaken zijn grip op de Arbeidsvoorziening kwijtraakte. De arbeidsbureaus bleken zich in de praktijk vooral te richten op gemakkelijk bemiddelbare werkzoekenden. Langdurig werklozen bleven onbemiddeld in de kaartenbakken zitten. Meer dan een kwart van het budget van Arbeidsvoorziening afpakken en besteden aan Melkertbanen kon de minister niet doen. Grip op de uitvoeringsinstellingen van de werknemersverzekeringen heeft de minister al evenmin gekregen. Zo steeg het aantal WAO'ers weer, na een aanvankelijke daling.

Werden de sociale partners in 1995 `op afstand' geplaatst van de sociale zekerheid, in het huidige, nieuwe plan is hun rol definitief uitgespeeld. De tripartite bestuurde LISV en Arbeidsvoorziening worden allebei afgeschaft en hun taken komen in handen van overheidsorganen. Dat is een flinke aderlating voor de sociale partners. Bij de behandeling van het vorige kabinetsplan, ruim een half jaar geleden, waren ze er nog in geslaagd een deel van hun invloed te behouden. De uitkeringsinstanties werden in die nota weliswaar geprivatiseerd, de sociale partners bleven wel opdrachtgever van de private uitvoerders.

Die rol is voor hen in het nieuwe plan alleen nog weggelegd bij de bemiddeling van zieke en arbeidsongeschikte werknemers naar een baan. Voor die taak worden straks private partijen ingeschakeld, zoals uitzendbureaus. Werkgevers en werknemers kunnen daar in

CAO's afspraken over maken. Maar de werkgever kan even goed zelf een contract sluiten met een uitzendbureau. Hij heeft daarvoor alleen de instemming nodig van de ondernemingsraad. De vakbonden kunnen zo buiten spel komen te staan. Overigens toont werkgeverscentrale VNO-NCW zich bereid hierover in de Stichting van de Arbeid centrale afspraken te maken. Op die manier blijven de werknemers wel hierbij betrokken.

De enige plek waar in het nieuwe plan nog iets van het traditionele tripartite model te bespeuren valt, is bij de Centra voor werk en Inkomen. Het landelijke bestuur van de CWI's krijgt een adviesorgaan naast zich, waarin behalve werkgevers, werknemers en kroonleden ook vertegenwoordigers van gemeenten, als verstrekker van de bijstandsuitkeringen, vertegenwoordigd zijn.

De vakcentrale FNV heeft echter al laten weten dat zij ervoor past om in de adviesraad te gaan zitten als die in de praktijk slechts `een wassen neus' is.

    • Jochen van Barschot