Politici moeten zich vernieuwen

De bijna ex-voorzitter van D66 Tom Kok pleitte onlangs in Netwerk voor een nieuwe paarse partij. Maar zit Nederland wel te wachten op nóg een politieke partij?

Nee. Nu de politieke partijen zó naar elkaar zijn toegegroeid wat inhoud en uitstraling betreft, is de niche, de ruimte om nog iets nieuws te brengen, kleiner dan ooit. Een nieuwe partij van ontevredenen kan ook geen ruimte scheppen tussen wat al bestaat. Het gaat namelijk om iets heel anders.

De burgers in Nederland hebben zich afgekeerd van `de politiek'. Ze hebben `de politiek' niet nodig, ze zorgen wel voor zichzelf. Toch is wel degelijk sprake van ongenoegen maar dit heeft meer te maken met een gevoel dat ondanks referenda er toch niet naar je geluisterd wordt, dat politici ongeloofwaardig zijn en vooral zichzelf verrijken, dan met een roep om een nieuwe partij. Het gaat meer om de houding en het gedrag van politici dan over politieke partijen.

Drieëndertig jaar geleden was al sprake van een democratisch tekort. Toen al lag het primaat bij de politiek in plaats van bij de burger. We zaten vast in een verouderd systeem, daterend uit de vorige eeuw.

Op 15 september 1966, formuleerde een club bewogen mensen een aantal voorstellen om politiek en burger dichter bij elkaar te brengen, zoals een gekozen minister-president, zodat de burger invloed uitoefent op het regeerprogramma, en een districtenstelsel voor een hechtere band met de afgevaardigden in de Tweede Kamer.

Maar we zitten nog steeds vast in het oude systeem, politieke structuren zijn niet meegegroeid, en de burger is verder verwijderd dan ooit. Wie zich niet aanpast komt in gevaar.

Hoe komt het dat er niets van terecht is gekomen? Die bewogen club van toen had toch goede ideeën. Het antwoord is simpel: je kunt het bestel niet veranderen zonder de mensen te veranderen. Iedere organisatieadviseur weet dit. Je kunt de technische kant van de zaak (de organisatie, het politieke bestel zelf) alleen veranderen door evenveel aandacht te besteden aan de menselijke factor in de politiek.

Wat écht nodig is niet zozeer een nieuwe partij, maar nieuwe mensen. Waar partijprogramma's zich niet meer van elkaar onderscheiden, kunnen mensen dit wel. Een nieuw soort politici zal moeten opstaan die op een andere manier politiek bedrijven: integer, open, benaderbaar, communicatief inspirerend en pro-actief en vooral vakbekwaam. Dit is noodzakelijk omdat kansen en bedreigingen binnen en buiten Europa steeds efficiënter moeten worden geanalyseerd, visies sneller geformuleerd, standpunten effectiever verdedigd en besluiten steeds sneller genomen zullen moeten worden.

Bij een andere manier van communiceren en werken zijn dichtgetimmerde regeerakkoorden uit den boze, is ijzeren fractiediscipline niet meer nodig en wordt `de nieuwe politiek' weer interessant en weer te volgen voor moderne bugers.

Ien G.M. Peijnenburg-van der Pol is lid van de landelijke adviesraad van D66.

    • Ien G.M. Peijnenburg- van der Pol