Schuiven binnen de boxen

Onder het nieuwe belastingstelsel sneuvelen tal van aftrekposten. Voor samenwonenden heeft het stelsel evenwel een gunstig fiscaal partnerregime in petto.

Sommige inkomsten en heel wat aftrekposten mogen de partners straks naar eigen inzicht verdelen. Wie dat weloverwogen doet, kan de gezamenlijke belastingdruk verlagen. Zo opent het nieuwe systeem de poort voor een fiscale planning die voor de kopers van een huis of studerenden nu al kan beginnen.

De inkomstenbelasting van het nieuwe stelsel dat op 1 januari 2001 zijn intrede doet, valt eigenlijk uiteen in drie afzonderlijke belastingen die de staatssecretaris neutraal `boxen' noemt. De eerste belasting is de traditionele inkomstenbelasting voor arbeidsinkomsten (box I). Die omvat de inkomsten uit een baan, een onderneming en een zelfstandig uitgeoefend beroep. De belasting kent vier tariefschijven. Die beginnen met 32,9 en 36,85 procent vrijwel gelijk aan de huidige. De derde schijf, die begint bij een inkomen van ruim 50.000 gulden en eindigt bij een inkomen van ongeveer een ton heeft een tarief van 42 procent. Daarboven geldt het toptarief van 52 procent. De meeste mensen halen dat niet en krijgen met een toptarief van 42 procent te maken.

Het nieuwe stelsel gaat meer dan ooit tevoren uit van de individuele belastingbetaler. Dat speelt ook bij samenwonenden. Ieder betaalt belasting over zijn eigen inkomen en ieder heeft de daarbij behorende aftrekposten. Vroeger werden inkomsten of kosten nog wel eens dwingend aan één van de partners toegerekend. Die individualisering levert problemen op bij aftrekposten die niet overduidelijk met één individu te maken hebben. Bij wie hoort de aftrek van de hypotheekrente van de gemeenschappelijke woning thuis? Beiden profiteren van het huis en zelfs als de ene partner alle rente betaalt, betekent dat vaak dat de ander veel andere kosten overneemt. Voorheen placht de wet die toedeling dwingend te regelen. De wetgever kiest er nu voor de keuze aan de samenwoners over te laten. Dan dreigt er een grijs gebied waarbij in het ene geval duidelijk is dat de kosten bij één partner thuis horen terwijl dat voor dezelfde kosten in een andere situatie minder duidelijk is. Liever dan in ingewikkelde en gedetailleerde regelingen te vervallen, heeft het kabinet gekozen voor een simpele oplossing ook al biedt die soms voordelen die theoretisch niet op hun plaats zijn.

De nieuwe wet neemt met het begrip samenwoner een bestaande terminologie over. Ambtelijk gezegd: als iemand in een jaar tenminste zes maanden een gemeenschappelijke huishouding voert met een meerderjarige partner en beide partners op hetzelfde adres in het bevolkingsregister staan ingeschreven, gelden ze als samenwonend. Dan kunnen ze kiezen voor het zogenoemde fiscale partnerregime. Daarbij mogen de partners hun gemeenschappelijke inkomsten en uitgaven naar eigen inzicht verdelen. Tot deze gemeenschappelijke posten behoren de inkomsten uit de eigen woning (huurwaarde en hypotheekrente), de kosten van kinderopvang, de uitgaven voor levensonderhoud van kinderen, scholingskosten, buitengewone lasten, kosten van monumentenpanden en aftrekbare giften. De keuze voor het partnerregime moeten beide partners maken en geldt dan voor de periode dat aan de voorwaarden is voldaan. Alleen als de belastinginspecteur de aangifte niet aanvaardt, mogen de partners later een nieuwe keuze maken die aan de nieuwe situatie is aangepast. Gehuwden die samenwonen hebben het makkelijk: zij gelden automatisch als partners. Een fiscaal partnerschap wordt ook mogelijk voor wie samenwoont met zijn kind dat ouder is dan 27 jaar. Ook als men samenwoont met een van zijn ouders staat de keuze voor het partnerregime open.

Het aantrekkelijke van het partnerregime is dat de partners hun gemeenschappelijke inkomsten op de fiscaal voordeligste wijze mogen verdelen. Dat geldt zelfs als volstrekt duidelijk is dat één van beide partners de gift heeft gedaan of de opleiding heeft gevolgd. Voor elk type fiscale post mag men een afzonderlijke verdeling tussen de partners maken. Zo kan men er voor kiezen 100 procent van de kosten op één naam te zetten maar als dat gunstiger is mag bijvoorbeeld 27 procent ook. Voor beide partners samen moet het 100 procent zijn anders gaat de belastinginspecteur automatisch tot een 50/50 verdeling over. Dat doet hij trouwens ook als de partners geen keuze maken. Binnen één post (inkomensbestanddeel) mag men niet verder splitsen. Bij de post `eigen woning' mag niet het huurwaardeforfait bij de een terechtkomen en de hypotheekrenteaftrek bij de ander. Het saldo van huurwaarde en rente moet tussen beiden worden verdeeld.

Twee redenen maken een zorgvuldige verdeling interessant. Door de combinatie van de individualisering en van het progressieve schijventarief geldt voor de partner die duidelijk het meest verdient ook het hoogste tarief. Zo iemand heeft fiscaal het meeste profijt bij de aftrekposten terwijl het voordelig is de ander zo veel mogelijk inkomen toe te schuiven. Voor sommige aftrekposten gelden drempelbedragen. Het is dan voordelig alle aftrekposten van een bepaald type bij elkaar te voegen en aan één partner toe te delen. Daardoor is ook als beide partners hetzelfde percentage aan inkomstenbelasting betalen, een doordachte toedeling van belang. Zo kan de één alle giften aftrekken en de ander alle studiekosten. Dan geldt twee keer een drempel; bij een 50/50 verdeling zou dat vier keer het geval zijn geweest. Elk jaar mag men een nieuwe verdeling maken.

Bij de toedeling van posten speelt het geen rol of de partners onderling een eigen, misschien wel afwijkende, verdeling zijn overeengekomen. Huwelijkse voorwaarden of een gedetailleerd partnercontract hebben fiscaal hetzelfde effect als helemaal niets regelen: men kan straks altijd profiteren van het partnerregime.

Registratie op hetzelfde adres in het bevolkingsregister is een essentieel punt. Het is goed dat nu al te beseffen bij investeringen die de partners doen zoals het kopen van een huis of het starten met een dure opleiding. Ze kunnen vrijelijk de inkomsten of kosten regelen zoals ze dat het liefst willen zonder dat ze rekening moeten houden met fiscale aspecten. Althans vanaf 1 januari 2001.

    • Aertjan Grotenhuis
    • Kees van Hooft